Ridders op cilinders

AMSTERDAM-RAI. Tegen zessen lijkt de asfaltvlakte voor de Amsterdamse RAI een druk vliegveld. Een lichting bezoekers van de motortentoonstelling maakt zich op voor vertrek. De lucht trilt van ronkende motoren, terwijl mannen hun leren jassen over wollen sjaals dichtritsen en helmen aangespen, klaar voor de start. Ze taxiën naar de uitgang waar bewonderende politie-agenten hun kentekenbewijzen controleren. Dan manoeuvreren ze verder tot de startbaan. Ze geven gas, de voeten verheffen zich boven het asfalt en weg zijn ze.

Volgens een ervaringswet moet elke goede gevangenis voorzien zijn van een theoretische ontsnappingsroute. Dat bevordert de zielsrust van de gevangenen. Het verkeer, een steeds grotere rij wachtenden voor u, kent de bevrijding van de motorfiets. De motorrijder mag wat andere verkeersdeelnemers verboden is. Zonder kooiconstructie, airbags of katalysator en met een hoger toegestaan geluidsvolume dan de automobilist mag hij tussen de rijen auto's in de file toeren. Dat wordt gedoogd.

Sterker nog: de automobilist moet meewerken aan de vrijheid van de motorrijder. Na overleg met alle verkeersgeledingen, van de Motorrijders Actiegroep tot het Politie Verkeersinstituut, is er een gedragscode opgesteld die het mogelijk moet maken dat motorrijders files doorsnijden. Volgens deze nieuwe consensus moet hij de ruimte krijgen. Langdurig stilstaan of heel langzaam rijden levert nu eenmaal technische problemen op, want “motorfietsen hebben meestal rijwind nodig”, meldt het Korps Landelijke Politiediensten begripvol.

Geen wonder dat tienduizenden de wapperende buitenlucht opzochten, toen de wegen steeds verder dichtslibden. De afgelopen jaren kochten hoofdzakelijk mannen tussen de 35 en 50 jaar hun verloren jeugd terug, maar dan zonder sleutelen. De topsnelheid van een snelle sportauto maakt weinig uit voor wie dagelijks van verkeersdrempel naar file rijdt. Motoren hebben minder ruimte nodig voor een duizelingwekkende acceleratie.

Gelaarsd en in zijn getailleerde leren pak of dikke bomberjack met integraalhelm ziet de motorfietser er uit als een fighter jock, een ridder op cilinders. Hij hoort tot een gilde dat gevaren weet te bedwingen. Per gereden kilometer heeft de motorrijder zeventien maal zo veel kans op een dodelijk ongeluk als een automobilist. Het is juist de charme dat een klapband al fataal kan zijn. Het gevaar bevordert de concentratie. Motorrijders plegen verzet tegen de benauwenis van het verzekerde bestaan. Ze zijn onderling solidair op hun kwetsbare raspaarden.

Veel ongelukken worden veroorzaakt door automobilisten die de motoren niet zien. Maar de nieuwe generatie racemachines, die de berijder in lighouding moet omhelzen, nodigt uit tot het nemen van extra risico's. Afgelopen weekeinde was het mooi weer voor het zogenoemde klaverbladracen. Motorrijders scheuren door de bochten van op- en afritten van autobanen, scheef hangend en met een been naar buiten stekend, net echt.

Zaterdag verongelukte een motorrijder voor de neus van een ongemarkeerde patrouillewagen. Hij had zijn machine te plat gelegd, het achterwiel begon te trillen, hij remde, ging rechtopzitten, werd van zijn machine op de vangrail gelanceerd en bleef dood liggen. Zondag probeerden enkele tientallen motorrijders het opnieuw. Ze werden bekeurd. Ook elders in Nederland vielen of botsten motorrijders. Volgens een woordvoerder van de Algemene Verkeersdienst van de Rijkspolitie horen motorongelukken bij zonnige dagen. “Ze nemen hun kans waar en gaan massaal de weg op”, zegt hij.

Elke motorrijder zal zich distantiëren van dergelijk gevaarlijk gedrag, maar sommigen zullen er onmiddellijk een eigen sterk verhaal aan toevoegen. Zelf zouden ze zo'n bocht beter nemen. Ze zijn alert en hebben de machine wél in de hand. “Je moet een bocht kennen en helemaal overzien en dan kun je er doorheen scheuren”, zegt een 47-jarige man die al zeven jaar op een buikschuiver rijdt. Hij herinnert zich nog met voldoening de flauwe kronkelingen in de Duitse autobaan die hij met 240 kilometer per uur kon nemen.

Op de motor is de man de baas, zijn vrouw of vriendin klemt zich aan hem vast, de borsten in zijn rug, overgeleverd aan zijn stuurmanskunst. Op de racemachines zitten de passagiers echt op de tweede rang, hoog rechtop in de volle wind, terwijl hun man voor op zijn buik achter het stuurmansruitje schuilt. Die vrouwen moeten veel over hebben voor de fantasieën van hun partner. Volgens de RAI rijden steeds meer vrouwen zelf, maar op het parkeerterrein waren er weinig achter het stuur te bekennen. Sommige dappere mannen hadden zelfs het lot van het hele gezin in handen, achterop en in het zijspan. In een zijwagen had een vrouw haar kind op schoot, een taboe achter de kreukelzone van de auto.

Van hogerhand in Brussel wordt gewerkt aan beteugeling. De Brave New World van decibelnormen, sleutelbeperkingen en misschien zelfs ooit nog een katalysator om de kwalijke uitlaatgassen achter te houden. In Nederland worden dijkweggetjes afgesloten waar motorrijders in formatie op zonnige dagen overheen plachten te denderen. Ook de motorfietser lijdt aan congestie. De leuke dingen mogen niet meer. De groei stagneert. Nu er landelijk wel 330.000 motorrijders zijn, beginnen de mensen te klagen. Raymond Grollé, de woordvoerder van de MotoRAI, roept op tot “een stukje verdraagzaamheid” jegens motorrijders die toch onderling sterk verschillen. “Hij zou je buurman kunnen zijn”, zegt hij, en dat klopt. De helden van het asfalt zijn minder uitzonderlijk. De lonesome cowboys van vroeger bewegen zich steeds vaker in groepen voort. Sommige rijders van het eerste uur haken af. Te vol. Er dient zich wel een nieuwe uitdaging aan, een bromparachute of bungee jumping.