Paradijs der reuzen (2)

NEW YORK. Het is veel handiger een computer te hebben met het programma Windows 95 meteen al gekoppeld aan het browser programma waarmee het wereldwijde web kan worden afgegraasd, en dat ook door Microsoft wordt gemaakt.

Het is veel handiger dan er een afzonderlijk browser programma aan toe te voegen, want het eerste hoort even organisch bij het tweede als een hoofd bij een nek. Daarom valt het te begrijpen dat Bill Gates boos, verbaasd en verontwaardigd is nu de minister van Justitie Janet Reno hem ervan beschuldigt, de antitrustwet te overtreden, en hem dat wil verbieden op straffe van een dwangsom van een miljoen dollar per dag. De gebruikers van Windows 95 mogen het een vooruitgang vinden, maar volgens Reno is het een verboden uitbreiding van macht. Microsoft verplicht namelijk de makers van computers, bij het onmisbare Windows 95 het toegevoegde programma te installeren. Het is een vorm van gedwongen nering waarmee de concurrent Netscape Communications van de markt wordt gedrongen, en Microsoft in zijn gigantenformaat de volstrekte onbenaderbaarheid nog dichter nadert.

Intussen hebben op ander gebied opnieuw twee reuzen te kennen gegeven dat ze gaan fuseren: de accountants Ernst & Young en KPMG Peat Marwick. Daarna kunnen ze beter het hoofd bieden aan Coopers & Lybrand die met Price Waterhouse is verenigd. Zo zal het aantal grote kantoren zijn teruggebracht tot vier. Dat zal de weerbaarheid vergroten en daarmee worden weer de belangen van cliënt en kapitaalverschaffer beter gewaarborgd. Toch zal ook dezemachtsconcentratie door Reno misschien nog nader worden bekeken.

Waar we om ons heen kijken groeien de giganten. Reed Elsevier met Wolters Kluwer kan zich nu vergelijken met Bertelsmann, die derde op de ranglijst van de media-reuzen is. Wie een aardig overzicht wil hebben van de aanbieders op de tijdschriftenmarkt raadplege het speciale advertentiekatern van de gezamenlijke tijdschriftuitgevers in de New York Times van 20 oktober. Het valt niet bij benadering op te sommen; het is duizelingwekkend van hoeveelheid en verscheidenheid, en het is verbluffend dat dit enorme scala door zo weinig ondernemingen op de markt wordt gebracht.

Daar blijft het niet bij. De reuzen beconcurreren elkaar wel, maar tegelijkertijd vormen ze een eigen familie, waarin ook kan worden samengewerkt. Om een sterk voorbeeld te noemen: nog niet zo lang geleden vergeleek Ted Turner (met CNN tot Time Warner horend), Rupert Murdoch (News Corporation die bijvoorbeeld The Times, The Sun en talrijke televisiestations onder één dak heeft gebracht) met Hitler. Intussen werken beiden weer samen op het gebied van kabeltelevisie en satelliet-exploitatie. Tussen alle reuzen lopen verbindingslijnen, die daar niet zouden zijn als er op leven en dood werd gevochten. Een beschrijving daarvan staat in een tijdschrift dat men niet van revolutionaire bedoelingen kan verdenken, The New Yorker, ook van 20 oktober.

Er is een tijd geweest waarin het ontstaan en het doen en laten van een economische reus door politici en journalisten axiomatisch met wantrouwen werden bekeken. Vorige week heb ik hier, naar aanleiding van de fusie van Reed Elsevier en Wolters Kluwer geschreven dat we van dit oude wantrouwen tegenwoordig niet veel meer merken. Wie controleert de economische grootmachten? In theorie wordt dat gedaan door de nationale regeringen en de daarvoor opgerichte internationale instellingen, maar in de praktijk zijn ze er niet goed voor geëquipeerd. Daarbij komt dat de nationale economieën in toenemende mate van de reuzen afhankelijk worden. Er komen er meer, en stuk voor stuk blijven ze groeien. Als internationale eenheden van macht bestaan ze terzijde van de nationale staten en de supranationale instellingen. In dit opzicht (en verder niet) beginnen ze enige gelijkenis te vertonen met de rooms-katholieke kerk en de communistische partij in hun beste jaren. Wie controleert de macht van de internationale der economische reuzen?

Inmiddels heeft op deze pagina Paul Frentrop mij antwoord gegeven. De controle wordt uitgeoefend door “dat wonderbaarlijke mechanisme van de onzichtbare hand van de markt, voor het eerst beschreven door Adam Smith meer dan 200 jaar geleden. Die markt vraagt voortdurend om aanpassing en vernieuwing, maar stelt daarbij één constante voorwaarde: het management van de onderneming moet bereid zijn verantwoording af te leggen en te handelen in het belang van de kapitaalverschaffers en de andere bij de onderneming betrokken belangen”. Dit is het fenomeen corporate governance.

De grondslag van de politieke democratie is georganiseerd wantrouwen. De periodiek gehouden algemene verkiezingen dienen om dit wantrouwen te legitimeren en paraat te houden. Corporate governance wordt gecontroleerd door de kapitaalverschaffers en zichzelf. Het bewijst zijn kwaliteit door de manier waarop het de onderneming op de vrije markt weet te handhaven. In dit geheel van acties gedraagt de onderneming zich als een strikt zelfstandige eenheid. Hoe groter en 'globaler' ze is, hoe gemakkelijker ze zich aan externe, dat wil zeggen politieke controle, aan het georganiseerd wantrouwen zal kunnen, en misschien ook willen onttrekken. Dit impliceert dus niet dat een reus van de vrije markt zich per definitie als een vijand van het volk zal ontpoppen. Het kan zijn dat, door het wonder van Adam Smith, de consument er baat bij zal hebben, maar dit doet niets aan de ongrijpbaarheid af. Wel is er een inhoudelijke verbinding met de fameuze uitspraak: Wat goed is voor General Motors is goed voor Amerika.

Het is waar: de markt vraagt voortdurend om aanpassing en vernieuwing. Dat doet de democratie ook. Op de economische markt groeien de reuzen. De politieke markt stagneert, loopt achter.