Sluitstuk Algerijnse 'democratisering'

Voor de Algerijnse autoriteiten vormen de verkiezingen voor gemeenteraden en regionale colleges, die vandaag plaatshebben, het sluitstuk van een succesvolle democratiseringscampagne. Ongeveer veertig - door de autoriteiten goedgekeurde - politieke partijen doen mee aan de stembusstrijd voor 1.541 gemeenteraden en 48 regionale colleges.

Het verboden Front van Islamitische Redding (FIS) heeft opgeroepen tot een boycot van de verkiezingen. In de aanloop tot de verkiezingen werden tien kandidaten vermoord, naar in Algerije wordt aangenomen door de Gewapende Islamitische Groep.

De lauwheid van het electoraat van vandaag contrasteert sterk met de sfeer in november 1995 tijdens de presidentsverkiezingen. Toen ging bijna driekwart van de Algerijnse kiezers, ondanks dreigementen van moslim-extremisten, naar de stembus. President Zéroual, in 1994 al door de legertop aangewezen als president, kreeg bij die stembusstrijd zestig procent van de stemmen en werd aldus in zijn ambt bevestigd. Al voordat de uitslag bekend was, werd er feest gevierd in Algiers omdat velen hoopten dat dit de 'eerste dag van een nieuwe democratie' was.

De parlementsverkiezingen in juni dit jaar, waaraan het verboden FIS niet mocht deelnemen, leidden tot aanmerkelijk minder enthousiasme omdat velen inmiddels hadden geconstateerd dat het geweld nog steeds doorging. De Beweging voor Nationale Democratie (RND) van president Zéroual haalde 155 van de 380 beschikbare zetels. De fundamentalistische Beweging voor een Vreedzame Samenleving (MSP) kreeg 69 zetels, het Front voor Nationale Bevrijding (FLN) 64 zetels, de islamitische Nahda-beweging 34 zetels. De opkomst was beduidend lager dan bij de presidentsverkiezingen van 1995. Volgens vele onafhankelijke waarnemers was er overigens op grote schaal met de uitslagen geknoeid.