Iedereen wil wel eens de beest uithangen

Voorstelling: De drang, van Franz Xaver Kroetz, door Theater Antigone. Regie: Jos Verbist; spel: Sofie Decleir, Sien Eggers, Lukas Smolders, Erik Van Herreweghe. Gezien: 16/10 Theater a/h Spui, Den Haag. Tournee t/m 18/12; inl (020) 626 45 45.

Op het toneel is het donker. Door een voice-over horen we het gehijg van een man en de afwerende woorden van een vrouw: “Als ge de hele dag gezwoegd hebt en 's ochtends weer vroeg op moet, dan kunt ge 's nachts geen seksbom zijn.” De man vloekt zachtjes en masturbeert.

Een scène uit een huwelijk, een scène uit De drang. Het seksleven van de tuinders Hubert en Greta Vervloesem stagneert - en komt pas weer op gang wanneer Greta's broer Patrick bij hen zijn intrek neemt.

Patrick heeft voor een zedendelict in de gevangenis gezeten en dat werkt op de fantasma's van Hubert. Waar is Patrick allemaal niet toe in staat? Heeft hij zichzelf wel onder controle? Als ook de hovenierster Nicky geprikkeld wordt door Patricks aanwezigheid raakt het potje helemaal aan de kook en kan niemand de drang nog weerstaan. Behalve de ex-delinquent.

De drang van de Beierse schrijver Franz Xaver Kroetz is een realistisch en zeer serieus stuk. Want seksualiteit in de jaren negentig, betoogt Kroetz, is er niet eenvoudiger op geworden. Aan de ene kant vinden we dat we er allemaal, getrouwd of niet, het volste recht op hebben; aan de andere kant zijn we doodsbang voor aids. Aan de ene kant willen wij de beest uithangen, aan de andere kant schrikken we voor onze wildheid terug.

Nicky in De drang zegt: “Voor mij is liefde dat ge alles vergeet.” Maar Greta meent: “Liefde, dat is een zaak opbouwen en kinderen grootbrengen.”

Gevoel en verstand, persoonlijke behoeften en economische belangen liggen in De drang verschrikkelijk met elkaar overhoop - maar na de zelf aangerichte chaos gaat men weer braaf aan het werk, in het vaste voornemen om nooit meer van die 'zotte toeren' uit te halen. Moeilijk te zeggen of we met een droef danwel met een happy end te maken hebben. In elk geval houdt Theater Antigone uit Kortrijk de toon zo licht mogelijk.

De vervlaamste vertaling van Filip Vanluchene klinkt heerlijk sappig en Erik Lagrain ontwierp een decor vol grapjes. Aan de achterzijde van een glazen wand bijvoorbeeld bevestigde hij een microfoontje. Daarin scandeert Hubert, terwijl hij naast z'n zwager staat te plassen, zijn obsessieve bevelen. Patrick moet zijn 'pieter' aan Hubert laten zien, want die wil niet geloven dat een voormalige sadist of verkrachter een apparaat van normale afmetingen heeft.

Het geschutter van die twee daar achter het glas, dat is pure komedie. Zoals wel meer in deze voorstelling pure komedie is. Jos Verbist, de nieuwe leider van Antigone, koos voor een snelle regie met verrassende lichtwisselingen en geestige muziekjes. Zijn personages zijn vlotte, redelijk aantrekkelijke mensen en geen bebrilde of bierbuikige ploeteraars zoals vorig seizoen in de enscenering van Gerardjan Rijnders bij Toneelgroep Amsterdam.

Die Drang van Rijnders was trager, zwaarder - en mooier. Roos Ouwehand als de losgeslagen hovenierster verscheurde je hart; ze brulde om liefde alsof dat haar laatste reddingsboei was, haar laatste kans - tenslotte was ze al veertig en ziek van het alleenzijn maar barstensvol leven.

De Nicky van Sofie Decleir echter wekt totaal geen medelijden. Daarvoor is ze veel te jong en veel te brutaal en sexy. Als zij even niet flirt en plaagt maar in alle eenzaamheid jankt doet ze dat met satirisch gierende uithalen, wat natuurlijk niet erg imponeert.

Jammer, want tegenover het doorleefde spel van de acteurs, vooral van Erik Van Herreweghe als Hubert, hadden best wat meer ware emoties van de actrices mogen staan.