Algerijns gescheidenis

Enkele belangrijke data uit de recente Algerijnse geschiedenis: 1962: De Franse president De Gaulle kondigt de onafhankelijkheid van Algerije af. 1990: Het radicaal-islamitsche FIS boekt grote successen bij lokale verkiezingen. Ongeveer de helft van de gemeenteraden en 32 van de 48 provinciale besturen komen in handen van het FIS. 1991: Bij de eerste ronde van de parlementsverkiezingen, eind december, stevent het FIS af op een enorme overwinning. 1992: Het leger grijpt in januari in en de generaals dwingen president Chadli Benjedid tot aftreden. De tweede verkiezingsronde wordt afgelast. Een Hoge Staatsraad van vijf man onder leiding van Mohamed Boudiaf neemt de presidentiële bevoegdheden over. De noodtoestand wordt afgekondigd en de FIS wordt buiten de wet gesteld.

In de zomer wordt president Boudiaf vermoord en opgevolgd door Ali Kafi

1995: Generaal buiten dienst Liamine Zéroual wordt in november met 60 procent van de stemmen tot president gekozen. Hij pleit voor nationale verzoening en hij laat 600 politieke gevangenen vrij. 1996: Bomaanslagen, moordpartijen en ontvoeringen die worden toegeschreven aan de GIA.

In een referendum worden grondwetswijzigingen goedgekeurd die religieuze groeperingen het recht ontzeggen zich als zondanig politiek te manifesteren. 1997: Massale slachtpartijen, vooral in dorpen op het platteland rondom de hoofstad Algiers.

Naar schatting zijn de afgelopen vijf jaar ten minsite 65.000 mensen om het leven gekomen door geweld in Algerije. Andere bronnen spreken over 130.000 tot 200.000 doden.