Code Haagse ambtenaren

DEN HAAG, 24 OKT. “De emotie en de wens om tot een bepaalde beroepsgroep te horen, is belangrijk. Het is ongewoon om te zeggen dat ambtenaren een professie hebben, maar u heeft reden om trots te zijn”, zei burgemeester W. Deetman gisteren in het stadhuis in Den Haag.

Hij kreeg daar als eerste burgemeester van Nederland een beroepscode voor gemeenteambtenaren uitgereikt.

Aanleiding voor het ontwerpen van de beroepscode was een speech van wijlen minister Dales (Binnenlandse Zaken) op een congres van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten in 1992 over “machtsbederf”. “Aantasting van de integriteit van de overheid betekent niet minder dan dat de overheid het vertrouwen van de burgers verliest. En zonder dat vertrouwen kan de democratie niet”, zei ze destijds. En: “Machtsbederf kan in het einde leiden tot gecorrumpeerd worden, corruptie en fraude.”

De ongeveer achtduizend ambtenaren van de gemeente Den Haag kunnen nu lezen aan welke normen en waarden ze moeten voldoen. Dat het vastleggen van de beroepsregels niet eenvoudig is, blijkt wel uit het feit dat de 'regiegroep bevordering integriteit' van de gemeente zich sinds 1994 over het onderwerp heeft gebogen. Het heeft uiteindelijk geresulteerd in een discussiestuk dat volgend jaar - de verschillende artikelen zullen nog in vele sessies worden besproken - een definitief handboekje moet worden.

In 24 artikelen, die uiteenlopen van 'fraude en corruptie' tot 'wat ze moeten weten', staat vermeld hoe een ambtenaar zich zou moeten gedragen om het contact met burgers en bedrijven optimaal te laten verlopen.

“De medewerkers hebben er recht op dat zij niet onnodig blootgesteld worden aan de verleidingen van fraude en corruptie. Dit draagt er ook toe bij dat ze minder vatbaar zijn voor chantage en intimidatie van burgers en bedrijven”, zo staat in de beroepscode.

De code moet ambtenaren helpen bij het afwegen van mogelijkheden en keuzes. “U kunt trots zijn dat u zich kwetsbaar opstelt”, zei Deetman tegen een groep ambtenaren, “maar het bestuur zal u er wel af en toe op aanspreken.”