De boom in de boom; Giuseppe Penone's 'arte povera' in Tilburg

Boomschors, de afdruk van een ooglid, schubben van een vervelde slang, het oppervlak een blok marmer: de huid is belangrijk in de kunst van de Italiaanse kunstenaar Giuseppe Penone: “Alles gebeurt door het oog en de vingertoppen”, vindt hij. Daarom is het een kwelling dat je zijn werk in De Pont in Tilburg niet mag aanraken.

Giuseppe Penone: beelden en tekeningen. De Pont stichting voor hedendaagse kunst, Wilhelminapark 1, Tilburg. T/m 8 februari 1998. Di t/m zo 11-17 uur, ma gesloten (behalve op erkende feestdagen). Catalogus 224 blz., Prijs ƒ 35,-.

Horizontaal tussen een rij jonge berken hangt in het museum een lange boomstam van kristal. Het kristal is zwaar en zou de berken verpletteren als hij niet ondersteund werd door ijzeren stutten. Ondanks dit gewicht wedijveren de ijle takken en de transparante stam met elkaar in broosheid. Het kristal oogt als een bundel gestold licht, of als een stromende beek. Het is een toverachtig gezicht.

Voor de beeldhouwer Giuseppe Penone (Gerassio, Italië, 1947) horen zwaarte en gewichtloosheid onlosmakelijk bij elkaar. Massa en het immateriële, kristal en licht, rotsblokken en water zijn voor Penone manifestaties van een en hetzelfde principe, en zichtbaar te herleiden tot de oerbron van waaruit alles is ontstaan. Zijn tekeningen en beelden vormen een schitterend loflied op het oude beginsel van het 'panta rhei' van Griekse filosoof Heraclitus, de gedachte dat alles vloeit, en voortdurend in beweging is. Dit vlieden en vloeien, van tijd en van materie, doortrekt volgens Penone de hele wereld, inclusief de mens. Hij schrijft: 'Het tijdsbesef van een vlinder, een bloem, een boom, een dier, een mens, een steen, een berg, een rivier, een zee, een continent of een atoom brengt de oneindige verscheidenheid van het denken en van de vormen van het universum voort.'

In de voormalige wolspinnerij in Tilburg van De Pont, een stichting voor hedendaagse kunst, is een overzicht te zien van werk van Penone. Penone, de jongste vertegenwoordiger van de Italiaanse arte povera aan het einde van de jaren zestig, vond vrijwel onmiddellijk erkenning voor zijn kunstenaarsschap. Tot zijn vroegste werken behoren de 'uitgepelde bomen'. In dikke, oude boomstammen legde hij de verborgen jonge boomstam bloot door geduldig laag na laag weg te halen. Zorgvuldig beitelde hij om de takken heen totdat ook de twijgen weer tevoorschijn kwamen. Op 22-jarige leeftijd ontpelde hij bij wijze van zelfportret een boom tot op de 22-ste jaarring. Op de tentoonstelling is een boom te zien die een paar jaar geleden door Penone is bewerkt, getiteld Deur-boom, een stuk stam van 120 centimeter doorsnede en 250 centimeter hoog. Hij hakte een rechthoekige opening in het hout. In die opening zien we de jonge versie van de reus. De dunne takken tekenen zich aan de buitenkant af als grote knoesten.

Ruwe materie

Met dit uitpellen sluit Penone aan bij een oude en eerbiedwaardige traditie in de beeldhouwkunst. In de zestiende eeuw omschreef Michelangelo de taak van de beeldhouwer immers als het bevrijden van het beeld uit de ruwe materie: al hakkend en beitelend zoekt de kunstenaar zich een weg naar de verborgen vorm. Het concept van de 'Deur-boom' is verbluffend in zijn eenvoud en letterlijkheid.

