Procedure; Comfortabel en clean scheiden

Echtscheiding hoeft niet gepaard te gaan met juridische strijd. Een Deens model, met scheiding zonder tussenkomst van de rechter, strekt tot voorbeeld. Inlichtingen: Vereniging van Advocaat-Scheidingsbemiddelaars (VAS), C.L.M. Smeets, postbus 1110, 3000 BC Rotterdam, tel. (010) 2 24 01 62.

HET HUWELIJK IS als een belegerde vesting: wie er buiten staat, wil naar binnen, wie binnen is, wil naar buiten. Dit Arabische spreekwoord is van toepassing op vrijwel alle echtelieden die op het punt van scheiden staan: eenmaal binnen de ogenschijnlijk veilige muren van het huwelijk blijkt hun partner het paard van Troje te zijn. Toch is het verlaten van de huwelijksvesting, vooral in Nederland, geen sinecure. Hoewel weinigen anno 1997 nog zullen ontkennen dat scheiden - net als trouwen - tot het privé-domein behoort, kunnen gehuwden zich niet van hun partner ontdoen zonder overheidsbemoeienis. Zelfs wanneer echtelieden via een bemiddelende advocaat een gemeenschappelijk verzoekschrift tot echtscheiding indienen, moet de rechter zijn goedkeuring eraan geven. Mocht het scheidingsconvenant de rechter niet zinnen, dan kan hij alsnog tot een terechtzitting overgaan.

Het is een overbodige procedure, zo oordeelde de Commissie Herziening Scheidingsprocedure, die in november 1995 door staatssecretaris Schmitz werd ingesteld om te onderzoeken of de bestaande echtscheidingsprocedure kan worden verbeterd. “De toetsende rol van de rechter bij gemeenschappelijke verzoekschriften en eenzijdige verzoekschriften waarin geen verweer wordt gevoerd, blijkt in de praktijk zeer beperkt te zijn”, aldus de commissie, geleid door oud-minister van Justitie De Ruiter, in haar vorig jaar verschenen rapport Anders Scheiden. Zij stelt voor echtscheiding zonder inschakeling van de rechter mogelijk te maken “in die gevallen waarin sprake is van een verantwoordelijke mate van overeenstemming”. Minimaal één (bemiddelende) advocaat of notaris moet de twee partijen begeleiden bij het opstellen van het scheidingsconvenant en een verklaring tekenen die blijk geeft van hun eenstemmigheid. Een ambtenaar van de burgerlijke stand zou de scheiding vervolgens mogen registreren zonder dat de rechter eraan te pas komt.

De aanbevelingen van de commissie-De Ruiter zijn opmerkelijk. Nog maar een kwart eeuw geleden was echtscheiding met goedkeuring van beide partners bij de wet verboden. Toen stond vooral de schuldvraag bij de scheidingsprocedure centraal: wie had wie misleid of mishandeld? En hoe zwaar werd die schuld door de rechter gewogen? Pas in 1971 erkende de wetgever dat ontrouw of laakbaar handelen door een van de twee partners niet de enige grond voor echtscheiding is. Partners kunnen sindsdien ook met wederzijdse instemming het huwelijk laten ontbinden via een gemeenschappelijk verzoekschrift. De kwaliteit van de scheidingsprocedure werd hiermee belangrijker dan de beweegredenen voor een verzoek om huwelijksontbinding. Maar zelfs partners die in goed fatsoen uit elkaar gingen en op alle punten overeenstemming bereikten, maakten tot enige jaren terug nauwelijks gebruik van die mogelijkheid: de dagvaardingsprocedure met verstekbehandeling was nog altijd een stuk goedkoper, want er komt maar één advocaat aan te pas. Totdat het in januari 1993, dankzij een nieuwe wetswijziging, mogelijk werd voor gehuwden om via inschakeling van slechts een advocaat of notaris een gemeenschappelijk verzoekschrift in te dienen. Het aantal gemeenschappelijke verzoekschriften steeg daarop prompt: van 15,2 procent in 1993 tot 30,9 procent in 1996. Het uiteindelijke doel van de wetgever - minder oorlog en meer onderhandeling tussen de twee partijen - werd al snel bereikt.

Volgens de commissie-De Ruiter zal het aantal echtelijke conflicten nog verder afnemen wanneer de gang naar de rechter niet langer hoeft te worden gemaakt. Een succesvol Deens 'echtscheidingsmodel' ondersteunt deze veronderstelling. In Denemarken kunnen gehuwden sinds jaar en dag een scheiding tot stand brengen via een administratieve procedure. Partners die over een vijftal punten overeenstemming hebben bereikt (de gezagsvoorziening, de alimentatieplicht, toewijzing van de woning, weduwenpensioen en vermogensverdeling) kunnen een gemeenschappelijk verzoek tot echtscheiding indienen bij de districtsgouverneur. De ambtenaar van het districtskantoor beoordeelt het verzoek, prikt een datum voor een gesprek en bemiddelt tussen de echtelieden. Pas wanneer de partijen geen overeenstemming kunnen bereiken, of wanneer de districtsgouverneur de gemaakte afspraken niet goedkeurt, wordt een gerechtelijke procedure in gang gezet. Uit onderzoek van de Deense overheid blijkt dat dit laatste nauwelijks voorkomt: het gesprek met de ambtenaar leidt in de meeste gevallen binnen een uur tot een regeling.

