Commercie annexeert sociale zekerheid; One top shopping is ook hier het grote ideaal

Sociale zekerheid is het nieuwe jachtterrein van de grote financiële conglomeraten. De politiek zocht marktwerking voor lagere uitvoeringskosten, maar de markt zoekt fusies en allianties.

ROTTERDAM, 23 OKT Marktwerking moest, ook in de sociale zekerheid. Meer aanbieders leidt automatisch tot meer concurrentie en dat leidt weer tot lagere prijzen, zo redeneerden de kamerleden twee jaar geleden nog optimistisch. Op dit moment lijkt marktwerking eerder samenklontering dan prijsconcurrentie.

Van de vijf verzelfstandigde uitvoerders van de sociale zekerheid (GAK, Cadans, GUO, SFB en USZO) hebben twee nu banden aangeknoopt met private conglomeraten. Twee andere uitvoerders zoeken toenadering tot elkaar en tot een derde particuliere partij, terwijl nummer vijf door een van zijn grote overheidsklanten zo heftig is gekritiseerd dat het de vraag is of een particuliere partij samenwerking aandurft.

Gisteren sloot ING, via dochter Nationale Nederlanden, de grootste levensverzekeraar in Nederland, een samenwerkingsovereenkomst met SFB, het voormalige Sociaal Fonds Bouwnijverheid. Het SFB voert de sociale verzekeringen uit voor de bouw, int de premies en zorgt ervoor dat de uitkeringen bij de betrokken werknemers op de bankrekening terecht komen.

Net als de andere uitvoeringsinstellingen heeft het SFB zich gewaagd op het terrein van de particuliere verzekeraars, met als belangrijkste producten de verzekering tegen het WAO-gat en verzekeringen voor werkgevers die nu een jaar lang zelf het salaris van zieke werknemers moeten doorbetalen.

De samenwerking met ING maakt de achterstand van SFB op de andere uitvoeringsinstellingen in éeeéeen klap goed. De grootste 'concurrent', het Gak (verzorgt de verzekeringen van banken tot havens), sleepte vorig jaar al een alliantie in de wacht met het Achmea-concern, dat actief is op het brede terrein van ziekenfondsen tot particuliere pensioenen.

De kleinere instellingen, Cadans (onder meer actief voor de detailhandel) en GUO, maakten dit voorjaar samenwerking bekend. GUO (onder andere agrarische sector) doet al zaken met Interpolis, de verzekeringsdochter van de Rabobank, de grootste bank voor particulieren en het midden- en kleinbedrijf. Nummer vijf, USZO, die voor de overheid werkt, praat met pensioenfonds ABP over een alliantie en de mogelijkheid om samen een verzekeraar op te richten.

De snelle samenklontering is niet het gevolg van de aantrekkelijke winstgevendheid van de geprivatiseerde uitkeringen. Integendeel. In de uitvoering van hun publieke taken (waarbij kostenreductie voorop staat) zijn de beheerders verwikkeld in een gigantische reorganisatie die duizenden banen per jaar kost. In het jaar 2000 zal de werkgelegenheid bij deze organisaties bijna gehalveerd zijn. Zij dachten werkgelegenheid te kunnen overhevelen naar nieuwe commerciëeele activiteiten, zoals arbo-zorg en aanvullende verzekeringen. Daarvan is, mede door de hevige concurrentiestrijd tussen de tientallen arbo-diensten, weinig terechtgekomen.

Voor de grote financiëeele conglomeraten staat snel gewin deze keer niet voorop. Door de terugtredende overheid op het gebied van de sociale zekerheid, zien de verzekeraars een grote rol voor zichzelf weggelegd als aanbieder van vervangende produkten. Elke werkgever waarmee zij een zakelijke relatie hebben, heeft werknemers die ziek worden of arbeidsongeschikt, een uitkering krijgen, maar ook zo snel mogelijk weer beter moeten worden.

One stop shopping, het oogmerk van menige fusie en overname is ook hier ideaal, redeneren de verzekeraars: een werkgever kan voor zijn particuliere ziektegeldverzekering en voor zijn publieke WAO-verzekering bij hetzelfde adres aankloppen.

Wat de uitvoeringsinstellingen te bieden hebben, zijn decennia ervaring met gecompliceerde administraties èeen een enorme naamsbekendheid bij de werkgevers. Weliswaar ziet het CTSV, de toezichthouder in de sociale zekerheid, er op toe dat gegevens die nodig zijn voor de publieke activiteiten niet gebruikt worden voor de nieuwe commerciëeele activititeiten, maar inmiddels is duidelijk geworden dat bij uitvoerders een schemergbied is ontstaan tussen publieke opdracht en private commercie.

Tot het jaar 2000 is particuliere samenwerking op het gebied van sociale verzekeringen plannen maken. Daarna kunnen de uitvoeringsinstanties met elkaar concurreren en krijgen nieuwe aanbieders een kans. De meest belovende kanshebber heet Belastingdienst, die al een publiciteitscampagne voert om zich cliëeentvriendelijk te positioneren. De belastingen innen al de AOW-premies, en kan inning van WAO- en WW-premies en uitkering van de gelden erbij doen. De snelle samenklontering bekijken de aanvankelijk zo enthousiaste politici met gemengde gevoelens. “Juist op deze markt moet je je afvragen of een concentratie van marktpartijen geen slachtoffers maakt en leidt tot risicoselectie”, zegt Tweede-Kamerlid Van der Ploeg (PvdA). Zijn partijgenoot, de Groningse hoogleraar F. de Kam, vreest dat het monopolie van de uitvoerders van de sociale zekerheid met hun standaardprodukten verandert in door een duurder, zogeheten oligopolie: een beperkt aantal aanbieders, met maatprodukten, die per saldo duurder uitvallen.

Ideologie en praktijk komen ook op een andere manier op gespannen voet. Wanneer werknemers voor steeds meer verzekeringen afhankelijk worden van hun werkgever, wordt de overstap naar een nieuwe baas heel ingrijpend. Funest voor een flexibele arbeidsmarkt. Alle ambitie tot employabilitiy ten spijt, kiest de werknemer straks weer gewoon voor zekerheid.