Tweede Kamer akkoord met WIK

DEN HAAG, 22 OKT. De Tweede Kamer is gisteren akkoord gegaan met een nieuwe uitkeringsregeling voor kunstenaars, de Wet Inkomensregeling voor Kunstenaars (WIK). Kunstenaars krijgen vanaf 1 juli 1998 recht op een uitkering van 70 procent van een bijstandsuitkering en mogen daarnaast tot 125 procent van de bijstandsuitkering bijverdienen. Ze zijn vrijgesteld van sollicitatieplicht. Podiumkunstenaars, beeldende kunstenaars en musici mogen in totaal vier jaar van de regeling gebruik maken, over een periode van 10 jaar. Kunstenaars die de overstap van de algemene bijstand naar de WIK maken hebben in het eerste jaar recht op 80 procent van een bijstandsuitkering. Alleenstaande ouders en gezinnen krijgen nog wat meer, zodat zij nog maar 420 gulden van het sociaal minimum afzitten.

De nu aangenomen regeling is ruimer dan die minister Melkert (Sociale Zaken) voorgesteld had. Hij wilde een uitkering van 60 procent, en een bijverdiensteruimte tot 115 procent. PvdA en D66 stemden net als CDA en enkele kleinere fracties voor de ruimere regeling, de VVD was net als SP, SGP en RPF tegen. De VVD maakt bezwaar tegen de ruimere regeling omdat die de overheid gemiddeld 23 miljoen gulden per jaar meer kost.

Melkert betaalt dat ondermeer door geld te gebruiken dat bestemd was voor het zogenoemde 'flankerend beleid', dat onder meer was bedoeld om kunstenaars bij te scholen tot kleine ondernemers die in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien. Daartegen verzetten de kunstenaarsorganisaties, verenigd in de Werkgroep Kunstenaar en Bijstand zich. Zij vinden de regeling voor starters voldoende, maar vrezen dat kunstenaars die al jaren werken in continuïteitsproblemen komen door de 'magere' bijverdienstenruimte.