Oudercursus is zo slecht nog niet

Cursussen onder dwang zijn ethisch problematisch en weinig effectief, zo betogen A.G. Donker en F.J. Pakes in een tweetal artikelen (NRC Handelsblad, 18 september en 6 oktober), naar aanleiding van het voornemen van Justitie om ouders te verplichten tot het volgen van zogenaamde oudercursussen. Ik maak bezwaar tegen dit veronderstelde on-ethische aspect van 'oudercursussen onder dwang' en de te verwachten uitkomsten.

Laat ik er, wellicht ten overvloede, op wijzen dat zo'n verplichting uitsluitend overwogen wordt bij ouders die in zeer ernstige mate in de opvoeding van hun kind tekortschieten. Ouders die in meer opzichten de controle over hun eigen leven en dat van hun kinderen verloren hebben. Dat zegt iets over de wijze waarop deze ouders in het leven staan, en over hun onvermogen om datgene te geven wat een jong kind behoeft en waar het recht op heeft.

De vraag is niet of 'dwangmaatregelen' in dergelijke gevallen gerechtvaardigd of gewettigd (ofwel 'ethisch') zijn. Dwangmaatregelen als deze worden niet opgelegd in het belang van de ouder maar om recht te doen aan het kind! De vraag is slechts of dat altijd in de vorm van uithuisplaatsing moet gebeuren, en of dat in alle gevallen in het belang van het kind is. Juist om een nog krachtiger en ook voor kinderen bijzondere ingrijpende gebeurtenis als uithuisplaatsing te voorkomen, kan de verplichting tot het volgen van oudercursussen zeer adequaat zijn. De winst voor kinderen is dat zij na alle negatieve ervaringen nu ook positieve ervaringen met hun ouders zouden kunnen opdoen, die basaal zijn voor een gezonde ontwikkeling.

De winst voor de ouders is dat het sommigen van hen nog een laatste kans biedt, namelijk diegenen die uit onmacht (en niet uit misdadigheid) schromelijk tekort schieten jegens hun kind, of zelfs uit dezelfde onmacht een fysieke of geestelijke bedreiging voor het kind vormen. Het opheffen of verminderen van deze ouderlijke onmacht door het aanbieden van kennis en vaardigheden die leiden tot een betere opvoedingsrelatie zou het doel van deze oudercursussen moeten zijn. Het gaat er dus niet in eerste instantie om om ontwikkelingsdoeleinden bij het kind te bereiken, zoals in veel programma's voor opvoedingsondersteuning het geval is, maar met name om een attitudeverandering bij de opvoeder te bewerkstelligen.

Daar zit een ander knelpunt, althans volgens Donker en Pakes. Zij vinden dat cursussen onder dwang per definitie geen effect kunnen sorteren. Mijn bezwaar daartegen is dat 'motivatie' hier wordt voorgesteld als onveranderbaar en statisch. Ik geef onmiddellijk toe dat de motivatie bij aanvang niet optimaal zal zijn wanneer deelname dwingend wordt voorgeschreven. Maar het is juist de intrinsieke waarde van zo'n cursus dat het ouders ook in een later stadium kan motiveren, wanneer vaste (en vastgeroeste) patronen in denken, voelen en handelen doorbroken zijn en er perspectief geboden wordt op een gezondere opvoedingsrelatie met het kind.

Zoals kinderen een innerlijke drijfveer bezitten om hun ouders lief te hebben en te respecteren, zo hebben ook de meeste ouders een innerlijke drijfveer om ouder te willen zijn. Dat zijn positieve krachten die via oudercursussen tot ontwikkeling kunnen worden gebracht, zelfs wanneer deelname daaraan bij aanvang als dwingend wordt ervaren. Of dat uiteindelijk leidt tot minder criminelen, is een vraag die pas veel later beantwoordt kan worden. Via goede evaluatie bijvoorbeeld, zoals ook door prof. Junger-Tas voortdurend wordt bepleit.