Kernbom

De brief 'Vliegende kernbom' van J.J. de Rijke (15 oktober) bevat een aantal onnauwkeurigheden. De schrijver stelt dat de Titan 4 vaste brandstofraketten heeft van een geheel nieuw type. Dit zou de betrouwbaarheid van de Titan verlagen stelt de schrijver. Naar aanleiding hiervan de volgende opmerkingen: Hoewel kranten in Nederland hardnekkig spreken over vaste brandstofraketten is dit een minder juiste benaming.

De juiste benaming is vaste stuwstofraket (in het Engels Sold Propellant, en niet Solid Fuel!). De benaming is door Lindeijer (TNO) eind jaren vijftig in Nederland ingevoerd, en in het vakgebied algemeen gebruikt.

De Titan heeft niet 'geheel nieuwe' vaste stuwstofraketten; er zijn verbeteringen aangebracht. Ontwikkeling van een geheel nieuwe aanjaagraket is zeer kostbaar en tijdrovend. Daarbij gaat het niet om verhoging of vergroting van de stuwkracht, maar om een lichtere constructie en verhoging van de specifieke impuls (stuwkracht per kilogram stuwstof).

Het (catastrofaal) falen van een vaste stuwstofmotor, hoewel nooit uitgesloten, is zeer gering (kleiner dan 1 procent). Vaste stuwstofmotoren hebben statistisch aantoonbaar een significant hogere betrouwbaarheid dan vloeibare stuwstofmotoren. Het argument dat de kans op falen van de (vloeibare stuwstof) 'reactie' (raket) motor praktisch nul zou zijn is niet juist; die is 1,5 procent à 2 procent. Het falen van een vloeibaar stuwstofraketsysteem was de oorzaak van het verloren gaan van een Amerikaanse Marssonde. De kans op het falen van de koerscorrectiemotor is groter dan het falen van een (verbeterde) vaste stuwstof aanjaagraket.