Beperkingen bij satelliet-tv

De digitale satellietontvangers, waarvan er in Nederland nu meer dan 90.000 staan, beschikken niet over een timer, zo'n handige functie waarmee in je afwezigheid het apparaat overschakelt van de ene naar de andere zender, zodat je met een videorecorder van verschillende zenders programma's kunt opnemen terwijl je niet thuis bent.

In de huidige analoge satellietontvangers is een timer heel gewoon en het lijkt dus een beetje merkwaardig dat digitale satellietontvangers - die eigenlijk computers zijn, vol met tot nu toe ongekende mogelijkheden op televisiegebied - nu juist zo'n eenvoudige timer moeten ontberen.

De reden is dan ook niet technisch, maar commercieel. De tot nu toe in Europa geproduceerde digitale satellietontvangers zijn gebouwd volgens specificaties van bedrijven die via de satelliet diverse vormen van abonnee-televisie willen bedrijven. Wie zijn geld mede denkt te gaan verdienen door middel van pay per view (systemen waarbij de kijker eenmalig betaalt voor een tv-uitzending) heeft er geen enkel belang bij dat de klanten thuis opnemen: elke bekeken video is een betalende klant minder.

Het ontbreken van een timer is niet de enige aanwijzing, dat de huidige generatie digitale satellietontvangers niet uitsluitend voor het genoegen van de kijker gebouwd is. Zo is er in elke ontvanger de conditional acces module, oftewel cam. In de zgn. DVB-werkgroep in Genève, een platform voor de audiovisuele industrie en overheden, zijn keurig uniforme Europese standaarden vastgesteld voor digitale satellietuitzendingen, die het in principe mogelijk zouden maken om met eenzelfde apparaat overal in Europa satellietradio en -televisie te volgen, al of niet na het plaatsen van een plastic smartcard in een gleufje van de ontvanger.

Voor de commerciële televisie-exploitanten, sinds jaar en dag geplaagd door nagemaakte smartcards, was dit echter niet voldoende. Zij besloten dat hun uitzendingen alleen konden worden gevolgd met behulp van een smartcard plus een stukje hardware in de satellietontvanger. Die cam is van land tot land, en ook van bedrijf tot bedrijf gebouwd volgens verschillende technische specificaties en kan bij de huidige apparaten niet zonder meer door een andere vervangen worden.

De gevolgen van deze politiek zijn curieus: in Frankrijk, waar drie verschillende bedrijven op de markt zijn met het aanbieden van digitale televisie, moet je bijvoorbeeld - als je als klant van aanbieder wilt wisselen - eigenlijk een hele nieuwe (prijzige) satellietontvanger kopen. Ook is het beslist af te raden als Nederlander een digitale satellietontvanger in Duitsland te gaan kopen, waar deze apparaten honderden guldens goedkoper zijn: de in Duitsland ingebouwde cam (bedoeld voor de ontvangst van de kanalen van het bedrijf DF1) is namelijk een heel andere dan die in Nederland nodig is voor de kanalen die via het bedrijf Canal+ worden verspreid.

Zeker biedt de cam de exploitant van televisiekanalen de droom van perfecte controle, maar de werkelijkheid begint al roet in het eten te gooien. In Frankrijk zijn twee van de drie exploitanten van digitale satelliet-tv al begonnen met zgn. simulcrypt, oftewel het uitzenden van signalen die zowel door de 'eigen' cam als die van de concurrentie kunnen worden ontcijferd. Dat is de enige manier om abonnees te werven onder de houders van een apparaat van de concurrentie. En in Duitsland dreigt de publieke omroep met het op de markt brengen van een digitale satellietontvanger zonder cam, die zeer veel goedkoper zou kunnen zijn dan de huidige apparaten. Wie zo'n apparaat aanschaft, zou daarmee echter nooit meer abonnee kunnen worden van een betaalstation. Zo kan perfectie zich tegen de perfectionist richten.