Armeense 'zaak' niet geslecht

Muur van stilte, Humanistische omroep, Ned.1, 22.24-23.22u.

Nieuws uit Turkije maakt zelden vrolijk. Hoge regeringsfunctionarissen blijken tientallen jaren nauwe banden te onderhouden met moordenaars en drugshandelaren spelen onder een hoedje met politici. Mensenrechten worden systematisch geschonden en informatie over de strijd tegen de Koerden bereikt ons slechts in honderdtallen doden. Ook de - overigens schitterende - documentaire een Muur van stilte stemt somber. De muur waar de documentairemakers naar verwijzen is opgetrokken rond de massamoord tijdens de Eerste Wereldoorlog op de Armeense bevolking. Toen werden meer dan een miljoen Armeniërs door de Turken vermoord. Twee historici, een Turk en een Armeniër, proberen deze muur van stilzwijgen te slechten. Taner Akçam belandde in de jaren zeventig vanwege zijn activiteiten als linkse studentenleider in de gevangenis van Ankara. Hij wist te ontsnappen en vluchtte naar Duitsland. Daar begon hij een studie naar de geschiedenis van de martelingen in Turkije. Tijdens dit inderzoek stuitte hij op materiaal over de Armeense genocide. In 1993 kon hij weer terugkeren naar Turkije, maar terug merkte hij dat zijn publicaties over de Armeense zaak hem niet in dank werden afgenomen. Weer moest hij zijn geboorteland verlaten.

Vahakn Dadrian groeide op in Turkije, maar werd zich bewust van de Armeense genocide toen hij in het buitenland tijdens zijn studie het boek 'de veertig dagen van Musa Dagh' van Franz Werfel las. In dat boek wordt de geschiedenis van het Armeense dorp Musa Dagh verteld. Naast talloze boeken en internationale kranten uit de periode tussen 1908 en 1920 raadpleegde Dadrian ook de staatsarchieven van Turkije, Duitsland, Oostenrijk-Hongarije, Groot-Brittannië, Frankrijk en de VS. Hij schreef een aantal toonaangevende studies over de genocide, onder meer de dit jaar uitgekomen The history of the Armenian genocide.

Dadrian plaatst de Armeense genocide in 'de cultuur van massaslachtingen' die zich in de 19de eeuw ontwikkelde in het zieltogende Ottomaanse Rijk. Opstanden van niet-Turkse volkeren in het rijk werden - onder protest van de Europese mogendheden - steeds hardhandiger onderdrukt. De Griekse opstanden werden de eerste helft van de vorige eeuw ten koste van tienduizenden slachtoffers neergeslagen. In Libanon vonden ca. 1850 40.000 christenen van Syrische afkomst de dood.

Vooral de massamoord op de Bulgaren in de jaren zestig van de vorige eeuw leidde tot verontwaardiging van de Europese grootmachten. Ze dwongen de Turken tot concessies aan de niet-Turkse en niet-islamitische volkeren van het Ottomaanse Rijk. Deze volkeren zouden dezelfde rechten moeten krijgen als de Turken. Toen de Armeniërs die rechten ook daadwerkelijk opeisten, creëerden zij daarmee voor de Turken de 'Armeense kwestie', die in 1915 werd 'opgelost'. Turkije kan volgens Akçam geen democratie worden zolang het over deze episodes in zijn geschiedenis niet wil praten.

Dadrian is uitgenodigd om in Turkije colleges te geven over de Armeense genocide. Hij doet het niet want hij is bang te worden vermoord. De Turkse regering vindt namelijk dat hij met zijn boeken 'de belangen van Turkije heeft geschaad'. “Ze kunnen het makkelijk op een ongelukje laten lijken”, zegt hij. Een schrijnende opmerking nu Nederland een Koerd dreigt uit te leveren aan Turkije. Deze man is door de Turken van drugshandel beschuldigd en heeft herhaaldelijk gewezen op de verstrengeling van het Turkse politieke establishment met de heroïnemafia. Wie de documentaire ziet, vreest voor het lot van een ieder die de Turkse regering onwelgevallig is.