Geld maakt niet gelukkig in autocratisch Bhutan

Het milieuvriendelijke Bhutan is uitgegroeid tot een lieveling van de internationale donorgemeenschap. Het heeft het begrip 'duurzame ontwikkeling' hoog in het vaandel geschreven. Toch knaagt de twijfel over de toekomst van het kleine koninkrijk in de Himalaya.

THIMPU, 24 OKT. Koning Jigme Singye Wangchuck (41) van Bhutan is allergisch voor de term Bruto Nationaal Product (BNP), waaraan economen wereldwijd zo graag veel afmeten. Geld en welvaart alleen maken niet gelukkig, vindt de vorst van het koninkrijk in de Himalaya. Een gezond milieu en traditionele gemeenschapszin zijn zeker zo belangrijk. Volgens Zijne Majesteit doet maar één norm er toe: het Bruto Nationaal Geluk.

Zo voeren de eigenzinnige vorst en zijn ministers een beleid, waarin milieubescherming een centrale rol speelt. Hoewel Bhutan voor bijna 72 procent is bedekt met bos, werd de uitvoer van onbewerkt hout - potentieel een rijke bron van inkomsten - verboden. Tevens werd bepaald dat de hoeveelheid bos nooit beneden de 60 procent van de oppervlakte van het land mag zakken.

Meer dan een kwart van Bhutan, dat iets groter is dan Nederland, is tot natuurreservaat uitgeroepen. “Wij dragen met ons bos ruimschoots netto bij aan de wereldzuurstofvoorraad”, verklaart Benji Dorji, onderminister voor Milieuzaken. “De buitenwereld past daarvoor enige dankbaarheid.”

Het milieubeleid is niet het enige terrein waarop Bhutan zich onderscheidt. Terwijl het overbevolkte India, Nepal en de andere staten van Zuid-Azië haast uit hun voegen knappen, houdt het relatief lege Bhutan zijn grenzen zoveel mogelijk dicht. Alleen voor baantjes waarvoor de Bhutanen zelf hun neus ophalen, zoals het aanleggen van wegen, worden gastarbeiders aangetrokken, van wie er in totaal enkele tienduizenden zijn.

Anders dan de buurlanden is Bhutan ook geen democratie, maar een verlichte autocratie. Heel geleidelijk staat de koning nu bevoegdheden af aan lokale organen, waarvoor soms ook verkiezingen worden gehouden. “Wij zijn geen democratie in de gebruikelijke zin van het woord”, zegt Bap Yeshey Dorji, lid van de Koninklijke Adviesraad. “Maar als wij naar Nepal of andere democratieën in de buurt kijken, waar de regeringen voortdurend vallen en veel corruptie heerst, zijn wij blij dat wij anders zijn. Dank zij de vooruitziende blik van Zijne Majesteit werkt ons systeem veel beter.”

Bhutan weert ook buitenlandse toeristen, die een ontwrichtende invloed op de samenleving zouden kunnen hebben. Het laat maar enkele duizenden Westerse toeristen per jaar toe, die voor dat privilege 200 dollar per dag neertellen. Ook buitenlandse deskundigen zijn niet per se welkom. “Ze sturen doelbewust hun eigen mensen naar het buitenland om ze daar de vereiste deskundigheid te laten opdoen”, aldus een Westerling, die al jaren in Thimpu is gestationeerd.

Meer omstreden zijn de maatregelen die de koning nam om de gemeenschapszin te versterken. Al meer dan tien jaar geleden verordonneerde hij dat alle mannen de gho, de traditionele kimono-achtige jas van de overheersende etnische groep van de Drukpa's, dienden te dragen. De vrouwen dragen een kleurrijk lang gewaad, de kira. Om de nationale saamhorigheid te bevorderen, werd bovendien het Dzongka, de taal van de Drukpa's die tot dan slechts in drie van de twintig districten van het land werd gesproken, tot nationale taal verheven. Een Nederlandse linguist, George van Driem, kreeg opdracht een grammatica en een gelatiniseerd schrift voor de tot dan nauwelijks geschreven taal te ontwerpen.

Ondanks zijn autoritaire trekjes sluit het beleid van de koning met zijn nadruk op een gezond milieu naadloos aan bij het streven naar duurzame ontwikkeling, dat in de jaren negentig school maakt. Zo is Bhutan uitgegroeid tot een van de lievelingen van de buitenlandse donorgemeenschap. Er is nauwelijks een land ter wereld dat per hoofd van de bevolking meer buitenlandse hulp krijgt dan Bhutan. Westerse hulpverleners schatten dat ruim 50 procent van het inkomen van Bhutan uit het buitenland komt.

“Bhutan heeft een uitstekende naam omdat het land competent wordt bestuurd en er nauwelijks corruptie bestaat”, aldus een ervaren hulpverlener in Thimpu. “Ze zijn bovendien sterk in het formuleren van goed beleid.” Desondanks kan Bhutan niet worden omschreven als een aan hulp verslaafd land. De regering neemt bij voorkeur giften aan en probeert het aantal leningen te beperken. Zo blijft de staatsschuld laag. Bhutan zou zonder hulp van buiten zeker niet onmiddellijk in elkaar storten.

De koning, die heel wel besefte dat zijn onderdanen meer wensen dan alleen een goed milieubeleid en saamhorigheid, liet met de hulpfondsen klinieken en scholen bouwen. “Er is amper een school in Bhutan die niet met buitenlandse hulpgelden is gebouwd”, spot een Bhutaanse ambtenaar die anoniem wil blijven. Gezondheidszorg en onderwijs zijn vrijwel gratis.

