Zoerab Tsereteli maakte beeld van 120 meter voor Amerika; Met het hoofd in de wolken

Zijn thema's paste hij moeiteloos aan, zijn formaten niet. En in het Westen vindt men beelden van meer dan honderd meter al gauw megalomaan. Dat kan Zoerab Tsereteli, in de sovjettijd uitgeroepen tot 'hoofdkunstenaar van de wereld', maar niet begrijpen.

MOSKOU, 22 OKT. “Hebben we geen andere beeldhouwers?” vroeg president Jeltsin. In zijn geblindeerde limousine op weg naar het Kremlin had hij op een kunstmatig eilandje in de Moskva een reus zien verrijzen: een bronzen Peter de Grote van het formaat wolkenkrabber, met lichtjes in de top om vliegtuigen te waarschuwen. Op een dag in maart had de president zijn chauffeur laten stoppen. Hij liet zijn raampje omlaag zoeven en zei: “Werkelijk, wat een lelijk ding! Waarom moet Moskou vol gezet worden met van die omhoog priemende naalden?”

De schepper van het beeld, de 63-jarige Zoerab Tsereteli, maakt bij voorkeur omhoog priemende dingen. Zijn tuin staat er vol mee. Obelisken, ranke heiligen - als ze maar naar de hemel reiken. Aan de voet van een totem van een meter of vijf veegt zijn werkvolk herfstbladeren op. “Dat is een maquette”, zegt hij, wijzend met zijn kin. “In werkelijkheid wordt het beeld 45 meter hoog. Zoiets als die flat daar. Bovenin komt een restaurant en een souvenirwinkeltje.”

Tsereteli - de hofbeeldhouwer van de stad Moskou - blijft schijnbaar onbewogen onder de emmers kritiek die er het afgelopen jaar over hem zijn uitgestort. Niet alleen de president, ook zijn onderdanen nemen aanstoot aan het 94-meter hoge tsarenbeeld in het hart van hun hoofdstad. Het werk was nog niet af, of er dromden demonstranten samen op de bouwplaats. “Weg met dat gedrocht!” riepen ze. En: “Haal neer die tsaar!” Tsereteli liet zich niet zien. Een Moskouse galeriehouder begon handtekeningen te verzamelen om een referendum af te dwingen over de estetische waarde van de kolos. Tsereteli zweeg. En tsaar Peter bleef staan: wijdbeens en onwankelbaar aan het roer van zijn fregat. Totdat het menens werd en er op een zondagmorgen in april zeven bommen bij de sokkel lagen.Elk met 700 gram semtex, zo lieten de anonieme daders per fax weten. “Twee keer de hoeveelheid om het ding omver te halen.” Ze noemden zich de Revolutionaire Militaire Raad, een schimmig clubje sovjetnostaligisten dat eerder een beeld van tsaar Nicolaas II had opgeblazen. Om het nog ingewikkelder te maken: hun gram trof niet Tsereteli, ook niet zijn creatie, maar het plan om de gemummificeerde Lenin uit het mausoleum op het Rode Plein te halen, en bij te zetten in een christelijk graf. Handen af van de Stichter van de USSR, was de boodschap, anders vermoorden we opnieuw een tsaar.

In plaats van het referendum kwam er een commissie van twintig leden dat de vraag moest beantwoorden: Wat te doen met Peter? Ze lieten twee peilingen uitvoeren, waaruit bleek dat bijna helft van de Moskovieten zich aan het beeld stoort. “Waarom hier?” was een veelgehoorde klacht. “Er is hier geen zee. Laten ze hem in St. Petersburg neerzetten.” Toch besloot de commissie om hem te laten staan, desnoods als “monument van de wansmaak”. Onttakelen zou te duur zijn.

Tsereteli, in de Sovjettijd uitgeroepen tot “hoofdkunstenaar van de wereld”, is zulke grillen van de democratie niet gewend. In 1952, het jaar voor Stalins dood, was hij aan de kunstacademie in zijn geboorteplaats Tbilisi begonnen. Het sociaal-realisme was de norm, en Zoerab week daar niet van af. In een overzichtsboek uit 1985, toen zijn monumentale beelden al vele vliegvelden, vakbondshuizen en Sovjet-ambassades opluisterden, staat dat Tsereteli weet wat volkskunst is, omdat hij een nauwe band met het volk onderhoudt. Zijn kunstwerken - met namen als Blijdschap van het Volk en Eeuwige Vriendschap getuigen van een “actief sociaal optimisme”. De sculptuur Mens en Zon (van een mens die de zon vasthoudt) is zo hoog, dat het met helikopters in plaats van hijskranen in elkaar is gezet.

“Maar ik heb nooit een Lenin-beeld gemaakt”, zegt Tsereteli ter verdediging. In zijn atelier ruikt het naar olieverf; tegen de muren staan honderden geschilderde portretten te drogen - als in een pakhuis. “Zoek gerust! Marx zul je niet vinden.”

