Cineast Bert Haanstra overleden

HILVERSUM, 24 OKT. In zijn woonplaats Hilversum is gisteren filmregisseur en -producent Bert Haanstra overleden. Hij werd 81 jaar. Voor zijn ongeveer 25 lange en korte documentaires en vijf lange speelfilms kreeg Haanstra nagenoeg alle nationale en internationale filmonderscheidingen, waaronder de eerste Nederlandse Oscar.

Haanstra's speelfilmdebuut Fanfare (1958) is na Turks Fruit van Paul Verhoeven de meest bezochte Nederlandse film. In de jaren vijftig groeide Haanstra uit tot de leidende figuur in de Hollandse documentaire school, die met gevoel voor visuele poëzie het landschap, de nationale geschiedenis en de zegeningen van de wederopbouw bezong. Later zou Haanstra met zijn avondvullende bioscoopdocumentaires Alleman en De stem van het water, vaak met een verborgen camera, de Nederlanders een spiegel voorhouden. In die films prevaleerde naast visuele lyriek ook een groot gevoel voor humor.

Ryclef Rienstra, directeur van de Stichting Nederlands Fonds voor de Film, omschrijft Haanstra als “een meester-cineast”. “Er zijn weinig mensen die dat predikaat verdienen. Haanstra was goed in de korte film, de lange speelfilm en lange documentaires.” Haanstra zette zich enorm in voor jonge filmers. “Hij stelde zijn studio in Laren vaak voor hen open.”

Regisseur Alex van Warmerdam heeft niet alle werk van Haanstra gezien, “omdat ik te jong ben”. “Ik vond Alleman prettig om naar te kijken. Opmerkelijk is dat die film niet is ingehaald door de tijd. Hij heeft dynamiek.” Van Warmerdam omschrijft Haanstra als een echte filmer: “Hij benaderde alles vanuit het beeld. Gisteravond zag ik scènes uit Glas. Prachtig, die humor. Die doet het nog steeds.”