VVD wil investeren in de toekomst

Verantwoordelijke mensen verdienen vrijheid. Op hen rust ook de plicht om in de open liberale samenleving hun problemen in eerste instantie samen op te lossen, aldus het ontwerp verkiezingsprogramma van de VVD dat gisteren is gepresenteerd. Hieronder het inleidende hoofdstuk en het gedeelte over het migrantenbeleid.

De volledige tekst van het VVD-ontwerp verkiezingsprogramma is te lezen op Internet, www.vvd.nl

Liberalen verenigd in de VVD hechten grote waarde aan de vrijheid van het individu. Een vrijheid die wordt gebruikt voor individuele ontplooiing. Vrijheid die mogelijk is indien mensen zich verantwoordelijk voelen voor hun welzijn, maar ook voor dat van anderen. Vrijheid en verantwoordelijkheid zijn aan elkaar gekoppeld. Mensen die keuzevrijheid hebben kunnen ter verantwoording worden geroepen. Verantwoordelijke mensen verdienen vrijheid. Dit besef vormt de grondslag van de liberale mens- en maatschappijbeschouwing. Die grondslag is ook de leidraad van het hier voorliggende programma.

De laatste troonrede, de rijksbegroting en de miljoenennota weerspiegelen de sterk verbeterde conditie waarin Nederland in financieel-economisch en sociaal opzicht verkeert. Er is een sterke werkgelegenheidsgroei. Ook de staatsschuld als percentage van het nationaal inkomen daalt. Een en ander betekent dat Nederland kan toetreden tot de Europese muntunie (EMU).

Er is veel bereikt. In de afgelopen regeerperiode heeft zich duidelijk een omslag gemanifesteerd. Het economisch beleid dat zo duidelijk het stempel droeg van het vorige verkiezingsprogram van de VVD, is een succes. Omvangrijke besparingen op overheidsuitgaven maakten een aanzienlijke lastenverlichting voor de burgers mogelijk. Hierdoor is een gedifferentieerde loonmatiging gerealiseerd. Steeds meer mensen die kunnen en willen werken, staan hierdoor niet langer aan de kant. Er ontstaat zo weer een perspectief voor mensen die zich verantwoordelijk voelen voor hun bestaan en die deze verantwoordelijkheid waar willen maken door zelf een inkomen te verdienen.

Er is veel bereikt de afgelopen jaren. En er is alle reden om op de ingeslagen weg verder te gaan. Sanering van overheidsfinanciën, versterking van de activerende werking van de sociale zekerheid gericht op toenemende participatie, flexibeler markten voor produkten, diensten en arbeid en lastenverlichting zijn wederom de kenmerken van een toekomstig beleid waarvoor de VVD verantwoordelijk wil zijn. Wij moeten dit beleid doorzetten omdat, ondanks haar prestaties, de Nederlandse economie nog een aantal onevenwichtigheden kent. De inactiviteit aan de onderkant van de arbeidsmarkt is nog altijd zorgwekkend. Met name laaggeschoolden en migranten zijn hiervan de dupe. Dit is onaanvaardbaar omdat het kan leiden tot maatschappelijke desintegratie. Verder blijkt het voor ouderen die nog lang niet aan hun pensioen toe zijn, steeds moeilijker een positie op de arbeidsmarkt te behouden. Dit verschijnsel gekoppeld aan de gestage vergrijzing van de Nederlandse bevolking baart zorgen. Wij moeten ons inspannen om de positie van deze groepen verder te versterken. Ook de vergrijzing zelf brengt problemen met zich, waarvan de oplossing een duurzame economische groei vergt. Het basispensioen, de AOW, dat welvaartsvast moet zijn, moet betaalbaar blijven. De gezondheidszorg moet van voldoende kwaliteit blijven en dat betekent dat er meer geld nodig is. Immers, door de vergrijzing neemt de vraag naar deze zorg toe.

