Een nobele zwarte

'De reactie van de zwarte mens op Othello is heimelijker en veel gekwelder dan men zich kan voorstellen', schrijft de Nigeriaanse schrijver Ben Okri in zijn essay-bundel Een vorm van vrijheid, waarvan deze week de Nederlandse vertaling verscheen. Hij wijdt een mooie, lange beschouwing aan Shakespeares stuk, waarin, zoals bekend, de zwarte veldheer Othello wordt opgehitst en misleid door zijn vaandrig Jago.

Gedreven door jaloezie en door heimelijke liefde voor Othello's vrouw Desdemona, overtuigt Jago zijn meester met list en bedrog van het overspel van zijn vrouw. Uiteindelijk vermoordt Othello zijn geliefde Desdemona.

Volgens Okri kon Shakespeare, 'als blanke van zijn tijd', zijn titelheld 'niet een volledig gelijkwaardige menselijkheid gunnen'. Alleen 'door hun innerlijke werkelijkheid te verkleinen' kunnen blanken zwarten accepteren: 'hun ziel wordt met leegte gevuld'. Vandaar, volgens Okri, Othello's naïviteit; hij is de ware zelfbedrieger, de blanke mythe van de zwarte man. Het meest irritant vindt Okri zijn nobelheid: 'Wanneer een zwarte in het Westen als nobel wordt afgeschilderd, betekent dat meestal dat hij onschadelijk is gemaakt'. Okri schrijft: 'Wat mij dwars zit is Othello's neutraliteit en sociale onmacht' en: 'Het doet pijn om Othello te zien'.

Over de betekenis en functie van de huidskleur van Othello zegt Okri nog veel meer behartigenswaardigs ('Elke zwarte man die wel eens is uitgegaan met een blanke vrouw weet dat er een hoop Jago's rondlopen'), maar opvallend is dat hij de meest voor de hand liggende vraag niet stelt. Wat was er van Shakespeares stuk, in dramatisch opzicht, overgebleven als Othello niet zwart maar blank was geweest? Hoe noodzakelijk is het dat Othello zwart is? Is het noodzakelijk dat we ons niet alleen bewust zijn van Othello's huidskleur, maar ook van de positie van de zwarte in een blanke omgeving, in Shakespeares tijd evenzeer als nu, om het stuk te doorgronden en te begrijpen?

Ik geloof het niet. Okri's observaties zijn belangwekkend en werpen een ander licht op het stuk, maar per se geen nieuw licht. Zelfs de begin-scènes, waarin de vader van Desdemona zich verzet tegen de verbintenis van zijn dochter met Othello, zouden onverkort gehandhaafd kunnen blijven als de titelheld blank was geweest. Ook zijn ongeloof dat 'een schuchtere maagd' verliefd zou kunnen worden 'op wat zij niet dan huiverend aan kon zien', zou kunnen slaan op een blanke. De (toneel-)literatuur wemelt van vaders die zich verzetten tegen de partnerkeuze van hun dochter, net als de werkelijkheid trouwens.

Wat Okri over het hoofd ziet, zijn de regels van het drama. Othello is naïef, zeker, maar dat moet hij ook zijn. Niet omdat hij zwart is, maar omdat er anders geen drama is. Aristoteles stelt in zijn Poëtica dat karakters hetzij goed hetzij slecht moeten zijn en dat de hoofdpersonages in een tragedie, anders dan in een komedie, zelfs beter moeten zijn dan de gewone mens. Willen bij het publiek 'medelijden en angst' gewekt worden, dan moeten deze bij voorkeur hooggeplaatste personages zelf de oorzaak zijn van hun ongeluk en lijden. En willen diezelfde gevoelens van medelijden en angst (heel 'wetenschappelijk' beschrijft Aristoteles de impact van een drama consequent met deze woorden) nog op een hoger plan gebracht worden, dan moet de ene bloedverwant de andere leed berokkenen (lees: vermoorden) zonder dat hij weet wie hij voor zich heeft, en pas daarna volgt herkenning. Precies om deze reden bekritiseert Aristoteles Medea, waarin het titelpersonage haar kinderen willens en wetens vermoordt.

Op de door Aristoteles voorgeschreven manier blijven de personages 'goed' en is hun afschuwelijke daad op optimale wijze dramatisch. Shakespeare houdt zich aan dit adagium (dat waarde heeft omdat het inderdaad klopt en niet alleen omdat Aristotles het voorschrijft). Othello weet weliswaar wie hij voor zich heeft, maar hij is verblind en misleid door Jago: hij weet niet dat Desdemona een toonbeeld van trouw is in plaats van een overspelige echtgenote. De Desdemona die hij vermoordt, 'kent' hij niet dan pas na zijn daad.

Om deze reden is Othello naïef en zo irritant nobel en niet omdat hij als door een blanke geschapen zwarte een lege ziel heeft.