Zwarte sluier van varkenspest opgelicht

De bestrijding van de varkenspest in Nederland rammelt volgens inspecteurs van de Europese Commissie. Het ministerie van Landbouw rept van een concept-rapportje met “hoofdzakelijk volstrekte onjuistheden”.

DEN HAAG, 22 OKT. De varkenspestcrisis hangt al sinds 4 februari als een zwarte sluier over het Brabantse varkensland. In het plaatsje Vorstenbos werd gisteren het 420ste besmette bedrijf ontdekt. Maandenlang zijn er dagelijks duizend mensen actief betrokken bij de pestbestrijding, maar het virus blijft nog onverwachts opduiken. Inmiddels zijn er tien miljoen varkens vernietigd en zijn de kosten opgelopen tot vier miljard gulden.

Mede omdat een het grootste deel van het geld (2,1 miljard gulden) door de Europese belastingbetaler moet worden betaald, houdt de Europese Commissie nauwlettend in de gaten hoe Nederland de grootste varkenspestepidemie bestrijdt die ooit in de Unie heeft gewoed. Tot voor deze week kwamen er vanuit Europa weining ernstige bezwaren tegen de werkwijze van Nederland. In juni werd in een concept-rapport van de Commissie geconcludeerd: “Het crisis-management is in het algemeen van een zeer hoge kwaliteit.”

De verbazing en vooral boosheid bij het ministerie van Landbouw was dan ook groot toen deze week het laatste concept-rapport van de Commissie met daarin een heel andere toon bekend werd. De conclusies van vier inspecteurs van de EU, die in juli en augustus onder leiding van de Italiaanse veterinair expert A. Belloli op onderzoek waren gegaan, waren dan ook vernietigend: “Het lijkt erop dat in de praktijk de ziekte gewoon is gevolgd en niets is voorkomen”, “besluiteloosheid en aarzelingen in de beginfase kunnen fatale gevolgen hebben en ertoe leiden dat de ziekte niet meer onder controle kan worden gehouden”, en “de doeltreffendheid van de maatregelen is zeer laag en staat in geen verhouding tot de aangewende middelen”.

In het rapport van de inspecteurs, dat eerst nog door het Permanente Veterinaire Comité van de Unie zal moeten worden behandeld alvorens het eventueel door de Commissie officieel naar buiten wordt gebracht, heeft Belloli ook alvast een oorzaak voor de falende bestrijdingstaktiek. Volgens de regels van de Europese Unie betaalt Europa 70 procent van de kosten als niet besmette varkens bij een bedrijf worden opgekocht en maar 50 procent van de kosten als zieke varkens of uit voorzorg geruimde varkens worden geruimd. Nederland zou met financieel gewin als oogmerk voorrang hebben gegeven aan de opkoop van varkens boven bestrijding van de pest, concluderen de onderzoekers. Met andere woorden, Nederland heeft er volgens de inspecteurs te vaak voor gekozen varkens uit overvolle hokken op te kopen in plaats van bedrijven te ruimen, die zich vlak naast de pesthaarden bevonden.

Volgens een woordvoerder van minister Van Aartsen (Landbouw) is het rapport “een conceptje zonder enige status van een groepje medewerkers dat zomaar wat ordners heeft opengetrokken.” Zelfs in de Nederlandse vertaling van het concept zou volgens ingewijden binnen Landbouw een emotioneel, typisch Italiaans, betoog van de heer Belloli te lezen zijn. “Helemaal niet in overeenstemming met richtlijnen”, “zeer betwistbaar”, zijn enkele gradaties in het ambtelijke concept. Het ministerie legt de kritiek echter niet zomaar naast zich neer. In een brief van C. van der Meijs, de Nederlandse vetegenwoordiger in het Permanente Veterinaire Comité van de Unie, aan de aan de voorzitter van het comité wordt met gepeperde uitspraken op het rapport gereageerd. Het rapport met “een zeer negatieve toonzetting” wordt grotendeels afgedaan als “volstrekt onjuist”.

Volgens bronnen binnen Landbouw zouden de ambtenaren van de Commissie zich afgelopen mei zich gefrustreerd hebben gevoeld toen een ambtelijk voorstel om de vergoedingen van Europa van 70 procent terug te draaien tot 50 procent strandde. Van Aartsen passeerde destijds het ambtelijk circuit en kreeg van Eurocommissaris Fischler (Landbouw) rechtstreeks de toezegging dat aan de hoogte van de bijdragen niet zou worden getornd. De discussie over de subsidies duikt in het concept-rapport nu ook weer met regelmaat op.

De suggestie dat Nederland uit financieel gewin zou hebben gehandeld noemde de minister gisteren in de Kamer “wrang en schandalig”.

De inspecteurs leggen wel een vinger op een nog zere plek door te stellen dat Nederland bij het uitbreken van de crisis op 4 februari in het Brabantse Venhorst te aarzelend heeft gehandeld. Pas na elf dagen werd op gezag van de Europese Commissie de grens voor het overgrote deel van de levende Nederlandse varkens gesloten. Van Aartsen sprak destijds van “paniekreactie” en een “volkomen onnodig besluit van de Commissie”. “Wij hebben alles gedaan wat we moesten doen, ja zelfs veel meer”, zei hij destijds. Voorts werd al redelijk snel, in weerwil van de boeren, besloten om niet langer over te gaan tot het preventief ruimen van bedrijven die zich vlakbij pesthaarden bevonden. “Een niet consistent beleid (...) dat het onder controle brengen van de ziekte geenszins heeft bevorderd”, concluderen de inspecteurs.

Van Aartsen doet de kritiek over het preventief ruimen af met de opmerking dat er in Brussel geen verplichting bestaat voor een dergelijke maatregel. Dat de crisis in het begin door Nederland werd onderschat, staat voor de sector buiten kijf. W. van den Brink, varkenshouder en voorzitter van de vakgroep varkenshouderij van LTO Nederland deelt de kritiek van de inspecteurs over het preventief ruimen. “Wij hebben er steeds op aangedrongen preventief te gaan ruimen, maar dat kon niet. Dan moet je niet raar opkijken als het virus zich verder verspreidt”, aldus Van den Brink. Over het rapport in het algemeen zegt hij: “Toen ik het las, dacht ik 'hier wordt opgeschreven wat ik zelf wel eens gedacht heb'.”

S.G. van den Bergh, adviseur van minister Van Aartsen bij de bestrijding van de pest, liet maanden geleden in deze krant al weten dat er in het begin “aldoor fouten zijn gemaakt”.

“Maar dat is bekend”, zegt Van den Bergh nu. “Vorige maand kregen we een ruime voldoende van de Commissie en nu dit. Eigenlijk kunnen we maar het beste wachten, totdat er een officieel rapport is.”