Fiasco dreigt bij verkiezingen Colombia

Zondag zijn er lokale verkiezingen in Colombia, maar het is de vraag in hoeverre er ook gestemd wordt. De burgeroorlog is in een zeer bloedige fase beland. Guerrillalegertjes ontvolken het platteland, gefinancierd door de cocaïnemafia. En de overheid is door toedoen van president Samper al zijn krediet kwijt.

ROTTERDAM, 24 OKT. Drie kwartier duurde het onderhoud tussen de viersterren-generaal en de man die hij eens de “handlanger van internationale misdadigers” noemde. Er waren geforceerde glimlachjes, er werden handen geschud. Maar het bezoek van de Amerikaanse 'drugstsaar' Barry McCaffrey aan de Colombiaanse president Ernesto Samper begin deze week is een doorbraak. Toen in 1994 bekend werd dat Samper op de loonlijst van de cocaïnemafia stond, bevroor Washington de contacten op hoog niveau met zijn regering.

De komst van de Amerikaanse topambtenaar wordt gerechtvaardigd door de zeer alarmerende situatie waarin Colombia verkeert. De lokale verkiezingen dreigen dit weekeinde op een fiasco uit te lopen. Zondag wordt in theorie gestemd voor 32 gouverneurs, 1.009 burgemeesters en 18.000 raadsleden. In praktijk zullen het er nogal wat minder zijn. Er zijn inmiddels 27 kandidaten vermoord en vele honderden ontvoerd. Naar schatting 1.500 kandidaten hebben zich wijselijk uit de politiek teruggetrokken. In tientallen steden en dorpen is er niemand meer om op te stemmen en zijn er geen vrijwilligers om de stemlokalen te bemannen. Colombiaanse senatoren dragen nu verplicht kogelvrije vesten, anders weigert het bedrijf Seguros Alfa hen nog langer te verzekeren.

Het gaat er zondag niet zozeer om op wie gestemd wordt, maar of er überhaupt nog gestemd kan worden in Colombia. Beperkte de linkse guerrilla zich in het verleden tot aanslagen en het confisqueren van stembussen op de dag van de verkiezingen, dit jaar hebben ze hun arsenaal uitgebreid met moorden, ontvoeringen en bedreiging. In veel dorpen werden nachtelijke anti-verkiezingsbijeenkomsten georganiseerd, waarbij de bewoners op het dorpsplein bijeengedreven worden om te horen dat op stemmen dit jaar de doodstraf staat.

Hoofdverantwoordelijke is de FARC, 'de gewapende revolutionaire strijdmachten van Colombia', de oudste en grootste linkse guerrillabeweging in Colombia. Ook het eveneens marxistisch georiënteerde ELN, het Nationale Bevrijdingsleger, laat zich niet onbetuigd, terwijl rechtse paramilitairen zich specialiseren op het ver belagen van linkse politici. De guerrillalegertjes hebben de afgelopen jaren sterk aan kracht gewonnen. In een opiniepeiling zei 69 procent van de ondervraagde Colombianen onlangs te geloven dat het leger de oorlog verliest.

Cocaïne en communisme. Sinds de Reagan-jaren klinkt deze twee-eenheid waarnemers bekend in de oren. Elke Amerikaanse ambassadeur wijst sinds begin jaren tachtig op de 'onheilige alliantie' tussen de cocaïnekartels en de linkse (en rechtse) legertjes die het platteland beheersen. Was de term 'narco-guerrilla' vroeger omstreden, niemand twijfelt er tegenwoordig meer aan dat de inkomsten uit de handel in cocaïne - en in toenemende mate heroïne - de motor zijn van de burgeroorlog.

De FARC belijdt sinds 1966 een onversneden vorm van marxisme, wat ontbreekt zijn de Sovjet-Unie en Cuba om de strijd te financieren. Inmiddels heft de FARC stelselmatig belastingen over coca-verbouw, cocaïneproductie en -transport in de gebieden die ze beheerst. Er is een diffuus netwerk ontstaan tussen guerrillastrijders en mafiosi. De laatsten besteden de beveiliging van hun laboratoria vaak uit aan de gestaalde kaders. Dat levert het linkse verzet volgens Amerikaanse schattingen jaarlijks zestig miljoen dollar op. Andere bronnen van inkomsten voor de FARC zijn afpersing en de geavanceerde 'ontvoeringsindustrie'.

Commandanten van de FARC zijn door het grote geld veelal verworden tot lokale despoten. Tegenover hun slinkende populariteit staat een steeds betere bewapening. De Washington Post schreef onlangs dat er zich tussen de Russische en Colombiaanse mafia's een ruilhandel van cocaïne voor zware wapens begint af te tekenen. Russische raketten kunnen helikopter-aanvallen op laboratoria of het met landbouwgif bespuiten van coca-velden in de toekomst tot riskante operaties maken.

