Wie zullen we nu weer nemen?

Hoe hinderlijk is het om in een klein land te wonen. Vergelijk de discussie van critici bij de Booker-Prize eens met die voor Nederlandse literaire prijzen. Niet alleen een ander niveau - het is een andere beschaving.

Ja, maar die Britten hebben meer dan 50 miljoen mensen, dus zijn er 3,5 maal zoveel talenten als hier. Goed, dan vergelijken we Groot Londen (veertien miljoen mensen) met Nederland. Hoeveel getalenteerde auteurs, acteurs, journalisten en andere kunstenaars wonen daar? Ik vermoed: zes tot acht keer zo veel als in dit land.

De Hollandse media hebben daar zichtbaar moeite mee. Zodra een ramp geschiedt bladert elke tv-maker in zijn adresboekje met deskundigen, en iedereen vindt dezelfde namen. Oorlog in Bosnië? Bel Van Rossem. Heleen is voor de ethiek, Beunders voor de pers en als een Engelse prinses overlijdt moet men bij mr. Brusse in Bussum zijn.

Dag- en weekbladen hebben hun eigen zorgen, namelijk wie ze nú weer eens moeten interviewen. Een schrijver misschien? Ja, maar wie hebben de we de laatste twee jaar niet gehad? Bovendien heerst in het land der letteren een luide stilte, volgens Jaap Goedegebuure in HP/De Tijd. Hij vindt dat van het bleek hol geschetter der Maximalen (voorheen Zwagerman c.s.) en van de Generatie Nix (Giphart e.d.) niets is overgebleven. “Veel kekke, grappige, beschaafde, verfijnde, erudiete en onderlegde schrijfsters en schrijvers, maar niemand van onder de dertig, zelfs Serge van Duijnhoven niet, die bereid is deze tijd de maat te nemen en daarvan te getuigen in een provocerend geschrift.”

Geen schrijver dus. Een topacteur wellicht, een rondje Gijs Scholten van Aschat? Het is een bekend vooroordeel dat acteurs buiten hun rol niets te zeggen hebben. Soms is het waar. Van Aschat lijkt een aardige man te zijn en sympathiek is dat hij niet pompeus doet over zijn vak. Voor hem is het 'gewoon dollen, cowboytje spelen'. “Als ik nadenk over wat ik nou zo leuk vind aan acteren, dan is dat het. (...) Het is hartstikke leuk. Kijk, ik ben niet zo'n intellectueel. Ik hou van Ajax en lekker met mijn vrienden een biertje drinken en een beetje slap ouwehoeren.” Drie pagina's lang dus, dan denk ik dus zoiets van: te gek, Gijs.

Een politicus dan maar. De Groene Amsterdammer komt met Roger van Boxtel, een kroonprins van mevrouw Borst. Hij heeft tegen Hans gezegd: “Neem een van de ministers Wijers of Borst. Maar als je niemand bereid vindt, kun je mij altijd bellen.” Niemand belde, dus moet van Boxtel wachten en in die tijd geeft hij onberispelijke interviews. Met D66 gaat het geweldig, met Els Borst is een geweldige keuze gedaan, en hij weet er niets van dat Wolffensperger vermoedelijk een baan bij de NOS krijgt. (“Hij heeft een geweldige verdienste voor de partij”). Het gesprek dat Vrij Nederland voert met Marcel van Dam (ex-politicus, nu voorzitter jury Generale Bank-prijs), heeft meer om het lijf. Nieuws staat er ook niet in, maar ex-politicus Van Dam voert altijd een mooi toneelstukje op en bovendien denkt hij na. Hij is rationalist en gelooft in de Wil - zelf is hij van de ene dag op de andere gestopt met roken en drinken.

Hij gelooft zelfs niet in passies. Onverwachts fel: “Nee, geen moment. Verliefd worden is een besluit, dat overkomt je niet. Je kunt heel goed besluiten om niet verliefd te worden. En daarmee loop je helemaal niks mis.” Het eerste is discutabel, het tweede onzin want onlogisch.

Van Dam denkt misschien ook dat je kunt besluiten om geen misdadiger te worden. Of overkomt dat een mens wel ? Simon Roozendaal geeft het antwoord in Elsevier. De bemoedigende conclusie staat op de voorpagina: 'Biologisch onderzoek kan aantonen of uw kind een misdadige inslag heeft'. Ruw samengevat: kinderen met bepaalde hersenstoringen zijn agressief en hebben meer kans om boef te worden dan anderen. Maar of dat ook gebeurt hangt van meer factoren af en is niet te voorspellen. De vraag is toch: is verliefdheid een hersenstoring of niet?