In Algerije maakt Le Pouvoir de dienst uit

Morgen worden in Algerije nieuwe gemeenteraden en provinciale colleges gekozen. Maar in Algerije regeren niet de gekozen bestuurders. Achter de schermen bepalen de generaals van Le Pouvoir de politieke speelruimte.

AMSTERDAM, 22 OKT. Al jaren worden de Algerijnse kiezers door hun bestuurders hartelijk uitgenodigd naar de stemlokalen te komen. Hun stembiljetten bepalen echter niet wie het in Algerije voor het zeggen heeft.

Ook de gekozen president, de door hem benoemde premier, en de door de premier benoemde ministers bepalen uiteindelijk niet de gang van zaken. Zij mogen besturen, want dat is een moeilijke en tijdrovende bezigheid. Maar zij mogen niet echt regeren. De ingrijpende besluiten moeten achter de schermen worden goedgekeurd door één of meer generaals.

“Mijn land is een democratuur, waar de verkiezingsuitslagen, zoals overal in Noord-Afrika, door een kleine groep machthebbers van tevoren worden bepaald en daarom stelselmatig vervalst”, zegt een vroegere diplomaat. “Toen ze dat in 1991 niet deden, omdat ze de situatie verkeerd hadden ingeschat, liep het ook behoorlijk mis. Ze zagen zich gedwongen de verkiezingen (die het radicaal-islamtische FIS dreigde te winnen) ongeldig te verklaren en de volgende ronde af te gelasten. Want Algerije is in feite een militaire olichargie. De islamisten gebruiken het nare woord: junta.”

Alle ministers en staatssecretarissen, alle directeuren van staatsondernemingen en banken, alle ambassadeurs in het buitenland en prefecten in het binnenland weten hoe de besluitvorming gaat. Wie politiek dan wel fysiek wil overleven, raadpleegt achter de schermen 'zijn' generaal en zoekt diens goedkeuring. Wie als opdrachtgever en beschermheer de verkeerde generaal heeft uitgezocht, dat wil zeggen de generaal met op dat moment onvoldoende machtsmiddelen, heeft pech gehad en valt.

De kolonels, die zichzelf tot generaals promoveerden, vormen sinds de onafhankelijkheidsoorlog een geheim genootschap, dat Le Pouvoir (de Macht) wordt genoemd. Le Pouvoir was er altijd en is er nog steeds, dankzij de groepssolidariteit van deze hoge officieren. Zij weten dat zij van elkaar afhankelijk zijn, dat als de één valt, hij de ander kan meesleuren.

Maar natuurlijk hebben de clans die in Le Pouvoir zijn vertegenwoordigd, vaak ruzie met elkaar als hun gemeenschappelijke belangen in conflict komen met hun regionale- en dorpsverbondenheid, familierelaties, financiële belangen, persoonlijke vriendschappen en andere bindingen. Daardoor is Le Pouvoir een eeuwig schuivend paneel, waarvan de contouren voor de buitenstaander nauwelijks of niet zichtbaar zijn.

Het belangrijkste streven van Le Pouvoir is aan de macht te blijven. Dat kan alleen als de hoge officieren de politiek zo ondoorzichtig mogelijk maken, als zij hun onderlinge ruzies binnen de perken houden en als zij in consensus de besluiten nemen. Daarnaast hebben zij een heel apparaat van geheime diensten nodig; die moeten ervoor zorgen dat zij die niet aan de macht zijn, geen gevaar voor hen opleveren.

Het geheime-dienstenapparaat, het Directoraat voor Inlichtingen en Veiligheid (DRS), staat onder leiding generaal Mohamed Medienne, beter bekend als Toufiq. Hij is zeer machtig, omdat de militaire veiligheidsdienst - de Sécurité Militaire oftewel de SM - onderdeel is van de DRS.

De SM bemoeit zich met alles en iedereen. Zij heeft haar zegje in de benoeming van regeringsfunctionarissen. Zij is in vrijwel alle ambassades vertegenwoordigd. Zij beheerst een deel van de zo profijtelijke buitenlandse handel. En zij heeft haar ogen, oren en handlangers in álle politieke partijen, met inbegrip van de democratische oppositiepartijen en de radicaal-islamitische groeperingen. Op die manier kan zij vrijwel alle politieke krachten naar behoeven manipuleren. Dat maakt de Algerijnse politiek zo ondoorzichtig. Het is voor de gewone burger volstrekt onmogelijk te begrijpen wie wat doet of niet doet en waarom.

Hoe konden bij voorbeeld de bloedige moordpartijen van de afgelopen maanden in de dorpen rond Algiers ongestoord plaatsvinden? In Bentalha bij voorbeeld, één van de dorpjes dat praktisch werd uitgeroeid. Enkele uren voor de slachting hadden inwoners de militairen gewaarschuwd dat zij vlakbij het dorp een groep verdachte individuen hadden gesignaleerd. De militairen reageerden niet. En in Beni Messous konden de moordenaars vier uur lang ongestoord te werk gaan - op een paar honderd meter van een kazerne, waar een elite-eenheid gestationeerd was.

Dat gebeurde niet omdat de strijders van de ultra-radicale GIA zo sterk waren geworden, maar omdat zij hun gang konden gaan. Waarmee president Zéroual, die riep dat het zo goed ging, voor joker werd gezet. Hij had op 15 juli de gevangen gehouden Abassi Madani, de belangrijkste FIS-leider, in vrijheid gesteld, in ruil voor diens toezegging om voor de televisie een oproep te doen aan het AIS, de militaire arm van het FIS, de strijd te staken. Die beslissing leidde tot ernstige ruzie binnen Le Pouvoir.