De FARC en de ELN vinden een tegenwicht in de autodefensas, de extreem-rechtse paramilitaire eenheden die met name in de noordelijke provincies de afgelopen jaren militaire successen boekten en bloedig huishielden onder de bevolking. Zij werken normaliter nauw samen met het leger, maar ook bij hen gaan zaken vaak voor. Zo sneuvelden er begin deze maand in de provincie Meta elf wetsdienaars in een hinderlaag van autodefensas. De elf keerden terug van de ranch van een drugsbaron, waar ze diens bezittingen in beslag hadden genomen. De hoofdprijs was 350 kilo cocaïne. Carlos Castaño, de belangrijkste leider van de paramilitairen, bood de regering zijn excuses aan, maar hij zal wel begrip kunnen opbrengen voor zijn kameraden. Zijn familie diende vroeger in het privé-leger van drugsbaron Pablo Escobar.

Het Colombiaanse leger staat machteloos. Al anderhalf jaar lang brengen 15.000 verzetsstrijders 130.000 manschappen de ene na de andere nederlaag toe. Veel streken staan nominaal onder controle van het leger, maar de slechtgetrainde recruten verlaten zelden hun kazernes en buiten de poorten delen verzetsstrijders, autodefensas of mafiosi de lakens uit. Ruim de helft van het leger is bovendien niet inzetbaar, omdat de infrastructuur - wegen, vliegvelden, stuwdammen, krachtcentrales, telefooncentrales, pijpleidingen - beschermd moet worden tegen sabotage. Ook dat wil niet lukken: onlangs ging de belangrijkste oliepijpleiding van het land de lucht in - voor de 52e maal dit jaar.

Kern van het probleem lijkt te zijn dat het bestaan buiten de wet in Colombia een lucratieve en geromantiseerde levensstijl is geworden. Of men nu strijdt voor het marxisme, de natie, de cocaïne of alledrie tegelijk; het maakt eigenlijk niets uit. Veel guerrillastrijders hebben bij toerbeurt in dienst van de FARC, de paramilitairen of de cocaïnemafia gestreden. Strijd - met alle wreedheid waarmee dat in Colombia van oudsher gepaard gaat - is een doel op zich. Het aanbod van de overheid aan het verzet om zich tot politieke partij om te vormen, is geen alternatief. Maar liefst 1.600 linkse politici werden de afgelopen jaren door doodseskaders vermoord.

Het aanblijven van de vleugellamme president Ernesto Samper maakt de zaken nog gecompliceerder. Zijn vredesinitiatieven worden zowel door het leger als de opstandelingen genegeerd. Meteen na Sampers verkiezing in 1994 kwam er een telefoontap boven water, waarin een baas van het Cali-kartel met een bevriende journalist sprak over de zes miljoen dollar die hij in de campagne van Samper had gestoken. Samper bevindt zich sindsdien in een internationaal isolement. De Verenigde Staten hebben Colombia tweemaal op rij op de zwarte lijst gezet van landen die de strijd tegen de drugs tegenwerken. Sampers visum voor de VS is vorig jaar ingetrokken.

Maar de president is een overlevingskunstenaar. Vorig jaar zorgde zijn Liberale Partij ervoor dat het Congres hem ondanks overweldigende bewijzen van alle blaam zuiverde. Dat kreeg Samper alleen voor elkaar door steun te kopen. Zijn regeringsperiode wordt gekenmerkt door een stroom corruptieschandalen. In de ogen van de Colombianen is het presidentieel paleis nu het meest corrupte instituut van het land. De politiek heeft nog maar weinig krediet.

Toch wil de ironie dat juist de afgelopen drie jaar de strijd tegen de cocaïnehandel is geïntensiveerd. Er is wetgeving aangenomen om bezittingen van drugscriminelen te confisqueren en binnenkort neemt het Congres een wet aan die uitlevering van verdachten aan de Verenigde Staten weer mogelijk maakt. De nieuwe uitleveringswet heeft echter geen terugwerkende kracht, zodat Sampers vroegere broodheren hun imperium kunnen blijven leiden vanuit de gevangenis.

In een sfeer van defaitisme gaat Colombia dit weekeinde naar de stembus. De eens robuuste economie verkeert in een crisis. Sinds Sampers aantreden zijn 300.000 boeren op de vlucht geslagen voor het geweld - in het voorgaande decennium waren dat er al 600.000. Maar de geschiedenis leert dat het in Colombia altijd weer een graadje erger kan.