Popmuziekprofessor

De geest van de geplande popmuziekprofessor aan de Universiteit van Amsterdam waart nu al, lang voor haar/zijn aanstelling, door medialand en raakt duidelijk een gevoelige snaar. Zo ook bij briefschrijver Jan van Belle (16 oktober). Zijn uitval naar de Nederlandse universiteiten en vooral de vakgroepen Muziekwetenschap van Amsterdam en Utrecht moet echter worden gecorrigeerd.

Hij stelt dat de Nederlandse universiteiten het op dit gebied geheel laten afweten. Maar: de geboorte van de International Association for the Study of Popular Music, een gezaghebbend netwerk van popmuziekonderzoekers met een eigen Nederlandse afdeling waarnaar hij nota bene zelf verwijst, vond plaats naar aanleiding van het allereerste wetenschappelijke internationale Popmuziekcongres, dat georganiseerd werd door... de vakgroep Muziekwetenschap van de Universiteit van Amsterdam. Voorts bereikte ons vijf jaar geleden de vraag of wij als vakgroep interesse hadden in een extern gefinancierde popmuziekprofessor. Hierop is door ons toen al nadrukkelijk positief gereageerd. Vervolgens hebben wij hierover tot nu toe helaas niets meer vernomen.

Van Belle realiseert zich niet dat in sommige van de Amsterdamse musicologiecolleges en doctoraalscripties al sinds jaar en dag aandacht wordt besteed aan popmuziek als belangrijk cultuurgoed, terwijl de Utrechtse muziekwetenschap er sinds enige tijd zelfs een speciale docente voor heeft. Een complete serie aan het fenomeen Madonna gewijde colleges aan de Amsterdamse Letterenfaculteit, medegeproduceerd door de aan de vakgroep muziekwetenschap verbonden musicologe Hannah Bosma, heeft onlangs alle records van de media-coverage van hoger onderwijs geslagen.

Het is te hopen dat de Universiteit van Amsterdam het initiatief van de Stichting Popmuziek Nederland aangrijpt en middels een fatsoenlijke profielschets en een daaraan gekoppelde open vacatureprocedure in een rustiger en vooral niet door vooroordelen bevuild, interdisciplinair vaarwater kan leiden.