Het verschijnsel van de 'café-tv'

Wim de Bie heeft een boek geschreven, Different koek! geheten, dat een soort parodie schijnt te zijn op de vele Nederlandse talkshows. In een toelichting erop in Vrij Nederland van deze week hekelt De Bie de explosieve toename van het verschijnsel 'praatprogramma'.

Ook vaart hij weer eens uit tegen 'die volstrekte onzin van de emotietelevisie', zoals in programma's als De Ronde van Witteman. En passant krijgen ook de kranten een veeg uit de pan: “Een diepte-interview waarin geen privé-leed wordt aangeroerd, is tegenwoordig nauwelijks meer geslaagd te noemen. Die cultuur is nu ook al tot de zaterdagbijlagen van kwaliteitskranten doorgedrongen.”

Met het eerste deel van zijn tirade kan ik het alleen maar roerend eens zijn. Het huidige tv-seizoen geeft van 's morgens vroeg tot 's avonds laat een hausse aan praatprogramma's te zien. Het is een verschijnsel dat steeds meer ten koste gaat van goede documentaires en inventieve amusementsprogramma's. Het begint om 9.00 met De ochtenden en het eindigt omstreeks middernacht met Paul de Leeuw en Peter Jan Rens. Omdat er veel te veel van die programma's zijn, resulteren ze in een eindeloze recycling van dezelfde thema's en dezelfde bekende Nederlanders.

Hoe moeten we dat verschijnsel omschrijven? “Vullen met lullen”, stelde ik laatst aan collega Dirk Limburg van de mediaredactie voor. Hij kwam met een chiquere benaming waarin ik me goed kon vinden: 'Café-tv'. Niet dat al die programma's in echte café's plaatsvinden, maar ze proberen er in ieder geval wél de ongedwongen sfeer van na te bootsen. En, net als in het café, gaat het meestal nergens over.

Meestal? Wim de Bie is strenger. Hij zegt: “Tussen die zesenzeventig praatprogramma's zit er niet één dat de moeite waard is. Alles staat van tevoren vast, aan het begin van het gesprek weet je als kijker wat eruit zal rollen.”

Dat laatste geldt inderdaad voor veel van die programma's, maar gelukkig niet voor álle. Ik zie met enige regelmaat ook goede gesprekken voorbijkomen in bijvoorbeeld Middageditie, Barend & Witteman (dat overigens de makke heeft dat het te kort is voor gecompliceerdere onderwerpen), Buitenhof, Rondom Tien, De Plantage, Het blauwe licht en - bij de commerciëlen - Barend & Van Dorp, Catherine en De kwestie.

Dan die door De Bie zo vermaledijde 'emotietelevisie'. Zijn afwijzende standpunt daarover is bekend, hij heeft Witteman er al eerder op aangevallen. Ik heb die kritiek nooit kunnen delen. Een programma als De ronde van Witteman mis ik juist in het huidige aanbod. Dat was nu eens een praatprogramma waarvoor wél grondige research werd verricht en waarin thema's werden besproken die het privé-leed overstegen.

Net als Koos Postema vroeger met zijn Groot Uur U lukte het Witteman regelmatig zware onderwerpen met een intiem karakter - seksueel misbruik, bedreiging door stalkers et cetera - voor een breder publiek toegankelijk te maken.

De Bie heeft naar mijn smaak iets te veel koudwatervrees voor 'privé-leed' op de tv en in de krant. Waarom zouden we niet iets van het 'privé-leed' van (bekende) Nederlanders mogen kennen? Als ze alleen maar op de tv en in de krant willen komen om ons hun goede nieuws te vertellen, wordt het helemáál vervelend. Het gaat om de dosering en de toon. Ik wil iemand wel één keer over het verlies van zijn kind of zijn moeder horen praten, maar niet tien keer - want dan wordt het een nummer. En het is aan de interviewer ervoor te zorgen dat het gesprek niet ontaardt in een vet melodrama.

Dat die praatcultuur ook goede momenten kan opleveren, bleek gisteren weer eens bij de interviews over Maarten van Traa. Belangrijke doden worden tegenwoordig op de tv veel uitgebreider en beter herdacht dan vroeger. Er werd veel behartigenswaardigs over Van Traa gezegd met als hoogtepunt het gesprek dat Mingelen in Den Haag Vandaag met Felix Rottenberg had. “Hij groeide uit tot een échte parlementariër”, zei Rottenberg, “daar heb je er misschien maar tien van.” De tv behandelde Van Traa met bijbehorend respect.