Engelsman in de woestijn

William Dalrymple:. A journey in the shadow of Byzantium. HarperCollins, 483 blz. ƒ 65,60

In 587 gingen de monniken Johannes Moschos en Sophronius op reis uit het klooster van Sint Theodosius bij Bethlehem. Zij zwierven tot 619 als pelgrims door het oostelijke Middellandse-Zeegebied. Toen stierf Moschos in Constantinopel, na de voltooiing van een boek over hun belevenissen dat eeuwenlang een Byzantijnse bestseller bleef. In 1992 is er een nieuwe vertaling van uitgekomen: The Spiritual Meadow.

William Dalrymple, een jonge Schot die indruk gemaakt heeft met twee eerdere reisboeken, is Moschos gaan navolgen. Dat wil zeggen, hij heeft de streken en kloosters bezocht die bij zijn voorganger beschreven staan. Hij heeft zijn eigen volgorde bepaald: niet van Bethlehem uit, maar van de berg Athos in Griekenland, door Turkije heen en dan zuidwaarts naar Egypte, waar hij eindigt bij de Grote Oase van Kharga in de verre woestijn. Hij had er geen twee-en-dertig jaar voor nodig, vijf maanden waren genoeg.

Wat hij gemeen heeft met Moschos is dat ook hij kijkt hoe het met de Orthodoxe Kerk staat. Hij is op de hoogte van de politieke en de kerkgeschiedenis en een enthousiast in de kunstgeschiedenis. Zijn geleerdheid doseert hij bescheiden, zodat het nooit lang duurt of wij keren terug naar reisindrukken, interviews en avonturen. Hij schrijft over veel oude en nieuwe gewelddaden, over haat en vrees, moord en verwoesting. Wie een optimistische kijk op de toekomst van de mensheid zoekt moet hem overslaan. Tegelijk is hij opwekkend, die energieke onderzoeker met zijn talent voor beschrijving en zijn gevoel voor komedie.

Kort na 600 begonnen de aanvallen op het Orthodoxe christendom aan de zuidelijke kant van het Byzantijnse keizerrijk, eerst door de Perzen en toen door de Arabieren. Veertienhonderd jaar later is die ontwikkeling bijna voltooid. Er zijn alleen hier en daar nog wat bedreigde resten van het Christendom over. Tussen dat begin en dit eind is een verband te onderscheiden, maar het is te lang uitgerekt om van de periode een eenheid te maken. Wie er toch een geheel in probeert te zien verdwaalt in het onafzienbare verleden waar af en toe een klooster uit de woestijn opdoemt en dan weer honderd jaar niets.

De lezer die de kerkgeschiedenis nader wil leren kennen zal zich door dertien pagina's bibliografie van The Holy Mountain moeten laten leiden tot nader onderzoek. Wie daar geen zin in heeft, kan van dit boek al veel verwonderlijks navertellen, niet alleen over het Byzantijnse rijk maar ook over de vermogens, de verzinsels en de gemeenheden van de mens door de eeuwen. Of het allemaal onweerlegbaar waar is wat er staat, dat zou een te academische vraag zijn. Veel van de indrukken blijven voor rekening van Dalrymples informanten, al schrijft hij hun als een echt verteller in gezelschap bijna altijd iets van zijn eigen toon toe en een vlot gesproken Engels.

Maar wat een verhalen!

Wonen er nog Armeniërs hier?, vroeg Dalrymple aan twee bouwvakkers in Urfa (Zuid-Turkije) die werkten aan de metamorfose van een kerk tot moskee. Allemaal weg!, antwoordden zij lachend. Eén maakte een gebaar van keel-afsnijden met zijn troffel. Waarheen dan? Naar Israel, beweerde de ander met een nog bredere grijns. Maar lsrael is toch voor joden? 'Jews, Armenians - same thing,' zei de spreker.

In Syrië vertelde de metropoliet van Tel Ada dat er herbouwd gingworden: het klooster en ook de zuil voor de pilaarheilige. Als symbool? Nee,er komt er een op. Werkelijk levenslang? Misschien met aflossingen. 'A kindof relay stylitism?' - 'If you like.'

In Libanon waagde Dalrymple zich buiten Bsharre in een diep dal waar het verlaten patriarchaat van de maronieten, de christenen die veel van de verantwoordelijkheid voor de burgeroorlog dragen, ligt. Hij mocht blij zijn dat hij er weer uit kon komen. Op de terugweg in de schemering hoorde hij langs het pad achter zich de bosjes kraken en zag een oude man in een donkere pij: 'Je suis le père ermite. Le dernier ermite du Liban.'

In het door Israel bezette Palestijnse dorp Biddhya vertelden de inwoners hoe zij pas na zeven moordpogingen van hun collaborerende burgemeester Abu-Zeid verlost waren. Hij werd de eerste zes keer telkens opnieuw opgelapt door de Israeliërs. Toen hij eindelijk dood was, werd hij met benzine overgoten en verbrand voor de zekerheid. De resten werden uitgereikt aan zijn vrouw die ze op de vuilnishoop gooide. 'Hij had een meid in Kif Harith. Zijn vrouw dacht net zo over hem als wij.'

Buiten het Koptische klooster van Deir al-Muharraq in Zuid-Egypte waren weer eens twee monniken en twee toevallige voorbijgangers doodgeschoten door islamitische fundamentalisten. Natuurlijk blijven wij hier, zei een van de overlevenden: er zijn hier al christenen sinds Herodes, en deze vervolging is niets vergeleken bij vroeger. Wanneer dan? 'Onder Diocletianus bijvoorbeeld; dat was pas vervolging!'

Enkele dagen later overdacht Dalrymple in de woestijn buiten Kharga zich vijf maanden sinds het vertrek uit Griekenland. Het werd donker, er kwam een kille wind opzetten en een vlucht ibissen streek neer bij de oude tempel. Ook Moschos had daar gestaan, waarschijnlijk. Het is een pianissimo slotakkoord na alles wat wij hebben meegemaakt in de loop van het boek. Tegen deze reis- en levenslust in zo'n gevaarlijke lijdzame wereld is geen conclusie opgewassen.