'Drankverbod niet haalbaar in verkeer'

HILVERSUM, 23 OKT. Een algeheel wettelijk verbod op alcohol in het verkeer, zoals de PvdA-fractie in de Tweede Kamer dat wil, is technisch maar ook juridisch onhaalbaar. Dit heeft woordvoerder B. Woudenberg van Veilig Verkeer Nederland (VVN) vandaag desgevraagd gezegd.

De PvdA heeft op dit punt in 1995 reeds een motie ingediend. Die heeft het toen niet gered. Woudenberg noemt het een gemiste kans van de PvdA dat deze het onderwerp verkeersveiligheid en alcohol niet in het PvdA-verkiezingsprogramma heeft opgenomen.

VVN blijft er volgens Woudenberg uiteraard voor pleiten nooit met drank achter het stuur te gaan zitten en prijst de goede bedoelingen van de Pvda, maar zulke kleine waarden als 0,2 promille zijn met de huidige techniek van de ademanalyseapparatuur niet meer te meten. De huidige ondergrens van deze elektronische middelen is 0,7 promille. “Onder deze waarden heb je een laboratorium nodig, meting kan dan niet meer op straat.” Daarbij komt dat het menselijk lichaam eigener beweging tot 0,2 promille aan alcohol kan aanmaken, bijvoorbeeld na het nuttigen van een sterk gistend product, zoals zeer rijp fruit.

Woudenberg wijst erop dat het bij de resultaten van de ademanalyse om een wettelijk bewijsmiddel gaat (de blaastest was een selectiemiddel) en “we hebben geen behoefte aan een nieuw selectiemiddel”. Daarbij komt dat het voor de verkeersveiligheid juist van belang is niet de lichte gevallen te betrappen maar juist die categorie waar het echt op aan komt.

Als 0,2 promille tot norm wordt dan zullen de rechtbanken heel wat zaken seponeren gezien de moeilijke bewijsbaarheid, en “dat kan toch niet de bedoeling zijn”. In de visie van Veilig Verkeer Nederland is het beter er Europees naar te streven dat alle landen eenzelfde limiet van 0,5 hanteren. Alcohol in het verkeer heeft volgens de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) vorig jaar 235 doden en tweeduizend ziekenhuisgewonden geëist en daarmee een maatschappelijke schade van 2 miljard gulden veroorzaakt. De SWOV denkt dat het invoeren van 0,2 promille in Europees verband niet is te verwezenlijken en is om ongeveer dezelfde redenen als VVN tegen deze limiet.

Minister Jorritsma (Verkeer) heeft zich eerder met het kabinet op het standpunt gesteld dat uniforme Europese regels in het verkeer van groot belang zijn en dat er - als er op 0,5 promille wordt uitgekomen - voor Europa sprake is van een buitengewoon grote winst.

Het Nederlands streven naar een algemene norm van 0,5 procent wordt nog gefrustreerd door Hongarije, Roemenië en Bulgarije (alle 0,0 promille), Zweden en Polen (0,2 promille), Finland, Frankrijk, Griekenland en Portugal (0,5 promille) en Italië, Oostenrijk, Zwitserland, Spanje en Ierland (0,8 promille).

Woudenberg wijst er op dat de huidige wetgeving het mogelijk maakt ook mensen die onder de 0,5 promille zitten, te vervolgen. Als iemand zich op de weg zelfs na het drinken van één pilsje al onbekwaam gedraagt, haalt de politie hem van de weg en volgt een proces-verbaal. (ANP)