Politieke prijs voor toetreding tot de EMU is Labour te hoog

Dostojevski legde in het verhaal De Speler genadeloos de gevaren verbonden aan het gokken bloot. Maar niet alleen casino's zijn een geliefde plaats voor goklustigen. Ook politici gokken, zoals de Britse premier Tony Blair. Hij ging het debat over de Europese integratie uit de weg en gokte erop dat zijn populariteit geen gevaar zou lopen. Een misvatting, stelt Jonathan Eyal.

Wordt het ja of nee? Sinds een week worstelt de Britse regering met een overbekende vraag: of het land zich al dan niet zal aansluiten bij de Economische en Monetaire Unie (EMU). En de uitslag? Het al even overbekende besluit om te blijven dubben. Het hele debat, compleet met een crisis op de financiële markten in Londen, was volstrekt onnodig. Maar twee conclusies kunnen al getrokken worden: eigenlijk net als haar conservatieve voorgangster is de pas verkozen Labour-regering niet van zins de politieke prijs te betalen die toetreding tot de EMU kost.

Veelzeggender is dat juist het debat over Europa een eind heeft gemaakt aan de wittebroodsweken van de nieuwe regering en het Britse electoraat. Premier Tony Blair is zeker niet zo lamgeslagen als John Major was waar het Europa betreft, maar door een mengeling van onbeholpenheid en gebrek aan moed oogt hij ook niet meer als de onoverwinnelijke politicus van eerder. Deze week vormt een belangrijk keerpunt voor zowel Groot-Brittannië als de rest van Europa.

Gedurende haar lange bestaan staat Labour al weifelend tegenover Europese kwesties. Toch werd, toen Labour dit jaar weer aan de macht kwam, algemeen aangenomen dat de nieuwe regering welwillend tegenover de Europese integratie stond. Net als elk politiek imago bevat ook dit een kern van waarheid, gecombineerd met een heleboel retoriek.

Een nieuwe generatie Labour-parlementariërs heeft duidelijk weinig moeite met Europa en is niet geïnteresseerd in het oude geredetwist over de bescherming van de Britse 'soevereiniteit'. Maar enkele topfiguren binnen de partij zijn nog niet zo overtuigd: minister van Financiën Gordon Brown is enthousiast over Europa, maar minister van Buitenlandse Zaken Robin Cook is als voorheen notoir sceptisch.

Belangrijker is echter dat Labour nooit een serieus debat is aangegaan over de toekomst van de Europese integratie - het heeft deze kwestie alleen gebruikt om politiek voordeel te behalen op de conservatieven. Zolang de Conservatieven elkaar in de haren zaten over Europa, bleef Labour lachend aan de zijlijn zitten suggereren dat het, eenmaal aan de macht, een beleid zou voeren dat wonderbaarlijkerwijze een 'geduchte verdediging' van Britse belangen zou combineren met een 'leidende rol' in Europa. Hoe dat zou gebeuren wilde geen enkele Labour-leider zeggen, en de partij hoopte vurig - en, naar bleek, met succes - dat de kwestie niet eens aan de orde zou komen bij de jongste verkiezingen. Thans eist deze periode van stilzwijgen haar tol.

Juridisch heeft Groot-Brittannië een ontsnappingsclausule in het Verdrag van Maastricht waardoor het zich aan het lidmaatschap van de EMU kan onttrekken. De financiële markten op het vasteland zijn er altijd van uitgegaan dat de Britten niet van meet af aan in de EMU zullen meedoen. En hoewel de meeste Europese regeringen hoopten en verwachtten dat de Britten ten slotte zouden meedoen, aanvaardde iedereen dat dit enige tijd zou kosten en dat wijziging van het Britse standpunt op korte termijn onwaarschijnlijk was.

Dus waarom opeens die haast? Daarvoor zijn enerzijds technische en anderzijjds politieke redenen aan te voeren. Voor het eind van dit jaar zou de Britse regering formeel moeten uispreken of ze besloten heeft haar juridische bevoegdheid te gebruiken en te weigeren nu al tot de EMU toe te treden. De regering vreesde dat een formele verklaring negatief zou kunnen worden uitgelegd, zowel door de financiële markten als door politici in de andere EU-landen.

