Haperende monitor

GEEN VAN DE IRAANSE asielzoekers, die sinds 1995 door Nederland zijn uitgewezen, heeft na terugkeer problemen ondervonden van de autoriteiten wegens hun verblijf hier, verzekerde staatssecretaris Schmitz (Justitie) in juni de Tweede Kamer. Hoe kon zij daar zo zeker van zijn? Zij beriep zich op het ministerie van Buitenlandse Zaken. Dit volgt de situatie in Iran “zeer nauwlettend”.

Bij de terugkeer van individuele uitgeprocedeerde asielzoekers is bovendien voorzien in “actieve monitoring” door de Nederlandse ambassade. Dat is een extra voorzorgsmaatregel van het kabinet nadat het in 1995 had besloten het terugzenden van afgewezen asielzoekers naar een aantal risicolanden te hervatten. Zonodig zou het ministerie van Buitenlandse Zaken extra krachten aan de desbetreffende posten toevoegen om de vinger aan de pols te houden, beloofde Schmitz in mei 1996.

De Nederlandse ambassade in Teheran blijkt intussen te zijn gestopt met het volgen van teruggestuurde asielzoekers, verklaarde een hoge ambtenaar van Buitenlandse Zaken deze week op een parlementaire hoorzitting. Deze mededeling heeft overigens niet tot gevolg dat de uitzettingen naar Iran worden opgeschort. Uitgangspunt van het terugkeerbeleid blijft immers “dat alleen personen in aanmerking komen over wier veiligheid na terugkeer geen twijfel bestaat”.

Met al haar stellige verklaringen staat Schmitz nu wel in de kou. Zelf leek zij ook enigszins verrast door de mededeling van Buitenlandse Zaken. Ook na alle lessen die zijn getrokken uit de beschamende Securitel-affaire eerder dit jaar (grootscheeps verzuim van de verplichte aanmelding van regelingen bij de Europese Unie in Brussel) kan de interdepartementale coördinatie kennelijk nog wel enige aandacht velen. Het tegen alle beloften in laten vallen van de monitoring roept bovendien de vraag op hoe ernstig Buitenlandse Zaken dan de 'ambtsberichten' neemt waarop het terugzendbeleid in belangrijke mate rust.

DE REGERINGSFRACTIES zijn met reden gepikeerd en eisen volgende week een nadere verklaring van de bewindslieden. Daarbij dienen ze dan wel de vraag onder ogen te zien welke reële betekenis eigenlijk van monitoring mag worden verwacht.