Het museum

Als de rapportage van redacteur Kuitenbrouwer van 21 oktober een goede indruk geeft van de gang van zaken bij het Haags Gemeentemuseum - en aanhoudende geruchten, en de in de kunsthandel opduikende stukken uit die collectie doen wat dat betreft inderdaad het ergste vermoeden -, dan wordt het hoog tijd dat er een commissie van toezicht bij de gemeente Den Haag wordt benoemd, die onder andere beschikt over het telefoonnummer van het Rijksmuseum.

Het enthousiasme van sommige beheerders van musea moet soms worden afgeremd, dat is bekend, en hoewel men kan begrijpen dat de heer Eliëns beducht zegt te zijn voor een brede discussie over zijn “daadkrachtige vervreemdingsbeleid”, kan die juist in deze zaak helemaal geen kwaad.

“Enig lef is onontbeerlijk”, zou men hem dan in zijn eigen woorden willen toeroepen, dus voortaan met de billen bloot voor een nationale commissie van deskundigen en behoorlijke, geïllustreerde verslaglegging over hetgeen er is of in de toekomst wordt verkocht, en aan wie, en voor hoeveel. Veiling bij Sotheby's of Christie's van het te vervreemden kunstbezit onder de naam van de laatste eigenaar zou wat dat betreft al een grotere mate van fatsoen verraden dan de tegenwoordige praktijk, die het geheel van de onderhandse verkoop en ruil moet hebben, en de gastheer van het besproken symposium, Sotheby's, had dan ook goed geroken dat hier misschien een interessante markt in het verschiet ligt. Erg kies kan ik het niet vinden.