Een ananas wordt een slome schildpad; Maak je eigen groente-beesten

Joost Elffers: Play with your food. Uitg. De Harmonie, Prijs ƒ 34,90.

Teken je graag een stroophoofd op je pannenkoek, maak je in de stamppot een eiland met ophaalbrug en jusslootgracht? Joost Elffers, een Nederlander die in Amerika woont, laat zijn eten elke avond koud worden. Hij moet er eerst uren mee spelen. Het liefst maakt hij van fruit of groente iets heel anders: een bos uitjes wordt een troep aanstellerige meisjes, een ananas een slome schildpad.

Spelen met eten is een van de lievelingsbezigheden van Joost Elffers. Hij raadt het iedereen aan. Twintig jaar geleden doken zijn eerste kogelronde knalrode muizen op in een boek over garneren, het mooi versieren van eten. Ze kropen rond in een glanzend gele Emmenthaler kaas, en ze hadden veel weg van radijzen. Nieuwsgierige radijsmuizen, met een gezichtje en een staart.

Na het boek met de muizen maakte Joost Elffers boeken over andere spelletjes, zoals tangram, een oud Chinees spel waarbij je van zwarte driehoeken platte poppetjes maakt, en origami, Japanse vouwkunst. Tegelijkertijd bleef hij zoeken naar groente- en fruitdieren. Een paprika lijkt soms net een kameel, een teen knoflook een snaterend gansje, een aardappel een knorrend beest. Ze staan nu allemaal mooi op de foto in een groot dik boek dat onlangs verscheen. Play with your food heet het; 'speel met je eten'. Het is in het Engels omdat het boek niet alleen in Nederland, maar ook in Amerika en Duitsland te koop is.

Gelukkig is het helemaal niet nodig om het boek te lezen. Als je goed kijkt, zie je vanzelf hoe Joost Elffers zijn beesten gemaakt heeft. Eigenlijk is het makkelijk. Vaak hebben de vruchten die hij uitzoekt al een soort gezicht. Elffers staat elke dag uren bij de groenteboer om knobbelige vruchten uit te zoeken.

Nederlands fruit en groente vindt hij maar niets, zei hij laatst in het televisieprogramma De Plantage. Het lijkt veel te veel op saaie gladde balletjes: oranje balletjes (sinaasappels), rode balletjes (tomaten), gele (citroenen) en groene balletjes (appels). Je moet dus goed zoeken, liefst op een markt, in een biodynamische winkel of bij een klein groentenboertje. Supermarkten verkopen bijna geen grappige vruchten. Alleen aardappels willen nog weleens vanzelf ergens op lijken, en een prei heeft alvast een bosje krulhaar klaar (als je hem omdraait).

Met kruidnagels, bonen, olijven, jeneverbessen of noten (bijvoorbeeld geraspte amandelen) maak je ogen en als je wilt ook tanden. Soms zitten er al vanzelf vlekken op je uitverkoren groente, die aan ogen doen denken. Oren maak je bijvoorbeeld van een gemberwortel, van lofbladeren of peultjes. Je kunt van citrusvruchten, zoals citroenen en mandarijnen, ook aan weerszijden kleine driehoekjes lossnijden en die omklappen tot puntoren. Een extra tip voor aardappelhoofden, die niet in het boek staat: leg ze nadat je het gezicht hebt gemaakt lekker lang in een donkere kast. Na een paar weken kijkt een heel nieuw gezicht vol snorren en baarden je aan.

De gekste bekken in Elffers' boek hebben de pompoenen. Voor Amerikanen is dat misschien geen grote verrassing. Alle kinderen in Amerika snijden elk jaar gezichten uit pompoenen voor Halloween, een lampionnenfeest dat wel een beetje lijkt op Sint Maarten. Binnenkort is het weer zover: de avond van 31 oktober verkleden ze zich, meestal als tovenaar of griezel, en gaan met hun uitgeholde pompoen waar een kaars in brandt langs de deuren om snoep op te halen. De deksel is het kapje met de steel. Joost Elffers pompoenkoppen kijken grimmig, geniepig of bang. Hun steeltje is neus geworden.

Zou vies eten nou lekkerder worden als je er iets van maakt? Is een spruitenvis minder bitter dan een spruitenknolletje? En zou een groene peperwurm minder scherp zijn omdat hij zo lief kijkt? Waarschijnlijk niet. Maar een ding is zeker: het trakteren van mandarijnen wordt een stuk minder saai, als de mandarijnen ogen, oren en een pruimenmondje hebben.