Lobby gepensioneerden voor het stille goud

De collectieve pensioenvoorziening is nu groter dan ons nationale product en blijft groeien. Werkgevers en werknemers zijn samen de baas van deze goudmijn van 700 miljard gulden.

ROTTERDAM, 22 OKT. Wie mag er aan tafel zitten als er gepraat wordt over het stille goud van de Nederlandse economie, de pensioenreserves van zo'n 700 miljard gulden? Blijft dat het exclusieve domein van werkgevers en werknemers, of kunnen de gepensioneerden zelf ook een plaats aan die tafel veroveren?

De collectieve pensioenvoorziening is op dit moment al groter dan het nationaal product van Nederland, en groeit nog steeds sterk. De miljarden worden belegd door pensioenfondsen en verzekeraars. Naast de collectieve, doorgaans verplichte pensioenen die gekoppeld zijn aan het arbeidscontract met een werkgever, kan iedereen ook individuele voorzieningen voor later afsluiten, via koopsompolissen bijvoorbeeld.

De individuele regelingen zijn een privé-zaak, de collectieve pensioenen worden beheerd door werkgevers en werknemers in een specifiek bedrijf of in een bedrijfstak. De sociale partners vormen samen de besturen van de pensioenfondsen die over de bulk van de 700 miljard gulden beslissen. Nu het aantal gepensioneerden rap toeneemt gaat hun gebrek aan tastbare invloed steeds meer knellen. De vakbonden vinden dat zij bij uitstek geschikt zijn om zowel de belangen van de werkenden als van de ex-werkenden te behartigen, maar de lobby van gepensioneerden wint snel aan politieke kracht.

“Soms worden in een CAO door werknemers en werkgevers dingen gedaan waardoor gepensioneerden benadeeld worden”, vindt A. Sturkenboom, die de afgelopen weken namens de ouderenorganisatie CSO met werkgevers en werknemers heeft onderhandeld over grotere invloed van gepensioneerden in de besturen van de pensioenfondsen. Vorige week bereikten zij in het overlegforum Stichting van de Arbeid overeenstemming over grotere zeggenschap van gepensioneerden.

“Wij hadden de steun in de rug van staatssecretaris De Grave (van Sociale Zaken, die over de pensioenwetgeving gaat; red.), die op zijn beurt weer een Kamer-meerderheid had gemobiliseerd”, vertelt Sturkenboom. “Ik heb tegen de werknemers en werkgevers gezegd: wil je een maatschappelijke ontwikkeling frustreren door benauwd aan de macht vast te houden?”

Het touwtrekken om invloed op de besteding van de pensioenreserves is niet alleen een voorbode van de vergrijzing, maar ook van de fantastische (legitieme) verrijking van veel pensioenfondsen. Sinds 1992 hebben de pensioenfondsen dankzij de beurshausse naar schatting meer dan 300 miljard gulden verdiend op hun beleggingen.

Dat heeft een stevige basis gelegd onder het Nederlandse pensioensysteem en de ruimte geschapen voor verbeteringen in de pensioenregelingen. Zoveel extra vermogen is tevens een aantrekkelijke melkkoe voor de betrokken onderneming en een verleidelijk smeermiddel voor de sociale partners die de besturen van de pensioenfondsen bemannen. Wat heeft prioriteit? Verbetering van ingegane pensioenen of een prepensioen voor huidige werknemers?

Vorig jaar ontstaken de gepensioneerden van Nedlloyd in woede toen “hun” pensioenfonds ruim 100 miljoen gulden overtollig vermogen aan het bedrijf uitkeerde. Het pensioenfonds van Hoogovens (IJmuiden) droeg financieel bij aan een reorganisatie waarover werkgever en werknemers overeenstemming hadden bereikt.

Pag.19: Macht ouderenlobby laat zich steeds sterker gelden

In de grafische sector helpt het pensioenfonds (met 368 miljoen gulden) bij het omzetten van de dure VUT-regeling in een prepensioenregeling. In de haven legt het pensioenfonds 300 miljoen gulden op tafel om de VUT van een deel van de werknemers te financieren.

Invloed op de besteding van de pensioengelden hebben gepensioneerden nu via de zogenoemde deelnemersraden, die sinds 1990 verplicht zijn. Daar moet 5 procent van de gepensioneerden en ex-werknemers wel zelf om vragen. Dat blijkt een formidabele hindernis: 20 procent van de fondsen heeft zo'n raad, bleek vorig jaar uit onderzoek. Deze vorm van inspraak geldt alleen voor pensioenregelingen die een eigen fonds hebben.

Tevens zijn er nog ruim 30.000 (over het algemeen kleinere) bedrijven die de pensioenregeling laten uitvoeren door een verzekeraar, waar de werknemers alleen via hun ondernemingsraad invloed op de pensioenregeling hebben.

De machtsbasis die de sociale partners de laatste veertig jaar in de pensioenfondsen hebben opgebouwd, brokkelt gestaag af. De generatie van de wederopbouw gaat met pensioen, de baby boomers uit de jaren veertig zullen vanaf het jaar 2010 volgen. Praten over pensioen is opeens populair. De opkomst van de ouderenpartijen na het echec van het CDA met het ter discussie stellen van de AOW heeft de macht van de ouderenlobby geopenbaard. “De Grave wil wel scoren”, constateert Sturkenboom van ouderenorganisatie CSO.

Hoe enthousiast het CSO ook is over het bereikte akkoord en hoe positief De Grave zich ook uitlaat, het convenant blijft achter bij hun inzet. Alleen bij de pensioenfondsen van een specifieke onderneming komt een plaats voor gepensioneerden in het bestuur dichterbij.

In de bedrijfstakpensioenfondsen, waarbij de meeste werknemers en gepensioneerden zijn aangesloten, blijft het op zijn best een doelstelling. De bedrijven die hun pensioenregelingen laten uitvoeren door een verzekeraar krijgen de aanbeveling effectievere medezeggenschap in te voeren met de oprichting van een deelnemersraad.

De Grave wilde aanvankelijk de deelnemersraad als instrument voor zeggenschap van gepensioneerden het liefst overslaan. Hij propageerde directe vertegenwoordiging in het bestuur, zoals het pensioenfonds van Philips vorig jaar heeft ingevoerd en waarover De Grave zich tijdens een werkbezoek in Eindhoven heeft laten informeren.

Wetgeving had meer tijd gekost, maar de vraag blijft hoe hard een convenant is als het om de besteding van zoveel geld gaat. Dat moet een evaluatie over drie jaar uitwijzen.