Het Spangen-model

HET BURGERPROTEST tegen drugsoverlast in de Rotterdamse wijk Spangen is iets voor de autoriteiten om zich aan te trekken, gaf kroonprins Willem-Alexander onlangs te kennen in zijn tv-vraaggesprek. Dat sloeg niet alleen op een harde repressieve aanpak van het drugsprobleem, in de Maasstad gesymboliseerd door het codewoord Victor. Dit staat voor krachtdadige “veegacties”, aanvankelijk in de straten en op de pleinen en later ook gericht tegen drugspanden. Deze aanpak heeft echter zijn beperkingen.

Zelfs de veelgeplaagde buurtbewoners beseffen dat er ook iets moet worden gedaan aan een menswaardig bestaan voor de 'eigen' verslaafden. Mits hun buurt maar niet fungeert als vergaarbak. Dat is het andere gezicht van het Rotterdamse drugsbeleid, gesymboliseerd door de Pauluskerk van dominee Visser. Ook dit is geen afdoende recept, getuige het echec van Perron Nul. Zürich mag dan zijn 'Spritzenplatz' hebben, maar Perron Nul was duidelijk een station te ver.

De Rotterdamse GGD heeft nu een dappere poging ondernomen de impasse te doorbreken. Het stelt voor verslaafden in aparte woningen in hun eigen wijk te huisvesten en dealers langs de deur te laten komen. Dit plan heeft een dubbele bedoeling. Het moet de verslaafden in staat stellen hun leven een beetje op orde te brengen en tegelijkertijd de verpestende concentratie van drugspanden in met name het westen van de stad doorbreken.

IN BEIDE OPZICHTEN zou spreiding inderdaad verschil kunnen maken. Maar riskant zijn de plannen wel. Onwillekeurig gaan de gedachten terug naar Amsterdam, eind jaren zeventig. Daar maakte wethouder Irene Vorrink zich toen ook sterk voor spreiding van drugscafés. Het massale buurtprotest dat zij ontmoette was mede een reden voor haar de politiek voortijdig vaarwel te zeggen. Beslissend voor het Rotterdamse initiatief is dan ook allereerst of ook buiten Spangen en Delfshaven een draagvlak kan worden gevonden in de deelgemeenten.

Een argument om hen over de streep te trekken is wellicht dat spreiding ook het weren van drugstoeristen uit andere plaatsen meebrengt. Een vraag is nog wel hoe de politie dat denkt te realiseren. Nederland kent geen lokale legitimatieplicht. Het grootste knelpunt is het inschakelen van dealers. Destijds wilde mevrouw Vorrink in Amsterdam weliswaar drugscafés spreiden, maar zij trok een duidelijke grens bij overheidsbemoeienis met dealers. “Een klein beetje dealen dat kan toch”, zeiden de mensen van een opvangcentrum. “Nee”, zei Vorrink in een vraaggesprek met deze krant, “dan maken de dealers de dienst uit.”

Directe of indirecte overheidsbemoeienis met de aanschaf van drugs is justitieel gezien tot dusver een onoverkomelijke horde gebleken. Het gedoogbeleid staat bijvoorbeeld geen gemeentelijke bemoeienis met coffeeshops toe. Dat geldt zeker voor harddrugs. Het Rotterdamse plan zal het dan ook niet kunnen stellen zonder toestemming van Den Haag. Dit is nog wel andere koffie dan het omstreden voorschotje dat dominee Visser wilde nemen op het experiment heroïneverstrekking.

DE BOODSCHAP van Spangen aan Den Haag is intussen glashelder. Annie Verdoold, lid van de kerngroep Spangen drugsvrij, heeft alvast mede het initiatief genomen voor een project waarbij een aantal junks in haar wijk in één woning zijn gehuisvest.