ALIMENTATIE

Alimentatie is de wettelijke verplichting voor een verdienende ex-echtgenoot om na de scheiding bij te dragen aan de kosten van levensonderhoud van de andere partij. Er zijn twee soorten: alimentatie ten behoeve van de kinderen en alimentatie voor de minder draagkrachtige ex-partner.

Kinderen Alimentatie-verplichting jegens de kinderen duurt voort zolang zij minderjarig zijn. Daarna gaat de zogenoemde voortgezette onderhoudsplicht in: van 18 tot 21 jaar moet een kind financieel kunnen terugvallen op de (gescheiden) ouders. Zij betalen beiden naar draagkracht en rechtstreeks aan de jonge meerderjarige. Deze betalingsplicht vervalt zodra een kind zelf voldoende inkomen heeft. Kinderalimentatie wordt meestal maandelijks betaald door de niet-verzorgende ouder aan de verzorgende. Ex-echtgenoten kunnen zelf in een convenant afspraken maken over duur en hoogte van de uitkering voor het kind. De rechter beoordeelt of het overeengekomen bedrag naar verhouding niet te laag is.

Wanneer de betalende partij in gebreke blijft, kan een beroep worden gedaan op het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO). Zonodig legt het bureau beslag op het salaris of het (on)roerend goed van de wanbetalende ouder.

Ex-partner De tweede alimentatievorm, die voor de andere echtgenoot, is veelal gebaseerd op onderlinge afspraken. Wanneer dat niet (naar tevredenheid) lukt, stelt de rechter een regeling vast. Als uitgangspunt hanteert de rechtbank de draagkracht van de ene partij en de behoefte van de andere. Ex-echtgenoten kunnen ook afspreken dat er geen alimentatie wordt betaald (het nihilbeding). De mogelijkheden zijn echter beperkt, omdat ook andere instanties een regeling kunnen eisen. Zo kan een gemeente via de kantonrechter een betalingsregeling eisen, bijvoorbeeld om de kosten van een bijstandsuitkering van een van de ex-echtgenoten op de verdienende partij te verhalen.

De alimentatieplicht vervalt wanneer de ontvangende partner opnieuw trouwt of gaat samenwonen, hij of zij voldoende verdient om in eigen levensonderhoud te voorzien, of wanneer de betalende partner niet langer genoeg verdient omdat hij of zij bijvoorbeeld in de bijstand terechtkomt.

Sinds 1 juli 1994 is de Wet limitering alimentatieduur van kracht. Voor partneralimentaties die na deze datum zijn afgesproken of door de rechter bepaald, geldt dat de alimentatieplicht maximaal twaalf jaar duurt. Iemand die al 15 jaar of langer alimentatie betaalt, kan de rechter vragen die plicht te beëindigen. Wanneer een huwelijk minder dan vijf jaar heeft geduurd, geldt de alimentatieverplichting voor maximaal de duur van het huwelijk.

Eenmaal vastgesteld, kan het alimentatiebedrag op verzoek door de rechter worden gewijzigd, wanneer de persoonlijke omstandigheden veranderen. Bovendien zijn alimentaties geïndexeerd. De hoogte van de bijdrage wordt met een jaarlijks door het ministerie van Justitie vastgesteld percentage verhoogd. Voor 1997 is dat 1,7 procent.

Bij een huwelijk in gemeenschap van goederen geldt dat elke ex-partner behalve financiële aanspraken ook recht heeft op de helft van de boedel. Daartoe behoren huisraad, kleding, meubels, de auto, dus in feite alles wat de echtgenoten bezaten. Ook de waarde van een koophuis moet worden gedeeld. Blijft een ex in het huis wonen, dan zal hij of zij de ander moeten uitkopen. In principe blijft een huurhuis na overleg tussen de partijen op naam van een van hen staan. Mocht daarover onenigheid bestaan, dan beslist de rechter. Als de partners in huwelijkse voorwaarden waren getrouwd, dan wordt de boedel volgens de toen gemaakte afspraken gescheiden.