Clinton zette een baanbrekende stap

De wereld heeft koel gereageerd op de voorstellen van president Clinton om de uitstoot van het broeikasgas kooldioxide te verminderen. Maar een belangrijke stap is niettemin gezet.

ROTTERDAM, 23 OKT. Teleurstelling alom, is de eerste reactie op het voorstel van de Amerikaanse president Clinton te komen tot een beperking van de uitstoot van kooldioxide (CO2). Dit gas is de belangrijkste veroorzaker van het broeikaseffect, dat tot klimaatveranderingen aanleiding kan geven. Milieu-organisaties zijn woedend over het in hun ogen uiterst gebrekkige voorstel van de Amerikanen - die per hoofd van de bevolking de meeste CO2 uitstoten. De Europese landen zijn verbijsterd omdat het Amerikaanse voorstel zo ver afligt van hun eigen voorstel. Japan is teleurgesteld omdat het de moeilijke en ondankbare taak krijgt als gastheer van de klimaatconferentie in Kyoto de zeer uiteenlopende standpunten bij elkaar te brengen.

Begin december moeten industrie- en ontwikkelingslanden het eens worden over bindende afspraken om de uitstoot van broeikasgassen, waarvan kooldioxide de belangrijkste is, terug te brengen. In 1992 sloten ruim 150 landen op de VN-milieutop in Rio de Janeiro het Klimaatverdrag, waarin tot nadere studie van het gevreesde broeikaseffect werd besloten en als voorschot op verdergaande maatregelen, een - vrijwillige - stabilisering in de uitstoot van CO2 op het niveau van 1990 werd overeengekomen. In het jaar 2000 moest die stabilisering zijn bereikt.

Drie jaar geleden - twee jaar na Rio - was duidelijk dat die vrijwillige beperking geenszins werd gehaald en de roep om betere afspraken werd luider. Vorig jaar maakte het wetenschappelijk panel dat onder het Klimaatverdrag het broeikaseffect bestudeert, bekend dat het klimaat verandert en dat de verschijnselen een “waarneembare invloed van de mens suggereren”. Deze conclusie ten spijt, is het gevoel dat de mens bijdraagt aan mogelijke desastreuze klimaatontwikkelingen alom aanwezig en daarmee ook de wens te komen tot beheersing van de mogelijke problemen. Over de vraag wie daaruit consequenties moet trekken is de afgelopen jaren heftig gestreden.

Op een Berlijnse vervolgconferentie van 'Rio' weigerden de ontwikkelingslanden in 1995 elke medewerking aan de oplossing van het probleem als de industrielanden niet zelf eerst, als grootste gebruikers van fossiele brandstoffen, tot verdergaande maatregelen zouden komen. Binnen de industrielanden staan de Europese landen tegenover de Verenigde Staten, die tot nog toe weigerden zich vast te leggen.

Vorig jaar verrasten de VS een tweede vervolgconferentie in Genève met de eis dat dit jaar in Kyoto “wettelijk bindende afspraken” zouden moeten worden gemaakt. Hoewel dat als een grote stap voorwaarts werd gezien in de aanpak van het broeikaseffect, werden de VS met name door milieu-organisaties honend bejegend: het belangrijkste zijn de percentages waarmee de uitstoot van de broeikasgassen wordt beperkt. Daarin blonken met name Europeanen uit. Begin dit jaar verklaarde de Europese Unie bereid te zijn te komen tot een reductie van 15 procent ten opzichte van 1990, een forse stap. De daadwerkelijke uitvoering zou afhankelijk zijn van de uiteindelijke afspraken in Kyoto. Zou daar een lager percentage uit de bus komen, dan zou de Europese Unie zich daar aan conformeren. Het Europese percentage was inzet voor de onderhandelingen.

De VS deden het Europese voorstel als “onrealistisch” van de hand. De uitstoot van CO2 was sinds 1990 zo fors gestegen, dat de Europese plannen in sommige landen tot reducties van meer dan 25 procent zouden leiden. In de VS is door economische groei alleen al de uitstoot van CO2 gegroeid met 8 procent ten opzichte van 1990 (eenzelfde toenemingspercentage geldt voor Nederland, zo maakte het milieuinstituut RIVM vorige maand bekend). De door Clinton aangekondigde stabilisering op het niveau van 1990 - de Amerikaanse onderhandelingsinzet voor Kyoto - is voor de VS in feite een forse reductie.

Clinton, die zelf een groot voorstander is van maatregelen, vecht tegen een uiterst sterke en effectieve lobby van zowel vakbonden als industrie, die tegen elke reductie van de uitstoot van broeikasgassen zijn. Dat hij nu maatregelen aankondigt, hoe zwak deze ook door sommigen beoordeeld worden, is toch een baanbrekende stap in de aanpak van de broeikasgassen.