Naar buiten toe werd het voorgesteld als het oude conflict tussen de 'Verzoeners' (de voorstanders van een dialoog met de radicaal-islamitische groepen) en hun tegenstanders, de 'Uitroeiers'. In werkelijkheid ging het om veel meer: om de machtsbalans tussen Zéroual en een aantal generaals, die vreesden door hem opzij te worden gezet. De uit ruststand gehaalde generaal Zéroual was immers niet langer de in 1994 door zijn collega's benoemde, maar de in 1995 door het volk gekozen president.

De generaals die tot het kamp der 'Uitroeiers' behoorden, werden zenuwachtig. Waar zouden zij blijven, als de president met het FIS tot een vergelijk kwam? Zouden zij uit hun profijtelijke machtsposities worden gezet? Wees de benoeming in juli van Zérouals persoonlijke vriend, de 'Super-Verzoener', generaal Taïeb Derrajdi, tot hoofd van de gendarmerie niet in die richting? Er was maar één antwoord mogelijk op Zérouals uitdaging. Als hij dacht de rust in het land te kunnen herstellen door zaken te doen met het FIS, zouden de andere generaals door hun passiviteit tegenover de GIA aantonen dat hij er ver naast zat.

Natuurlijk zeiden ze niet openlijk dat ze zijn politiek saboteerden. Ze legden uit dat de GIA-strijders enkele dagen voor een aanval een dorp binnensluipen, zich daar in lege huizen nestelen en vervolgens alle wegen naar buiten met mijnen onbegaanbaar maken. Slechts één weg ondermijnen zij niet: die waarlangs zij vertrekken. Dat zou het voor de strijdkrachten onmogelijk maken 's nachts de aangevallen dorpen te hulp te komen.

Zéroual was razend. Hij vroeg en kreeg het ontslag van de generaal die verantwoordelijk was voor de bescherming van de streek rond Algiers. Maar daarmee waren de conflicten in de militaire top niet opgelost. Dus werden alle hoge officieren vorige maand in conclaaf bijeen geroepen.

Daar hadden de 'Uitroeiers' een probleem: ze konden niet langer spreken van “een oorlog op leven en dood”, omdat de islamitische strijdgroepen door ingrijpen van het leger sinds 1995 geen echt gevaar meer vormen voor Le Pouvoir, alleen nog maar voor de burgers. Uitgangspunt van de 'Verzoeners' was dat men het FIS, dat eventueel onder een andere naam zou herrijzen en de 'gewapende strijd' zou afzweren, niet al te veel politieke ruimte zou bieden. Opnieuw kwam de vraag aan de orde: is het wenselijk met de radicaal-islamitische stroming in het land zaken te doen?

Een meerderheid van de generaals vond van wel. Maatschappelijke concessies aan de islamiseringsverlangens van het FIS zouden hen in hun persoonlijk leven niet raken. En in het verleden was men ook al zo vaak de voorstanders van een Arabo-islamitisch Algerije tegemoet gekomen.

De doorslag gaf dat het aantal in blauw gestoken 'dorpswachters' - betaald en bewapend door het het leger, maar onder leiding van de gendarmerie (de plattelandspolitie) - in twee jaar tijd van 15.000 man tot 100.000 man was uitgegroeid. Daarnaast was het aantal leden van de spontaan ontstane 'Wettige Defensiegroepen', ook wel Patriotten genaamd, eveneens tot 100.000 gestegen. Formeel vallen deze onbetaalde en slecht bewapende vrijwilligers sinds afgelopen april onder het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Het leger, dat ongeveer 165.000 man telt, heeft steeds meer moeite die 200.000 gewapende mannen onder controle te houden - zeker nu ook het FIS de dorpelingen oproept om zich in milities te organiseren tegen de aanvallen van de GIA. Nu al volgen de milities steeds vaker het voorbeeld van hun radicaal-islamitische vijanden en gaan zich te buiten aan allerlei misdaden. Als zij verder uitbreiden, kan dat de reeds bestaande regionale conflicten aanwakkeren, waardoor Algerije uiteen zou kunnen spatten.

Dus gaven de 'Uitroeiers' zich gewonnen. Maar eens temeer besloten zij Zéroual een lesje te leren. Hij moest beseffen dat hij eigenhandig niets kon doen, dat hij maximaal een primus inter pares was.

Toufiq had al de door Zéroual op vrije voeten gestelde FIS-leider, Abassi Madani, opnieuw tot huisarrest veroordeeld, nadat deze Kofi Aman, de secretaris-generaal Kofi Anan van de VN publiekelijk had verzocht iets aan het geweld in Algerije te doen. Nu gaf Toufiq opdracht vaart zetten achter de onderhandelingen met Madani Mezraq, de leider van het AIS, om tot een bestand te komen. Hij haalde Zéroual rechts in.

Terwijl de politieke leiding van het FIS nog niet over de brug was gekomen en Zéroual met klem verkondigde dat er geen sprake was van onderhandelingen met het FIS - “een afgesloten hoofdstuk ” - accepteerde de militaire leiding van het FIS het aanbod van Toufiq en de 'Uitroeiers' om een staakt-het-vuren te sluiten.

Waarmee opnieuw werd aangetoond dat Liamine Zéroual een president is met net zo veel macht als de overigen binnen Le Pouvoir hem gunnen. De verkiezingen van morgen zullen aan dit basisgegeven niets veranderen.