Rel Bulgarije over ex-informanten geheime dienst

SOFIA, 23 OKT. In het Bulgaarse parlement zijn gisteren de namen voorgelezen van 23 hoge functionarissen die in het communistische verleden als informant voor de geheime dienst hebben gewerkt. De meest prominente onder hen is de leider van de politieke partij van de Turkse minderheid in Bulgarije, Ahmed Don.

De lijst werd bekendgemaakt door minister van Binnenlandse Zaken Bogomil Bonev, die onderstreepte dat het “slechts om de helft van de waarheid gaat”, aangezien in 1990 het toenmalige ex- of neo-communistische bewind van Bulgarije de helft van de 280.000 dossiers van de geheime dienst heeft laten vernietigen. De toenmalige minister van Binnenlandse Zaken krijgt daarvoor overigens nog een proces.

Bij de 23 namen op de lijst van Bonev gaat het in veertien gevallen om leden van het huidige Bulgaarse parlement: vier van hen zijn lid van de Beweging van Rechten en Vrijheden (DPS), de partij van de Turkse minderheid, vijf zijn lid van de ex-communistische Bulgaarse Socialistische Partij, drie van het Bulgaars Business Blok en twee van de regerende Unie van Democratische Krachten (SDS). De overige negen genoemden zijn lid van hoge juridische organen, de vice-president van de Bulgaarse PTT en de directeuren van twee staatsbanken.

Premier Ivan Kostov heeft gezegd dat alle staatsemployés die blijken voor de communistische geheime dienst te hebben gewerkt, zullen worden ontslagen. Hij zal het ontslag eisen van de vice-president van de PTT en de directeuren van de staatsbanken. Volgens Kostov zouden de genoemde parlementariërs moeten opstappen, maar dit zal niet worden afgedwongen.

De meeste genoemde parlementariërs hebben toegegeven als informant voor de communistische geheime dienst te hebben gewerkt, met het argument 'een patriottische plicht' te hebben gedaan.

DPS-leider Don reageerde echter woedend. Hij sprak van een samenzwering tegen zijn partij, met de bedoeling die van het politieke toneel te verwijderen. “Het is vernederend zelfs commentaar te moeten leveren op de farce van vandaag, een schandelijke vertoning van de parlementaire meerderheid”, aldus Don. “Is het niet vreemd dat van de 100.000 agenten van de vroegere Staatsveiligheidsdienst maar 23 namen zijn genoemd, en dat van de veertien afgevaardigden er vier leiders van de DPS zijn?” Don sprak niet tegen voor de communistische geheime dienst te hebben gewerkt. Maar, zei hij, zijn werk als anticommunist was veel belangrijker. “Ik vocht tegen communistische uitwassen toen zij [de huidige leiders van Bulgarije] zich stil hielden.” Don, een filosoof die ten tijde van het communisme werkzaam was bij de Academie van Wetenschappen, werd in 1985 tot tien jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens zijn verzet tegen de gedwongen assimilatie van de Turkse minderheid door het toenmalige communistische bewind. Hij kwam pas in december 1989, na de val van het communisme, vrij.

Don beklaagt zich al een tijd over 'vervolging' van zijn DPS door zowel de anticommunistische SDS als de ex-communistische BSP. Eind vorig jaar verwierp het Constitutioneel Hof een petitie van 94 BSP-parlementariërs die de DPS wilden verbieden. (Reuter, AFP)