Besparingen op overheidsuitgaven onder meer door verbetering van de doelmatigheid zijn niet alleen vanzelfsprekend maar ook broodnodig. De economische groei geeft ons namelijk onvoldoende financiële middelen voor de noodzakelijke beleidsintensiveringen. Meer geld is nodig voor gezondheidszorg, voor de veiligheid, voor het onderwijs, voor het milieu en voor onze infrastructuur. Dat geld is nodig omdat de VVD wenst te investeren in de toekomst. Te investeren in de toekomst van de huidige en toekomstige generaties.

Onze uitgangspunten, uitgedrukt door de verbinding van vrijheid met verantwoordelijkheid, hebben als consequentie dat de burgers in de open liberale samenleving in eerste instantie met elkaar hun problemen oplossen. Daarnaast is er een efficiënt functionerende overheid nodig ter vervulling van een aantal essentiële kerntaken. De overheid is er ook om de voorwaarden te scheppen, waardoor het probleemoplossend vermogen van de samenleving zo groot mogelijk is. Daarvoor is een beleid nodig dat investeert ten behoeve van dit vermogen voor nu en in de toekomst.

[...]In het migrantenbeleid wordt een drieluik gehanteerd: bevordering van de integratie van hier verblijvende minderheden, beperking van immigratie en bestrijding van discriminatie.

Migranten hebben binnen de Nederlandse democratie en rechtsorde recht op het beleven van hun eigen cultuur. Dit vindt echter zijn begrenzing waar sprake is van strijdigheid met de Nederlandse wetten. De Nederlandse cultuur moet het bindend element van onze samenleving zijn. Migranten moeten zich dan ook zo veel mogelijk van onze cultuur eigen maken.

De verplichting tot het leren van de Nederlandse taal, als onderdeel van de inburgeringscontracten, geldt niet alleen voor nieuwkomers, maar ook voor degenen die reeds langer in Nederland verblijven voor zover kennis van het Nederlands onontbeerlijk is voor het verwerven van een positie op de arbeidsmarkt.

Het vinden van een arbeidsplaats is van groot belang voor het integratiebeleid. Een beleid gericht op de groei van de werkgelegenheid is dus essentieel. Voorts moeten arbeidsmarktbelemmeringen die zijn ingegeven door discriminatie worden weggenomen.

Beperking van immigratie is nodig omdat bij een sterke stijging van het migratiesaldo het migrantenbeleid minder effectief wordt. Uitgangspunt bij het asielbeleid blijft dat politieke vluchtelingen in aanmerking komen voor de vluchtelingenstatus. Economische vluchtelingen krijgen geen toegang tot Nederland. Illegalen die in Nederland verblijven, moeten het land verlaten.

Gezinshereniging moet alleen mogelijk zijn als degene die zijn partner wil laten overkomen beschikt over een eigen inkomen dat ten minste gelijk is aan de bijstandsnorm voor gehuwden.

Erkende vluchtelingen moeten naar evenredigheid over de lidstaten van de EU worden verspreid. Harmonisatie van asielwetgeving en uitvoering van beleid in de EU is noodzakelijk. Landen die niet willen meewerken aan de terugkeer van hun onderdanen komen niet in aanmerking voor financiële hulp uit Nederland.

De laatste rechterlijke beslissing in het kader van de asielprocedure moet ook de laatste feitelijke beslissing zijn. De Algemene Wet Bestuursrecht (AWB) frustreert een vlotte uitvoering van de Vreemdelingenwet. Vele juridische procedures zijn hiervan het gevolg. De AWB moet niet langer van toepassing zijn op asielprocedures.

Bij de bestrijding van discriminatie is voor de overheid een belangrijke taak weggelegd. Discriminatie en racisme zijn belangrijke oorzaken van de achterstandspositie van vele migranten. Discriminatie en racisme moeten via voorlichting en onderwijs worden bestreden. In principe moeten alle asielzoekers die beschikken over de juiste documenten, worden toegelaten tot de asielprocedure.

Een nauwere samenwerking tussen de ministeries van Justitie (Immigratie- en Naturalisatiedienst), Binnenlandse Zaken (Vreemdelingenwet), Buitenlandse Zaken (ambassades en ontwikkelingssamenwerking) en Defensie (Koninklijke Marechaussee) is noodzakelijk om een betere aansturing en beheersing van het migrantenvraagstuk te krijgen.