Robinson Crusoë nagevolgd in getto

The Island on Bird Street (›en i Fuglegaden). Regie: S⊘ren Kragh-Jacobsen. Met: Jordan Kiziuk, Patrick Bergin, Jack Warden, James Bolam, Stefan Sauk, Simon Gregor, Michael Byrne. In: Cinecenter, Amsterdam.

Verhalen van kinderen uit de Poolse getto's in de Tweede Wereldoorlog zijn vaak nauwelijks te geloven. Roman Polanski heeft er een aantal te vertellen, evenals Jerzy Kosinski en Uri Orlev, die zijn herinneringen in 1981 publiceerde in de roman The Island on Bird Street. Een belangrijk uitgangspunt van het boek, en de gelijknamige Engelstalige verfilming, is dat de jongen in het getto Robinson Crusoë leest, en de overlevingsstrategieën van de schipbreukeling concreet toepast op zijn eigen situatie. Net als Robinson creëert deze held (Jordan Kiziuk) een veilige plek, geen boomhut, maar een ondergrondse schuilplaats tussen het puin van de kapotgeschoten jodenwijk. Daar kan hij zich onttrekken aan de razzia's en de schietpartijen; na een reeks fantastische avonturen wordt hij tenslotte herenigd met zijn vader (Patrick Bergin) die immers beloofd had hoe dan ook terug te keren.

De door de Deense regisseur van jeugdfilms S⊘ren Kragh-Jacobsen geregisseerde grootscheepse Deens-Duits-Engelse coproductie werd onlangs nog vertoond op het kinderfilmfestival Cinekid. De film gaat nu echter in roulatie in avondvoorstellingen, en je kunt je inderdaad afvragen of het wel een jeugdfilm is. De toon is immers tamelijk grimmig, en lijkt weinig identificatiemogelijkheden te bieden voor kinderen die nu een jaar of elf, twaalf zijn, zoals de hoofdpersoon van de film. Bovendien is niet elke film met een kind in de hoofdrol automatisch geschikt als jeugdfilm.

Kragh-Jacobsen bombardeert de kijker ook met actie, beweging en emoties, in een tempo dat niet veel ruimte laat voor bezinning. Het lijkt in een min of meer realistische film als deze ook niet goed meer mogelijk alle oorlogsclichés te vermijden. Het resultaat is een goed bedoelde, niet exploitatieve, maar zichzelf hier en daar wat overschreeuwende bijdrage aan het streven 'nooit te vergeten'. De hoofdlijnen kenden we al, de details zijn niet bijster bijzonder. Na een tijdje wordt het puin een gelijkvormige doolhof, en geen van de hier geschilderde personages blijft je lang bij.