Proces tegen Papon verscheurt rechts in Frankrijk

Veel getuigenissen in het proces tegen Maurice Papon hebben weinig met het strafproces te maken. Het proces groeit volgens rechtse politici in Frankrijk uit tot een giftige manipulatie die de democratie in gevaar brengt.

PARIJS, 23 OKT. 'Genoeg! Genoeg! Genoeg!' stond er dinsdag boven het ingezonden stuk in Le Figaro. Geen alledaagse kop voor de bijdrage van een van de leiders van Frankrijks oppositie. Philippe Séguin, sinds de verkiezingsnederlaag van juni voorzitter van de neo-gaullistische RPR, wil ook niet alledaags zijn. Bovendien vraagt de bedreigde erfenis van generaal De Gaulle om een klaroenstoot.

Amper twee weken nadat in Bordeaux het oorlogsproces tegen de voormalige topambtenaar Maurice Papon is begonnen, ligt de geschiedenis van Frankrijk er als een open doorligwond bij. Verwijten vliegen door het land. De rechtszaal is te klein en dreigt een margetheater te worden. Vichy en de eer van Frankrijk staan op het spel. Zelfs de naoorlogse afwikkeling van het kolonialisme is weer actueel geworden.

Waarover wond Philippe Séguin zich zo op? Over niets meer of minder dan het complot tegen Frankrijk en tegen het gaullisme waar het proces in zijn ogen het product van is. Een complot van linkse en justitiële krachten die alleen extreem-rechts in de kaart kunnen spelen. Met als doel om links wat langer aan de macht te laten. Het staat er allemaal omzwachteld, met veel brede, historiserende formuleringen, maar de conclusie van de leider van Frankrijks grootste oppositiepartij is dramatisch en duidelijk: “Onze samenleving is eenvoudigweg bezig te vergeten dat ze een democratie is.” Om vervolgens de regering-Jospin plechtig op te roepen duidelijk te maken aan welke kant zij staat.

Binnen twee weken is dus het proces tegen een 87-jarige man, die er van wordt beschuldigd tussen '42 en '44 te hebben meegewerkt aan de deportatie van bijna 1600 joden uit de regio-Bordeaux, uitgegroeid tot een giftige manipulatie die de Franse democratie in gevaar brengt. Een maalstroom van falsificaties die en passant de heiligenstatus van generaal De Gaulle, het verzet en de Franse republiek dreigt mee te sleuren.

Séguin is op zijn wenken bediend. In de Nationale Vergadering, waarvan hij tot juni voorzitter was, maakte minister-president Jospin dezelfde dag nog gebruik van het vragenuurtje om te antwoorden. “Dit proces is een goede zaak. Het is niet het proces van een periode maar van een man. Als het gaullisme mee terecht staat, dan is dat niet het werk van de regering of de meerderheid die haar steunt. De aanklager in dat proces is de leider van extreem-rechts Jean-Marie Le Pen.” Tot ontroering van de echte, oude gaullisten van het eerste uur voegde Jospin er aan toe: “Frankrijk is niet schuldig. Frankrijk was in Londen en in de Vercors (waar veel verzetsgroepen actief waren, red.), niet in Vichy. Vichy is de ontkenning van Frankrijk, van de Republiek.”

Daarmee ging Jospin eigenlijk een stap terug vergeleken bij een uitsprak van president Jacques Chirac, die twee jaar geleden bij de herdenking van de beruchte Parijse Vel d'Hiv-razzia van juli '42 voor het eerst de verantwoordelijkheid van de Franse staat voor de collaboratie van Vichy had erkend. De socialist Mitterrand en zijn gaullistische en liberale voorgangers hadden dat steeds geweigerd. “Ja, de criminele gekte van de bezetter is ondersteund door Fransen, door de Franse staat”, zei Chirac in 1995. Jospin lijkt nu bijna terug te keren tot de uitspraak van De Gaulle, die decennia als een loden deken over de geschiedkist van de natie heeft gelegen: “Vichy, c'est nul et non avenu”, Vichy is van nul en gener waarde, vrij vertaald: Vichy heeft nooit bestaan.

Terwijl de nationale politiek zo haar dagelijkse spelletje speelt met de herinnering aan de geschiedenis, bloest ook in de rechtszaal de stroom der getuigenissen regelmatig over de randen van een concreet strafproces tegen één man. Gisteren kwam de permanent secretaris van de Académie Française, de schrijver Maurice Druon, getuigen. Zijn reputatie is boven twijfel verheven, hij streed naast De Gaulle met de Vrije Fransen. Zonder dat hij met enige concrete waarneming 'getuigde', tracteerde deze verdediger van het zuivere Frans de leden van de jury op een regelrechte veroordeling van het hele proces dat naar zijn mening “een belediging” van de 'jury d'honneur' was die in 1982 (op verzoek van Papon) een voorlopig (betrekkelijk positief) oordeel over Papons oorlogsverleden velde.

Binnen en buiten de rechtszaal komen allerlei mensen naar voren die meer hun visie dan hun feiten aandragen, vooralsnog ten gunste van Papon. Terwijl de nabestaanden van de gedeporteerden zich de haren uit het hoofd trekken, komen weduwes en oudverzetsmensen vertellen over hun indruk van de ambtenaar Papon. De verdachte werd er de laatste dagen desondanks steeds bleker van.

Dat was vorige week anders, toen hij met verve zijn eigen staat van dienst als prefect van politie in Parijs onder president De Gaulle verdedigde. Tijdens Algerijnse bevrijdingsrellen in 1961 zijn 200 Franse Algerijnen in de Seine verdwenen, een nooit gerechtelijk opgehelderde zaak, door één historicus direct aan de politie en haar chef Papon toegeschreven. Hard zijn in het nationaal belang, dat was normaal onder Vichy, en bleef het na de oorlog. Dat soort voorbeelden van mentale en praktische verwevenheid van De Gaulle, het gaullisme en Papon pijnigen en verscheuren nu rechts Frankrijk. Met de raison d'état tijdens Vichy én later als bloedrode draad. Dat is waar Séguin tegen vecht, en Le Pen garen bij spint.