'Arte povera', dat letterlijk armoedige of povere kunst betekent, is een merkwaardige term. Want armoedig is de kunst van Penone helemaal niet; evenmin trouwens als de kunst van geestverwanten als Giovanni Anselmo of Mario Merz. Het is poëtische kunst, vaak geïnspireerd door de natuur. Takkenbossen, keien en neonlampen zouden eventueel 'armoedig' genoemd kunnen worden, maar deze kunstenaars gebruiken even goed brons, marmer, bladgoud of lapis lazuli. Arte povera was een reactie op de strenge, ideologische Amerikaanse kunst die zowel invloed had in die tijd, ook in Europa: de koele, beredeneerde minimal art van Sol LeWitt en Donald Judd, die de kunst reduceerden tot haar meest wezenlijke principes. De arte povera-kunstenaar zochten eerder naar het tegenovergestelde. Zij wilden de vrijheid hebben om de omringende wereld de kunst binnen te halen, een wereld waarin alledaagse dingen, wanneer ze in aanraking komen met de beeldende fantasie en oude verhalen een diepere, zelfs magische betekenis kunnen krijgen. Het woord 'povera' kan bij Penone wel gebruikt worden in de zin van kwetsbaar en vergankelijk. Zijn beelden ontlenen een belangrijk deel van het poëtische karakter aan hun broze, vergankelijke uiterlijk. Textuur en 'huid' spelen daarbij een belangrijke rol. Huid in allerlei verschijningvormen: de schors van de boom, de huid van een ooglid, van een vervelde slang, van een blok marmer, de textuur van bladeren of van een rimpelend wateroppervlak, de palm van een hand. Penone omschrijft ' de huid van de zee als de huid van marmer', en hij zegt dat 'de stromingen in de zee zijn als steenaderen'. Hersenen zijn 'een waar landschap, met dalen, rivierbeddingen, bergen en vlakten, een reliëf dat lijkt op een aardkorst'. Penone laat zien hoe water, marmer en hersenen aan elkaar verwant zijn in een prachtige serie fotowerken met marmer. De plaat zwartwit geaderd marmer gaat naadloos over in een landschap van groeven .

Duimen

Penone bedient zich dan ook veelvuldig van de frottage-techniek, waarbij door wrijven of afdrukken een textuur wordt overgebracht. Bij De Pont hangen een aantal kristallen stammen aan de wand, omgeven door houtskooltekeningen die bestaan uit afdrukken van Penones duimen. De structuur suggereert een waas van gebladerte om het kristal heen. Een andere wand wordt bedekt door een grote frottage van een patroon dat doet denken aan aderen vlak onder de huid, gedaan in houtskool op linnen. Gipsen afdrukken van oogleden zijn erover verdeeld. Het is alsof deze ogen naar binnen kijken in plaats van naar buiten. Dit naar binnen kijken is iets dat al heel lang bij Penone een rol speelt. Bijvoorbeeld in Rovesciare i propro occhi (1970) ('de eigen ogen achterstevoren zien'), toen hij zijn ogen bedekte met spiegelende lenzen die de wereld weerkaatsen en de ogen onzichtbaar maken.

Zo hangt alles met alles samen op deze tentoonstelling. De verschijningsvormen van steeds diezelfde thematiek van groei en van vloeien en vlieden hebben zich als vanzelf vermeerderd, van boom naar bladeren, rivier, stenen, marmer, zee en mens. Een van de meest recente beelden is de Wervelboom. In het hart van het beeld ligt een menselijke schedel. Eromheen vormden zich lagen van kalksteen, als de schillen van een ui. De lagen, de segmenten van het bouwsel, liggen naast elkaar. Op de plaats onderaan de schedel waar het ruggenmerg ontstaat, een vitaal, kwetsbaar deel van het menselijk lichaam, is een kristallen boomstam ontsproten.

Prachtig zijn ook de grote wandtekeningen van concentrische lijnen. In het centrum staat de vingerafdruk van Penone, hij beroert een wateroppervlak en de rimpelingen deinen nu uit over de muren. 'Alles gebeurt door het oog en de vingertoppen', zegt Penone. Zo is het ook met de tentoonstelling. Aanvankelijk zie je uiteenlopende objecten en materialen, maar al gauw ontstaat dan, louter door te kijken - aanraken is verboden, wat in dit geval af en toe een ware kwelling is - de samenhang, de eenheid en de verbanden worden duidelijk en onontkoombaar.