Qua thema's speelde Tsereteli feilloos in op de omwentelingen in de politiek: hij paste zijn onderwerpen eenvoudig aan. Voor het VN-hoofdkwartier in New York maakte hij een Sint Joris, die Amerikaanse en Russische raketten aan zijn spies rijgt, in plaats van een draak. Maar kon het de Sovjetleiders niet groot en bombastisch genoeg zijn, in het Westen vindt men beelden van meer dan honderd meter hoogte al gauw megalomaan. En dat heeft Tsereteli nooit willen begrijpen. In 1991 kreeg hij van Gorbatsjov opdracht een geschenk voor New York te maken ter ere van de ontdekking van de Nieuwe Wereld, vijf eeuwen geleden. Prompt liet de meester in een fabriek in St. Petersburg een Columbus-beeld bouwen waarin 500 ton koper zat verwerkt. De ontdekkingsreiziger, die uit een opengewerkt ei stapt, is in verticale positie 120 meter hoog. Hoger dan het Vrijheidsbeeld. Alleen: hij is vijf jaar na het Columbus-jaar nog steeds nergens opgericht. New York wilde hem niet hebben, en in Miami verzetten de hispanics zich tegen zijn komst. Het gevaarte zou nu in delen in de stad Columbus, Ohio, liggen. Dat niemand het ding wil hebben omdat het erg lelijk zou zijn, dat vindt Tsereteli een boosaardige roddel.

“Ze willen het graag hebben”, zegt hij. “Er is alleen meer bodemkundig onderzoek nodig om een geschikte plek te vinden.'

De Russische pers heeft de uit Georgië afkomstige kunstenaar van illegale uitvoer van kostbare metalen beschuldigd. Maar hoe zwaar hij ook onder vuur ligt, Tsereteli heeft in de burgemeester van Moskou een machtig beschermheer gevonden. Van hem heeft hij een sprookjesachtige villa gekregen: de ambassade van West-Duitsland, die leeg was komen te staan toen het herenigde Duitsland nog maar een vertegenwoordiging nodig had. Op de plek waar tot voor enkele jaren de naargeestige rijen van visumaanvragers stonden, zitten nu drie koperen beren. Tsereteli heeft de bewaking, compleet met videocamera's en een controlekamer, van de Duitsers overgenomen. Zelf ontkent hij dat hij bang is, maar weerstand en woede oproepen doet hij zeker.

Er is ook altijd wel wat te kankeren. Burgemeester Joeri Loesjkov zou hem alle grote opdrachten gunnen: van de versiering van de dierentuin tot de inrichting van het Overwinningspark, waar nu de godin Nike en twee engelen als acrobaten aan een honderd meter hoge obelisk hangen, in de diepte neerkijkend op een bloedrode fontein. Broodroof, mopperen andere kunstenaars. Tsereteli's Peter de Grote zou volgens boze tongen een goedkope remake zijn van de mislukte Columbus.

“Ho, ho”, greep burgemeester Loesjkov in. “Dit begint op vervolging te lijken.” Maar toen de almaar hoger wordende tsaar boven het Kremlin begon uit te torenen, en de Moskovieten hun pijlen ook op hem, als burgemeester, begonnen te richten, zei hij lafjes: “Mij was verteld dat het beeld zeven meter hoog zou worden.”

Pas nu de storm een beetje is geluwd, gaat Tsereteli in de tegenaanval: “Ik ben onderworpen aan een volksgericht.” Even zoekt hij naar de juiste woorden. In zijn gezicht verschijnen strakke lijnen van verontwaardiging. “Zoiets komt zelfs niet voor onder de meest fascistische regimes...” Zijn vriendschap met Loesjkov staat nog overeind. “Hij heeft me veel gratis publiciteit bezorgd”, zegt hij met gevoel voor understatement.

De beeldhouwer is in Rusland niet uitgerangeerd. Hij is bezig met een nieuw project: de Russische variant van Disneyworld. Een maquette van het Moskouse pretpark heeft hij al, vol kleurige mozaïeken en sprookjesfiguren. “Zoals de Amerikanen Mickey Mouse hebben, zo zal ik voor Russische kinderen een symbool scheppen dat een deel van hun identiteit zal worden.” Het wordt geen beer, en hij zal geen Misja heten - maar meer wil hij er voorlopig niet over kwijt.

Tsereteli lijkt wanhopig de aansluiting bij “het volk” te willen hervinden. Maar hij neemt een andere pose aan: de kleine Georgiër wipt op zijn tenen en kijkt om zich heen alsof hij - net als zijn beelden - ver boven het aardse gekonkel verheven is. “In Parijs wordt mijn werk op een lijn gesteld met dat van Picasso, Chagall en Giacometti”, zegt hij. Ginds hebben ze hem al begrepen, Rusland zal volgen. Wacht maar. De eerste slag van zijn comeback heeft hij in elk geval gewonnen, want tsaar Peter is al niet meer uit de skyline van Moskou weg te denken.