De hiiiiiiiiiie-boor

In de wachtkamer van de tandarts is het meestal doodstil. Soms ritselt iemand met de bladzijde van een tijdschrift. Maar achter de deur hoor je: hiiiiiiiiiiiiiiiiéiiiiiiiéiiiie. Heel lang. Dat moet de boor zijn. Of: grgrgrgrgrgrgrg. En: brbrupbrbrbrup. Daarna gekletter en stromend water. Fsssssh, fssssh, fsssh. Daarna hoor je wat gemompel. Het belletje gaat. Je maag trekt samen van angst. Jij moet naar binnen.

De behandelkamer lijkt wel een martelkamer. Er staat een stoel met een grote lamp erboven. Daar moet de verdachte zitten. Jij! Je krijgt het felle lamplicht in je gezicht en ze gaan vragen stellen: heb je vorige week dinsdag om vijf uur 's middags in de fietsenstalling banden laten leeglopen? Beken maar! Hiiiiiiiéiiiiiie! De boor giert al naast je oor.

Dat gebeurt allemaal niet. De tandarts geeft je een hand en wijst op de stoel. Ga maar zitten. Hij pakt een klein spiegeltje aan een metalen stokje en maakt het warm zodat het niet meer beslaat als je er op ademt. Hij neemt in zijn andere hand een tangetje met een krom uiteinde en zegt: doe je mond maar open. Hij knipt de lamp aan. Die schijnt niet in je ogen maar in je mond. Je wordt weer een beetje rustig.

De tandarts voelt met het metalen puntje van het tangetje tussen en rond al je tanden. Dat is eigenlijk wel lekker. Soms pakt hij een slangetje dat lucht blaast als hij op een knopje drukt. Fssssh, fsssssssssh, fssssh. Hij blaast ermee tegen een tand, schraapt met zijn metalen pennetje over de tand en kijkt nog eens goed. Heb je last van je tanden? Poets je daar achterin wel goed? Vraagt hij. Eeee. Aaaa. Dat is alles wat je met open mond kunt zeggen. De tandarts kijkt ook of je tanden een beetje recht groeien en of je tandvlees niet ontstoken is, maar hij is vooral op zoek naar gaatjes.

Iedere tand of kies bestaat uit drie delen. De buitenkant is van keihard glazuur. Het lijkt wel kiezelsteen. Daarbinnen zit tandbeen. Dat is ook vrij hard, maar het bestaat net als je bot uit cellen en holle buisjes. Het derde deel, het binnenste deel van iedere tand bevat zenuwen en bloedvaatjes. En leeft. Hij groeit niet meer als hij eenmaal is gemaakt, maar hij voelt warmte, kou en vooral druk. Als je op een steentje bijt voel je dat onmiddellijk.

Een gaatje in je tand is altijd eerst een zwakke plek in het glazuur. Gaatjes ontstaan door bacteriën die bij iedereen in de mond leven. Ze horen daar. Ze helpen een beetje bij de spijsvertering en ze zorgen ervoor dat andere bacteriën waar je flink ziek van kunt worden niet makkelijk in je mond kunnen gaan groeien. Sommige soorten hebben als nare eigenschap dat ze uit de suikers die je eet een soort nat meelpapje maken. Dat plakt op je tanden, kiezen en tandvlees. Het plakkende papje heet tandplaque. Als de mondbacteriën plaque maken komt er ook melkzuur vrij. De plaque is dus zurig en daarvan lost je tandglazuur een beetje op. Als dat steeds maar doorgaat ontstaat op een zwakke plaats in het glazuur een putje. De tandarts ziet dat als een bruin vlekje. Dat wordt langzaam een kanaaltje dat uitmondt in je tandbeen. Daar kunnen de bacteriën beter groeien want tandbeen is niet zo hard. Als het zover is, ziet de tandarts soms iets in je tand zitten dat op een omgekeerd bruin paddestoeltje lijkt. Het steeltje is het kanaaltje door je glazuur en de hoed is de grotere rotte plek in je tandbeen. Pijn hoeft zo'n gat nog niet te doen. Maar als je hete thee drinkt, of koude Cola, dan prikt zo'n plaats wel. Echt kiespijn krijg je pas als de bacteriën ook in de buurt van de zenuwen middenin de kies komen.

Heb je een gaatje, dan komt de boor er aan te pas. Eerst boort de tandarts het gaatje in het glazuur schoon. Die boor draait wel driehonderduizend toeren per minuut. Het is de hiiiiiiiiiie-boor. Er spuit water uit. Dat koelt, waardoor je tand niet heet wordt bij het boren. Daarna moet de groeiplaats van de bacteriën in het tandbeen nog worden weggeboord. Daarvoor gebruikt de tandarts een langzamere boor (grgrgrgrgr). Met wit plastic of hars, maar meestal met grijs amalgaam, vult de tandarts tenslotte het schoongemaakte gat. Het amalgaam komt uit een apparaatje (brupbrbrbrup).

Gaatjes kun je voorkomen door geen plaque te laten groeien en je tanden sterk te maken. Dat gebeurt als je poetst met tandpasta waar fluoride in zit. Poetsen haalt de plaque weg en de fluoride maakt je glazuur harder. Je kunt de boor vermijden door niet de hele dag door te snoepen of frisdrank te drinken. Als je snoept, eet dan alles in een keer op, en poets daarna je tanden. Dat is de beste snoepwijze tegen gaatjes, maar je kunt natuurlijk misselijk worden van veel snoepen ineens.