Bezoek Mandela aan Libië wekt irritatie in VS

De Verenigde Staten zijn hoogst ongelukkig over een tweedaags bezoek van de Zuid-Afrikaanse president Mandela aan Libië. Mandela viel dit weekeind zeer scherp uit tegen zijn Amerikaanse criticasters.

JOHANNESBURG, 22 OKT. De Zuid-Afrikaanse president Nelson Mandela is vandaag richting Libië vertrokken voor een ontmoeting met zijn ambtgenoot Muammar Gaddafi. De Verenigde Staten zijn zeer ontstemd over het bezoek aan Libië, dat ervan wordt verdacht het internationale terrorisme te steunen. Maar Mandela heeft zich van de Amerikaanse kritiek niets aangetrokken en op zijn beurt de VS beticht van “arrogantie”.

Mandela vertrok vanmorgen per vliegtuig uit Egypte, waar hij een tweedaags bezoek aflegde, naar Tunesië. Van daar stak hij samen met zijn Mozambikaanse vriendin Graça Machel per auto de grens met Libië over, waar hij eveneens twee dagen zal blijven. De reis over land is in overeenstemming met een vliegembargo van de Verenigde Naties tegen Libië, vijf jaar geleden ingesteld om Gaddafi te dwingen twee Libiërs aan Groot-Brittannië uit te leveren. De twee waren, zo vermoeden de Britten en de Amerikanen, verantwoordelijk voor het opblazen van het Pan Am-vliegtuig boven het Schotse Lockerbie in 1988. Daarbij kwamen 270 mensen om het leven.

Mandela ziet zijn bezoek aan Libië als wederdienst voor de jarenlange Libische steun aan het ANC. “Libië was een van de landen die ons steunde in onze strijd, op het moment dat anderen samenwerkten met het apartheidsbewind”, zo sneerde hij enkele dagen geleden in de richting van de Amerikanen. Mandela is de eerste president van wereldnaam die Libië bezoekt sinds het embargo. Afgelopen zaterdag deed de Oegandese president Museveni Tripoli aan.

Volgens de presidentiële woordvoerder Joel Netshitenzhe zal Mandela in Tripoli pogen te bemiddelen tussen Gaddafi en het Westen. “De president zal proberen kolonel Gaddafi ervan te overtuigen overeenstemming te bereiken met het Westen over deze crisis.” Gaddafi verklaarde vorige week bereid te zijn de twee Lockerbie-verdachten uit te leveren, mits de VS de piloten uitleveren die in 1986 Tripoli bombardeerden. Mandela heeft eerder berechting van de twee Libiërs voorgesteld in een derde land, maar de VS en Groot-Brittannië hebben dit geweigerd.

De Zuid-Afrikaanse regering bepleitte gisteren bij monde van minister van Buitenlandse Zaken Alfred Nzo, die zich in het gezelschap van Mandela bevindt, opheffing van de VN-sancties tegen Libië. Zonder zich te branden aan de vraag of Libië betrokken is bij terroristische activiteiten zei Nzo dat “de bevolking van Libië niet collectief mag worden gestraft”. De minister verklaarde dat Zuid-Afrika de handel met Libië wil uitbreiden.

Aan de vooravond van Mandela's bezoek aan Libië wisselden Washington en Pretoria onvriendelijkheden uit. De VS zeiden “zeer teleurgesteld” te zijn over de voorgenomen reis en raadden het Zuid-Afrikaanse staatshoofd aan ervan af te zien. De Amerikaanse opstelling leidde tot een onverwacht scherpe reactie van Mandela. “Hoe kunnen ze de arrogantie hebben ons te dicteren waar we naar toe mogen of wie onze vrienden moeten zijn”, zei Mandela afgelopen weekeinde. Hij bespeurde racisme en zei dat blanke wereldleiders door de VS anders worden bejegend dan zwarte. “Ondanks alle veranderingen in de wereld bestaat er nog steeds een diepe verachting voor zwarten”, aldus Mandela. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken deed gisteren een poging de ruzie te sussen. Een woordvoerder zei dat Mandela's opmerkingen over de VS “ongelukkig” waren, maar hij voegde eraan toe dat Washington “het hoogst mogelijke respect” heeft voor Mandela.

Twee Zuid-Afrikaanse oppositiepartijen, de Democratische Partij (DP) en de Nationale Partij (NP), hebben de Libische reis van Mandela veroordeeld. Volgens de NP gaat de president met zijn bezoek in tegen de resoluties van de VN. Maar Mandela kreeg gisteren echter steun uit overdachte hoek. Pik Botha, NP-lid en in de jaren zeventig en tachtig minister van Buitenlandse Zaken in de blanke minderheidsregering, zei dat er “niets mis” was met het bezoek aan Tripoli. Botha heeft altijd op het standpunt gestaan dat “universaliteit” het leidende beginsel van buitenlandse politiek moet zijn, zo zei hij. “Dit betekent dat een mens politieke verschillen kan hebben met een land en zelfs geen diplomatieke betrekkingen, maar op economisch terrein mag dat geen rol spelen ... sancties lossen geen politieke problemen op.”