Intussen ontwikkelt de economie zich voorspoedig en groeit het BNP - de twijfels van Zijne Majesteit over deze norm ten spijt - met ruim 6 procent per jaar. Behalve de buitenlandse hulp geniet Bhutan aanzienlijke inkomsten uit de verkoop van elektriciteit uit waterkrachtcentrales aan India. Ook voert het veel fruit uit en enkele delfstoffen.

Afgezien van de huidige koning en zijn vader, Jigme Dorji Wangchuck, die in het begin van de jaren zestig met ruimhartige Indiase steun een begin maakte met de modernisering van Bhutan na de inlijving van Tibet bij China in 1959, valt het succes van de Bhutaanse modernisering mede toe te schrijven aan de volksaard en de religie van de Bhutanen. De vrouwen van Bhutan genieten beduidend meer bewegingsvrijheid dan hun seksegenoten elders in Zuid-Azië en daarvan profiteert het land zeer. De sociale verschillen in Bhutan zijn bovendien naar verhouding gering en de meeste Bhutanen zijn tamelijk zelfverzekerd. Tegelijk behandelen de mensen hun superieuren overeenkomstig de oude boeddhistische normen met veel respect en doen ze meestal nauwgezet wat die hun opdragen.

De Bhutaanse samenleving heeft soms sterk paternalistische trekjes. “Wij vertellen de mensen in een dorp bijvoorbeeld: jullie moeten de tempel opknappen, die is helemaal vervallen”, aldus Karma Ura, die is verbonden aan het ministerie van Planning in Thimpu. “Dat doen ze dan met enige tegenzin, maar het gebeurt wel. Met de gratis gezondheidszorg en onderwijs en de talrijke subsidies van de staat mogen ze ook best eens iets terugdoen.”

De koning zelf balanceert eveneens op de rand van de oude en de nieuwe wereld. Zo is hij gehuwd met vier vrouwen, allen zusters van elkaar, en zijn onderdanen vereren hem vrijwel allen met een blinde devotie. Tegelijk geeft de vorst leiding aan zijn land als een moderne manager. Hij werkt hard, soms tot twee uur 's nachts, en bemoeit zich met beleidskwesties vanaf het prilste begin tot en met de uitvoering. Ook heeft hij gelast dat het ambtenarenkorps niet verder mag groeien en dat het accent dient te worden gelegd op de particuliere sector. “De koning weet dat hij naar de hemel kan gaan als hij een rechtvaardig vorst is”, zegt een hoge adviseur van de vorst.

Toch knaagt er twijfel of het Bhutaanse model, afgestemd op een evenwicht tussen modernisering en behoud van eigen identiteit, op den duur wel zo duurzaam zal blijken. Zo heeft het beleid van de regering veel kwaad bloed gezet bij de Nepalese minderheid in het zuiden van het land. Die voelde er niets voor plotseling in gho's en kira's te gaan lopen en Dzongka te spreken.

Erger nog voor de Nepalezen - ook wel Lothsampa's genoemd - was dat de regering, bezorgd over het stijgende aantal illegale immigranten, bepaalde dat alleen zij in het land mochten blijven die konden aantonen dat ze daar al voor 1958 hadden gewoond. Er volgden incidenten, waarbij zeer hard werd opgetreden. Nadat er enkele doden waren gevallen, kwam er begin jaren negentig een exodus van Lothsampa's op gang naar Nepal. Daar vertoeven sindsdien zo'n 86.000 mensen in vluchtelingenkampen, die in leven worden gehouden met hulp van internationale organisaties. Naar schatting 200.000 Lothsampa's leven nog in Bhutan.

Bhutan weigert de vluchtelingen weer toe te laten. Acht onderhandelingsrondes tussen Nepal en Bhutan hebben de impasse niet kunnen doorbreken. “Een groot deel van die vluchtelingen is helemaal niet uit Bhutan afkomstig”, zegt Karmal Letho, voorzitter van de Koninklijke Adviesraad. “Dat zijn gewone Nepalezen die hun kans schoon zagen via de internationale hulporganisaties op een makkelijk manier aan de kost te komen.”

Een andere etnische groep die de stabiliteit op den duur wellicht nog meer zou kunnen verstoren, is die van de Sharchops in het oosten. Ze zijn talrijker dan de Drukpa's, die al eeuwen de dienst uitmaken in Bhutan. Behalve de koning zijn ook de meeste ministers Drukpa's. Naar mate meer mensen onderwijs genieten, zullen de Sharchops vroeg of laat een grotere invloed opeisen. Veel Sharchops hangen een andere variant van het boeddhisme aan dan de Drukpa's.

Door de modernisering worden ook de eerste scheuren in het oude boeddhistische waardenpatroon zichtbaar. Vroeger deed niemand in Thimpu ooit zijn deuren op slot, maar die tijd is voorbij. Met de modernisering deed ook de diefstal zijn intrede. “Toen ik laatst in mijn auto wilde stappen”, vertelt Sangay Wangchuck, “merkte ik plotseling dat het rechtervoorwiel ontbrak: gestolen.”

Het onvoorwaardelijke respect voor ouderen verdwijnt. “Ik betoon mijn ouders dat respect nog wel”, zegt Kinley Dorji, hoofdredacteur van het weekblad Kuensel. “Maar ik verwacht het niet meer van mijn eigen kinderen.” Ook Karma Ura van het ministerie van Planning voorziet in de toekomst de nodige problemen. “Wanneer de mensen moderner worden”, verzucht hij, “worden ze ook individualistischer. En allemaal willen ze graag meer materieel gewin.”

De grootste vraag voor de koning en zijn medewerkers is of ze op den duur de almaar toenemende materiële wensen van de snel groeiende bevolking zullen kunnen bevredigen zonder hun veel geprezen milieubeleid te hoeven opgeven.