Bovendien neemt Londen in januari het voorzitterschap van de Unie over, en het zou uiteraard niet erg gelegen komen als men zich tegelijkertijd zou uitspreken tegen Europa's omvangrijkste integratieproces. Ten slotte schatten de pro-Europese politici in de Britse regering dat dit het meest geschikte moment is om het isolement van hun land te doorbreken, nu Labour nog populair is. Die taxatie klopte wel, maar de uitvoering van het beleid was abominabel, met het slechtst denkbare resultaat.

De Labour-regering gaat prat op de manier waarop ze haar public relations regelt: een netwerk van media-experts is verbonden aan elk van de ministers, met het doel om niet alleen uit te leggen wat de regering doet, maar zelfs nieuws te creëren voor de media. Dit schimmige netwerk heeft zich vorige maand op het EU-verhaal gestort. Zonder waarschuwing vooraf kwam de Financial Times, het meest gerespecteerde dagblad van het land, op 25 september met het voorpaginabericht dat de regering erover dacht binnenkort mededelingen te doen over toetreding tot de EMU. De Londense effectenbeurs reageerde onmiddellijk juichend.

Maar vrijwel direct daarna ging het mis. De investeerders wilden weten wanneer de beslissing zou worden genomen, en onder welke voorwaarden. Kranten die niet op goede voet stonden met de regering begonnen te speculeren over verdeeldheid binnen het kabinet. En speculanten begonnen erop te gokken dat de nieuwe Europese roeping van de regering minder om het lijf had dan werd beweerd. Op dat moment had Blair moeten ingrijpen door een resolute verklaring af te geven. Maar in plaats daarvan volgden er weken van halfslachtig gemanoeuvreer. Labour is aan de regering gekomen met de belofte dat er een referendum over de Europese monetaire unie zou worden gehouden. En zo zag Blair zich voor de keuze geplaatst tussen ofwel bekendmaken dat hij tot de EMU wilde toetreden (met als gevolg dat de media zouden gaan speculeren over de dag van het te houden referendum), ofwel zijn belofte botweg intrekken.

Technisch is als gevolg van dit debat niets veranderd: Londen heeft nog steeds dezefde vrijheid om tot de EMU toe te treden wanneer het wil. In de praktijk echter is in de afgelopen week heel veel veranderd. Voor het eerst sinds haar aangtreden heeft de regering zich kwetsbaar getoond, en dat nu juist inzake Europa, dezelfde kwestie die haar Conservatieve voorgangster verdeeld hield.

De propagandamachine van Labour, die tijdens de verkiezingscampagne nog zoveel lof oogstte, brengt de regering nu in verlegenheid. De politieke adviseur van de minister van Financiën verzorgde vorige week de 'voorlichting' aan journalisten over het regeringsstandpunt via zijn mobiele telefoon vanuit de pub tegenover het ministerie. Niet alleen is dit een merkwaardige manier van regeren, maar ook worden de media langzamerhand argwanend over de manipulaties van de regering.

De wittebroodsweken van Tony Blair en de pers zijn nu echt voorbij. Bovendien heeft de geloofwaardigheid van de regering op de financiële markten, een kwestie waaraan Labour in de oppositie hard aan heeft gewerkt, schade geleden. Maar het belangrijkst is wel dat het debat schrijnend duidelijk heeft gemaakt hoe weinig diepgaand de Europese gezindheid van de premier is.

Blair kon kiezen: ofwel een krachtdadig beleid voeren dat Groot-Brittannië dichter bij Europa zou hebben gebracht, ofwel zijn populariteit beschermen door de kwestie uit de weg te gaan. Hij heeft ervoor gekozen de Europese integratie op te offeren aan zijn populariteit. Blair zal zeker nog ontdekken dat ook zijn populariteit zal verdwijnen; zo is het de Conservatieve regering immers ook vergaan.