Besluit conferentie: Inspraak voor bewoners van Waddengebied

HARLINGEN, 23 OKT. De Nederlandse, Duitse en Deense regering gaan een plan uitwerken voor een integraal beheer van het Waddengebied, waarbij ook bewoners en belangenorganisaties inspraak krijgen. Het plan zal moeten uitmonden in een conventie voor dit gebied.

Dit is gisteren besloten op de slotdag van de achtste Trilaterale Regeringsconferentie over de Waddenzee in het Duitse Stade.

De Duitse voorzitter van de conferentie, A. Merkel, erkende dat de samenwerking een frisse wind nodig heeft en kondigde aan dat 'Integraal Kustbeheer' het uitgangspunt is voor de volgende regeringsconferentie in 2001 in Denemarken.

Uiteindelijk moet het plan uitmonden in een Waddenzee Conventie, die wordt gesteund door de drie staten. De Waddenvereniging en haar Deense en Duitse zusterorganisaties hadden het alternatieve beschermingsplan voorafgaand aan de conferentie gepresenteerd. De natuurorganisaties onderstrepen daarin dat de bescherming van het grootste aaneengesloten natuurgebied in West-Europa veel beter gegarandeerd moet worden dan nu het geval is. De internationale samenwerking schiet daarin tekort, meent men.

Het alternatieve beschermingsplan gaat uit van een duurzaam behoud van de Waddenzee als één en ondeelbaar natuurgebied. P. de Cock van de Waddenvereniging: “We willen dat lagere overheden, bewoners en belangenorganisaties actief bij besluiten betrokken worden. Mensen die in het Waddengebied - dus ook in de kustzone - wonen, moeten daarin inspraak hebben. Zo creëer je een groter draagvlak voor de bescherming van het gebied en bereik je dat regels ook worden nageleefd.”

Verder wordt in het plan gepleit voor een arbitrageregeling in geval van conflicten tussen lidstaten. Nu wordt er volgens de Waddenvereniging eindeloos vergaderd over voorstellen. De Cock noemt het feit dat de conferentie het plan van de Waddenvereniging overnam “pure winst”. Toch is de natuurorganisatie niet tevreden over de vaststelling van het Trilateraal Waddenzee Plan door de conferentie in Stade. De Cock noemt het een “mager aftreksel van vorige afspraken”. “Ze bevatten weinig nieuws en zijn soms zelfs afgezwakt.” Als voorbeeld noemt hij de in 1994 tijdens de conferentie in Leeuwarden gemaakte afspraak om estuaria (riviermondingen) te herstellen en te beschermen. “Terwijl Duitsland nu de vrijheid krijgt om in een van de laatst overgebleven natuurlijke estuaria in de Eems een stuw te bouwen.”

De Duitse overheid acht de stuw noodzakelijk voor de bescherming van de kust. De Waddenvereniging vermoedt echter dat de stuw alleen dient om het waterpeil in de Eems te verhogen, zodat grote cruise-schepen van de Meyerwerf in Papenburg naar open water kunnen worden geloodst.

Een ander minpunt is dat er geen verbod is gekomen op de mechanische kokkelvisserij op het Nederlandse Wad. In Duitsland is de mechanische kokkelvangst verboden en in Denemarken is die aan strenge regels gebonden, maar beide landen wilden tijdens de conferentie geen druk leggen op het Nederlandse beleid.

De Waddenvereniging is hierover teleurgesteld. Zij had voor een algeheel verbod gepleit.