Fusie van havenpools 'een gepasseerd station'

De Vervoersbond FNV wil dat de havenpools van Amsterdam en Rotterdam fuseren. Voor de directeur van de Rotterdamse havenpool Jan Schermer is dat een gepasseerd station.

HOOGVLIET, 22 OKT. Miljarden worden de komende jaren in de havens van Amsterdam en Rotterdam geïnvesteerd. Maar geld om de ruim 1.200 werknemers van de beide havenpools - een soort uitzendbureau voor havenbedrijven waaruit zij mensen kunnen putten tijdens piektijden - aan het werk te houden is er niet meer. Dat valt vooral moeilijk uit te leggen aan de 315 havenpoolers in Amsterdam die wegens het faillissement van hun organisatie op straat zijn komen te staan.

De harde kern van hun Rotterdamse collega's verklaart zich solidair en heeft vandaag geëist dat beide havenpools worden samengevoegd. Zij dreigen met acties. De Rotterdamse havenpool - nog 950 mensen - is weliswaar noodlijdend, maar nog niet failliet. Er dreigt een verlies dit jaar van 10 miljoen gulden, maar via een van de laatste bijdragen uit een fonds van het ministerie van Sociale Zaken (12 miljoen) kan dat verlies dit jaar nog worden opgevangen.

Volgend jaar krijgt de havenpool in Rotterdam nog een miljoen uit het fonds, dat door het ministerie is opgezet als sociaal vangnet voor de teruglopende werkgelegenheid in de overslag in beide sterk geautomariseerde havens, maar dan is de pot leeg. Amsterdam (24,5 miljoen gulden) en Rotterdam (39 miljoen), maar ook de havenpools van Terneuzen, Vlissingen en Delfzijl hebben de overheidsruif dan volledig leeggeplukt.

Niettemin ziet de directeur van de stichting Samenwerkende Havenbedrijven (SHB) Rotterdam, Jan Schermer, in Rotterdam voldoende mogelijkheden om de havenpool quitte of zelfs winstgevend te laten draaien. Daarvoor moet de havenpool echter wel worden gereorganiseerd. In Amsterdam was de havenpool in de overslag met 315 werknemers op een vast werknemersbestand bij de havenbedrijven van slechts 450 mensen een kind met een waterhoofd. In Rotterdam werken in de overslag 950 havenpoolers op ongeveer 4700 vaste medewerkers bij de bedrijven. 300 havenpoolers zijn vast gedetacheerd bij een aantal bedrijven.

Directeur Jan Schermer van de Rotterdamse havenpool zegt dat hij zes weken geleden al onderzoek heeft gedaan naar de mogelijkheid beide havenpools samen te voegen. “Maar ik heb dat traject afgebroken”, zegt Schermer in het SHB-kantoor in Hoogvliet. “Er bereikten ons alleen maar geluiden dat de Amsterdamse werkgevers en de gemeente Amsterdam niet onder het juk van Rotterdam wensten te werken. Laten ze daarom eerst daar hun problemen maar eens oplossen. Het failliet van de havenpool is een Amsterdams probleem, geen Rotterdams. Al wordt driftig geprobeerd het conflict te laten overslaan naar de haven van Rotterdam.”

Schermer vermoedt dat het met die Amsterdamse pogingen om ook Rotterdam in een groot conflict te betrekken wel zal loslopen. Als voormalig vice-voorzitter van de Industriebond FNV kent de voorzitter de vakbeweging als zijn broekzak. Maar het feit dat hij als directeur van de havenpool SHB nu de werkgeversbelangen in de Rotterdamse haven verdedigt wordt door de militante achterban van de havenpoolers bijna als hoogverraad opgevat. Schermer benadrukt nog maar eens dat het beeld van de noeste havenarbeider die met balen, kratten of kisten in de weer is een aflopende zaak in de haven is. Zeker in Rotterdam, waar in de fruitoverslag en in het papier tegenwoordig met gespecialiseerde pakketten wordt gewerkt waar nauwelijks nog handwerk aan te pas komt. “Wat dat betreft heb ik me goed gerealiseerd dat Rotterdam de laatste grote stakingen heeft gehad in 1991. Ik zat hier pas een jaar en toen had je het sjor- en stukgoedconflict. Maar de tijden zijn veranderd. Want toen kon je aan alles al merken hoeveel energie er door de stakers ingestoken moest worden om collectief nog iets voor elkaar te krijgen.”

Ook dat aspect heeft volgens Schermer te maken met het veranderde karakter van de haven. “Vroeger werkten havenarbeiders nog met 150 man op een bananenboot. In zo'n groep ontstond een stuk saamhorigheid waar de actiebereidheid groot was. Havenwerknemers waren toen een nummer, maar via de groep konden ze de baas laten zien dat ze nog bestonden. Nu zit een havenpooler op een tractor. Hij is geen nummer meer. Als zijn container van zijn wagentje valt kan hij daar persoonlijk op worden aangesproken. De havenpool bestaat meer en meer uit geïsoleerde arbeidsplaatsen tegenwoordig. Dat maakt samenscholing en de mogelijkheid om een haven plat te leggen in de praktijk een stuk ingewikkelder dan vroeger. Als er al bereidheid tot staken is. Want werknemers die in vaste dienst van de bedrijven zijn staan daar echt niet om te springen. Bovendien leert de praktijk dat er bij havenwerkers altijd nog een verschil zit tussen wat ze zeggen en wat ze doen. In de groep staan ze te schreeuwen, maar bij hun baas voeren ze gewoon hun werk uit.” Niettemin is de bereidheid van de havenpoolers om een aantal sociale verworvenheden uit het verleden af te staan niet groot volgens Schermer. In Rotterdam wordt hij geconfronteerd met 200 havenpoolers die nog ressorteren onder de stukgoed CAO. Zij weigeren te werken in de weekeinden. Zij zijn in de 24-uurs economie van de Rotterdamse haven - die door de opkomst van de container een grote metamorfose heeft ondergaan - niet flexibel inzetbaar meer.

Niettemin zal die mentaliteit volgens Schermer moeten veranderen wil Rotterdam niet dezelfde weg opkoersen als Amsterdam waar de zogeheten leegloop - havenpoolers krijgen een volledig salaris ook als zij niet kunnen worden ingezet - onbetaalbaar is gebleken. “We vragen redelijke zaken”, zegt Schermer. “Havenpoolers moeten zes dagen beschikbaar zijn. Ze worden vier dagen ingeroosterd en moeten de andere twee dagen oproepbaar zijn. Dat gebeurt dan wel volgens hun ritme. Als ze in de nacht hebben gewerkt worden ze niet plotseling overdag ingezet.” Via een vrijwillige vertrekpremie moeten tevens 50 van de 950 werknemers afvloeien in de Rotterdamse havenpool. Met die reorganisaties denkt Schermer een flexibele en lonende organisatie te creëren, die volgens hem een functie heeft. “Er zal altijd een soort arbeidsreservoir in de haven moeten zijn waaruit bedrijven in piektijden mensen kunnen betrekken. Die noodzaak zie ik bij grote klanten van ons in de haven als ECT (containers), Seaport (fruitoverslag) en ITR (papier).”