Pervers panorama uit heden en verleden

Taboe film festival 1997. In: Kriterion, Amsterdam. Vr 24 oktober t/m zo 9 november.

Sinds Luis Buñuel en Salvador Dalí in 1929 in Un chien Andalou een oog door een scheermes lieten klieven, moet je van goeden huize komen om een nog gruwelijker filmbeeld te verzinnen. Toch zijn er nog heel wat films gemaakt die het publiek confronteerden met iets wat het misschien helemaal niet wilde zien. Over de film als taboebreker, als spiegel van onbewuste verlangens en angsten, zijn heel wat dikke boeken volgeschreven. Misschien is het wel een van de belangrijkste functies van film en televisie geweest om de grenzen te verkennen van wat draaglijk is.

Een verstandige overheid, zoals tegenwoordig de Nederlandse, verbiedt niet wat zij abject vindt.Toch had het Amsterdamse studententheater Kriterion het nog onlangs aan de stok met de politie over een affiche met een bloot jongetje erop. Voor het Taboe Film Festival kozen de organisatoren voor het blauwe gebodsbord van een man met hoed die een klein meisje aan de hand meevoert, met als motto 'Wat kan, en wat kan niet?'. Dat ligt dus voor een deel aan de vieze geest van de beschouwer.

Het aangenaam eclectische programma biedt klassieke stenen des aanstoots als A Clockwork Orange en Straw Dogs (beide uit 1971). Masochisten, necrofielen en andere voyeurs kunnen hun hart ophalen aan bekende en minder bekende tractaties, met een opvallende hoeveelheid films uit Japan en Oostenrijk. Hoe groter de geïnternaliseerde repressie, hoe harder het beest in de mens terugbijt.