Verkiezingen Algerije met militair machtsvertoon

Vandaag wordt er in Algerije gestemd voor gemeenteraden en provinciale colleges. De sfeer in Algiers is mat. “Of er verkiezingen zijn of niet, het gevaar is er altijd.”

ALGIERS, 23 OKT. “Het Algerijnse leger is zonder enige twijfel de partij die tijdens deze verkiezingscampagne het meest van zich heeft laten horen.” Dat is de boodschap van de cartoonist van de krant Liberté in een tekening met een niet mis te verstane titel: 'Een matte campagne'.

De visie van de cartoonist is niet ver van de waarheid: er valt maar weinig animo te bespeuren rond de verkiezingen van vandaag voor gemeenteraden en provinciale colleges, volgens de autoriteiten het sluitstuk van een succesvol proces van democratisering. Alleen in de bossen van Baïnem, vlak bij het centrum van de hoofdstad Algiers, gaat het er nu al een week erg luidruchtig aan toe. Het leger zet daar namelijk een grote strijdmacht in. Gevechtshelikopters bestoken de heuvels langs de kust met raketten. De inslagen zijn te horen tot in het hotel El-Aurassi, waar de internationale pers een gedwongen onderkomen vindt.

Ook in de kranten wordt er de afgelopen dagen vooral gesproken over die militaire operatie. Een aantal bunkers waaruit de 'terroristen' of de 'criminelen' - al naar gelang de strekking van de krant - hun aanslagen uitvoeren, is daarbij kennelijk opgeblazen.

In de kranten is een grote hoeveelheid foto's te zien van militairen in actie, vergezeld van titels als 'Nog maar een honderdtal' of 'Bommenlaboratoria uitgeschakeld'. Het zijn obligate koppen die door de overheid opgedrongen worden - bij verzet verdwijnt de krant maanden uit de kiosken.

Maar in de hoofdartikelen wordt het effect van dergelijke operaties toch sterk in twijfel getrokken. Het politieke geweld valt niet zomaar te stoppen met een blitz-offensief, die illusie valt hier niet meer te verkopen.

Ook het enthousiasme van na de presidentsverkiezingen van 1995, toen de bevolking massaal de straat opging om de 'overwinning van het volk' samen met de overwinnaar, president Zéroual, te vieren, is intussen helemaal verdwenen door alle geweld.

Djili Mohamed is 48, hij woont en werkt in het centrum van Algiers. “De jongste drie maanden is er duidelijk meer geweld dan ooit tevoren, meer aanslagen en meer gevaar.” Djili wil wel gaan stemmen (“een nationale plicht”) maar de bezieling is ver te zoeken. De vraag of hij bang is wil hij niet direct beantwoorden.

“Weet je, of er nu verkiezingen zijn of niet, het gevaar is er altijd. Er worden iedere dag aanslagen gepleegd. Als wij ons door de angst laten leiden, komen we ons huis nooit meer uit.”

Pagina 5: Geweld was nog nooit zo bruut als de afgelopen weken

Bij aankomst op de luchthaven van Algiers bekruipt je onmiddellijk het gevoel bij het handje te worden genomen. “Heb je een draagbare telefoon, een kogelvrij vest, verrekijker of een ander 'gevoelig' apparaat bij je”, klinkt het sceptisch. En eenmaal in het betonnen mausoleum El-Aurassi, zogenaamd een vijf-sterrenhotel, wordt al gauw duidelijk dat er hier op veel 'begrip' voor de veiligheidsvoorschriften wordt gerekend. De overheid wil duidelijk ook in het buitenland veel ruchtbaarheid geven aan deze verkiezingen, maar ze wil toch ook vooral geen risico's nemen met de pers.

Dit moet namelijk het sluitstuk worden van een proces van politieke hervormingen dat door president (en ex-generaal) Zéroual - in overleg met de legerleiding - is bedacht om het land politiek te stabiliseren en de moslim-extremisten te isoleren.

Het is een moeizaam proces, na de verkiezingsoverwinning van het Front van Islamitische Redding (FIS) in 1990 (voor de lokale besturen) en de opschorting door het leger van de parlementsverkiezingen in 1992 waarbij het FIS aan de macht dreigde te komen. Daarna zijn er naar schattin 60.000 doden gevallen. President Zeroual is voorstander van een oplossing door onderhandelingen, in tegenstelling tot de radicale legertop die alleen van éradication (uitroeiing met wortel en tak van het moslem-extremisme) wil horen. Maar die onderhandelingen met het FIS, dat nu al jaren verboden is, willen maar niet van start gaan.

Officieel is er trouwens van onderhandelingen geen sprake en blijft het FIS verboden. Dat neemt niet weg dat er toch sterke aanwijzingen zijn dat er naast de electorale agenda nog een spoor bewandeld wordt, zij het achter de coulissen: een paar maanden geleden bijvoorbeeld werden Abassi Madani, de al vijf jaar gevangenzittende stichter van het FIS, en diens adjudant Hachani vrijgelaten. En de gewapende arm van het FIS, het AIS, kondigde een eenzijdig bestand af vanaf 1 oktober, ook al blijft het FIS verboden en kan het niet deelnemen aan de verkiezingen. Voorlopig lijken onderhandelingen verder weg dan ooit. Het geweld is nog nooit zo bruut geweest als de laatste weken.

In Raïs, een dorp ten zuiden van Algiers, blijven nog 600 inwoners over van de oorspronkelijke 3.000. De anderen zijn gevlucht, nadat er in de nacht van 21 september meer dan 100 onschuldige burgers op beestachtige wijze zijn afgeslacht.

Djamila Ismaila, een vrouw van 50, loopt met een verband rond haar linkerhand. Zij kreeg een kogel in haar hand en is gewond in haar schouder. “Mijn vader werd eerst gedood, ik kreeg twee kogels maar ik heb gedaan alsof ik dood was. Toen ik wakker werd zag ik mijn vader en mijn broer liggen met doorgesneden keel, mijn schoonzuster hebben ze op de trap gedood en ook mijn neef van 17.”

Mohamed Alliche is woest: “Hoe bestaat het dat wij geen hulp kregen? Het leger heeft een post op 800 meter van mijn huis, wij werden alle dagen aangehouden bij de controlepost, maar die nacht was er geen hond. Het is waarschijnlijk gewoon wraak voor het feit dat wij hier in het begin massaal achter het FIS stonden.”

Hij vertelt hoe zijn moeder en zijn nicht zijn omgebracht en hoe hij zich samen met zijn acht kinderen op het platte dak van zijn villa - waar nu de Algerijnse vlag wappert - drie uur lang verschanst heeft. “Ze riepen ons toe dat wij met de dictatuur heulen. Ze hebben ons huis in brand gestoken en ze dachten dat wij wel in de vlammen zouden omkomen.”

“Ik ga hier niet weg. Dit is waar ik geboren ben. Nee, ik weet niet of ik ga stemmen. Ik weet niet of het iets uithaalt en er is hier niet veel keuze. De meeste politieke partijen hebben niemand gek genoeg gevonden om zich hier kandidaat te stellen. Er zijn maar twee lijsten en zij vertegenwoordigen uiteraard allebei de regering. Dus waarom gaan kiezen?”