'Maurice Papon heeft veel joden geholpen'

PARIJS, 22 OKT. Maurice Papon, de van misdrijven tegen de menselijkheid verdachte secretaris-generaal van de Gironde tijdens de Tweede Wereldooorlog, zou joden hebben geholpen te ontkomen aan de vernietigingskampen. Dat zegt een historicus die in 1981 ertoe bijdroeg dat Papon in staat van beschuldiging werd gesteld.

Michel Bergès, die in december getuigt voor het Hof van Assisen in Bordeaux, waar sinds 8 oktober het proces tegen Papon wordt gevoerd, geeft daarmee onverwachts steun aan Papons ontkenning van verantwoordelijkheid voor het beleid dat de Duitse bezetter afdwong.

Bergès beweert dat de kinderen van slachtoffers van de jodendeportaties en het openbaar ministerie ernstige fouten hebben gemaakt. Volgens deze historicus uit Bordeaux hebben zij als origineel bewijsmateriaal tegen Papon documenten aangemerkt die in werkelijkheid slechts administratieve kopieën zijn. Papon zou deze hebben getekend na afloop van de deportaties, die ongeveer 1.600 joden uit de regio-Bordeaux het leven hebben gekost.

Uit andere documenten blijkt bovendien, stelt Bergès, dat Papon de arrestatie van joden saboteerde door in overleg met de opperrabbijn van Bordeaux zeker 130 namen weg te strepen van de orderlijsten. Volgens de historicus zijn in Bordeaux en omgeving op die manier 300 à 400 joden aan de dood ontsnapt. De visie van Bergès wordt van de hand gewezen door advocaten namens belanghebbenden (die in het Franse strafproces een belangrijke rol vervullen). Het proces-Papon heeft de afgelopen dagen ook buiten de rechtszaal de gemoederen in beweging gebracht. Terwijl het Hof zich bezighield met Papons verantwoordelijkheid als prefect van politie tijdens bloedige rellen in Parijs in 1961 (rondom Algerijes bevrijdingsstrijd), hebben politici van diverse richtingen zich de ontwikkeling van het proces aangetrokken.

Vooral de politieke erfgenamen van generaal De Gaulle voelen zich aangevallen door de manier waarop over het collaborerende Franse oorlogsregime in Vichy en generaal De Gaulle's naoorlogse behandeling daarvan wordt gepraat. Premier Jospin (socialist) heeft daarop gisteren het woord genomen in de Nationale Vergadering. Het is goed dat het proces plaatsheeft, betoogde hij, het is niet het proces van een regime of een land, maar van een man. Volgens Jospin probeert extreem-rechts het proces te exploiteren als proces van het gaullisme. “De regering en de linkse meerderheid doen daar niet aan mee.”