Velen slachtoffer huiselijk geweld

DEN HAAG, 23 OKT. Bijna de helft van de Nederlanders (45 procent) heeft ooit met huiselijk geweld te maken gehad. Dit schrijft het bureau Intomart in een onderzoek, verricht in opdracht van het ministerie van Justitie. Elf procent van de bevolking houdt aan het huiselijk geweld lichamelijk letsel over, bij 27 procent van de bevolking doet dergelijk geweld zich wekelijks of dagelijks voor.

Minister Sorgdrager (Justitie), die het onderzoek gisteren naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, toont zich geschokt over de uitkomsten van het onderzoek. Volgens onderzoeker T. van Dijk zijn “feitelijke futiliteiten” niet uit te sluiten.

De definitie van huiselijk geweld die in het onderzoek wordt gebruikt, luidt “aantasting van de persoonlijke integriteit van het slachtoffer door iemand uit zijn of haar huiselijke kring”. Daaronder vallen (ex-)partners, gezins- of familieleden en huisvrienden.

De onderzoekers van Intomart hebben duizend mensen een lijst toegestuurd. Daarop stonden 32 voorvallen van huiselijk geweld. Enkele voorbeelden: een man hield zijn vrouw zo hard vast dat het pijn deed. Een man toonde zijn echtgenote messen (lichamelijk geweld). Een kind werd regelmatig gekleineerd door zijn vader of mocht zijn eigen post niet open maken (geestelijk geweld). Een huisvriend maakte obscene gebaren. Een bekende verkrachtte de kinderen in het gezin (seksueel geweld).

De duizend ondervraagden moesten de 32 voorvallen op henzelf betrekken. Waren ze regelmatig gekleineerd, waren ze wel eens tegen hun wens betast? De onderzoekers zeggen incidenten te hebben uitgesloten: mensen waren geen slachtoffer als ze zelf aangaven geen noemenswaardige gevolgen te hebben ondervonden, geen lichamelijk letsel hadden opgelopen, de incidenten in minder dan een jaar waren voorgevallen of slechts enkele keren waren voorgevallen.

Ook een kind dat tot zijn achttiende jaar thuis woont en in die periode wel eens een tik krijgt omdat het met eten knoeit of te laat thuiskomt, blijkt in het onderzoek slachtoffer van huiselijk geweld. “Ja”, antwoordt onderzoeker T. van Dijk na enig aarzelen. “De lange periode maakt dat het kind daaronder valt.” Volgens hem hebben de eigen emoties en gevoelens van de ondervraagden in grote mate bepaald of iemand een slachtoffer is van huiselijk geweld of niet. “Dat is ook logisch. Onderzoekers kunnen toch niet bepalen hoe erg pesterijen of een verkrachting voor iemand zijn?”, aldus Van Dijk.

In het rapport staat dat huiselijk geweld in 30 procent van de gevallen leidt tot scheiding of relatieproblemen. Mannen worden in gelijke mate slachtoffer als vrouwen. Over het algemeen doet lichamelijk geweld zich voor bij mannen en seksueel geweld bij vrouwen. In 80 procent van de gevallen gaat het om mannelijke daders. Verzet tegen het geweld helpt, zo schrijven de onderzoekers. In 50 procent van de gevallen stopt het geweld, in 30 procent vermindert het.

In het rapport wordt onder meer gepleit voor meer voorlichting, om het huiselijk geweld uit de sfeer van taboe te halen. Voorlichting is ook nodig om (potentiële) slachtoffers bewust te maken van huiselijk geweld, aan te geven dat verzet helpt, bekenden van slachtoffers attent te maken op de mogelijkheid in te grijpen en daders te laten merken dat hun gedrag niet 'normaal' is.

Ook zouden bekenden van de slachtoffers vaker moeten ingrijpen. Huiselijk geweld zou apart moeten worden opgenomen in lokaal en landelijk veiligheidsbeleid.

Minister Sorgdrager schrijft in een brief aan de Tweede Kamer dat zij de aanbevelingen van de begeleidingscommissie van het onderzoek op hoofdlijnen onderschrijft. Daarbij stelt zij dat met de gegevens uit het onderzoek Justitie, in overleg met diverse maatschappelijke partners, het initiatief kan nemen tot het ontwikkelen van een gerichte brede aanpak. Ook is het nodig de verschillende activiteiten die reeds in gang zijn gezet op het terrein van de bestrijding van seksueel geweld tegen vrouwen en kindermishandeling hierin worden opgenomen.