Ook in Nederland wordt de rol van echtscheidingsbemiddelaars steeds groter. Anders dan in Denemarken gaat het niet om ambtenaren van de burgerlijke stand, maar om advocaten die samen met hun cliënten het echtscheidingsconvenant opstellen. In 1990 richtte een tiental in familierecht gespecialiseerde advocaten de VAS op (Vereniging van Advocaat-Scheidingsbemiddelaars). De vereniging heeft inmiddels tweehonderd leden en verricht zo'n 3.500 echtscheidingsbemiddelingen per jaar - een kleine tien procent van het totale aantal echtscheidingen. Leden van de VAS hebben minimaal zeven jaar praktijkervaring in het familierecht en hebben een gespecialiseerde opleiding echtscheidingsbemiddeling gevolgd. In het rapport Anders Scheiden van de commissie-De Ruiter wordt het werk van de advocaat-scheidingsbemiddelaars toegejuicht. “Scheidingsbemiddeling door een rechtsbijstandverlener is een zeer bruikbare methode van hulpverlening in scheidingszaken. Zij kan een belangrijke bijdrage leveren aan de reductie van geschillen tussen scheidende echtelieden.”

Toch bewijst de toenemende belangstelling voor echtscheidingsbemiddeling bij de advocatuur en de wetgever maar ten dele haar populariteit onder echtelieden, meent A. Mulder, scheidingsbemiddelaar bij Van Benthem & Keulen Advocaten. Mulder: “Echtscheidsbemiddeling is in de eerste plaats een maatschappelijk fenomeen: mannen en vrouwen gaan tegenwoordig gelijkwaardiger met elkaar om, de behoefte aan strijd is minder groot. Vrouwen beschikken vaker over een baan, een eigen vermogen, waardoor zij sterker in hun schoenen staan tijdens een echtscheidingsprocedure. Een bemiddelende advocaat wordt door werkende vrouwen minder als een bedreiging gezien dan door vrouwen zonder baan of eigen vermogen - die zijn eerder geneigd een eigen advocaat in te schakelen.”

C. Smeets, scheidingsbemiddelaar bij advocatenkantoor Nauta Dutilh in Rotterdam, vindt die voorstelling van zaken “veel te simpel”. Smeets: “Het is waar: werkende vrouwen gaan vaak op gelijke voet met hun partner de scheidingsprocedure in. Een prima zaak. Maar juist de vrouwen zonder baan of eigen vermogen raken tussen wal en schip. Ze komen veel minder snel dan voorheen in aanmerking voor kosteloze rechtsbijstand en geld voor een eigen advocaat hebben ze niet. De echtgenoot en zijn partijdige advocaat weten haar dan ook vaak met weinig moeite over te halen tot een ongunstige regeling.” P. Vlaardingerbroek, hoogleraar familie- en jeugdrecht aan de Katholieke Universiteit Brabant: “Toch neemt de vrouw - zeker als zij kinderen heeft - nog altijd veel minder deel aan de arbeidsmarkt dan de man. De toenemende vraag om scheidingsbemiddeling komt volgens mij voort uit het groeiend besef dat een juridische strijd tussen twee partners veel ellende teweeg kan brengen. Niet alleen voor henzelf, maar ook voor de kinderen. Denk alleen al aan al die comités van vaders en grootouders die hun kind of kleinkind niet mogen zien. Het zijn extremen die niet langer worden getolereerd.”

In de Verenigde Staten wordt scheidingsbemiddeling door een advocaat al sinds het eind van de jaren zeventig toegepast. De vierduizend bemiddelaars die zijn aangesloten bij de Academy of Family Mediators nemen ruim 15 procent van de echtscheidingen voor hun rekening. In de meeste staten wordt echtscheidingsbemiddeling aangemoedigd door de rechtbank; soms worden de partijen zelfs verplicht tot een bemiddelingsgesprek in een apart kamertje van het gerechtshof voordat zij in de rechtszaal verschijnen. Uit onderzoek is gebleken dat de tevredenheid onder Amerikanen over - al dan niet afgedwongen - bemiddeling groot is. Zo'n 80 procent van de bemiddelingsgesprekken leidt bovendien tot een goede bemiddelingsregeling. Jim Melamed, een van Amerika's bekendste advocaat-scheidingsbemiddelaars, gaf vorige week in ons land een aantal workshops aan VAS-leden. De Amerikaan meent dat bemiddeling uitstekend past binnen het Nederlandse rechtssysteem. Melamed: “In de Verenigde Staten gaan mensen over tot bemiddeling omdat ze bang zijn voor een dure rechtszaak met getuigen en kruisverhoren. In Nederland kiezen mensen ervoor omdat het rechtvaardiger, comfortabeler, cleaner voelt. Het systeem is overzichtelijker, mensen kennen hun rechten beter, zaken worden vaker administratief afgehandeld. Hoe je het ook wendt of keert: bij een scheidingsprocedure is rechtvaardigheid een beter uitgangspunt dan angst.”