Verkiezingsprogramma ook kwestie van tactiek

DEN HAAG, 21 OKT. Verkiezingsprogramma's hebben een beperkte betekenis. Ze hebben voor partijen intern nut, maar zijn niet de maatstaf bij de vorming van een coalitie. Politieke leiders, de stemming in partijen en externe factoren spelen eerder een beslissende rol.

Neem de vorige verkiezingsprogramma's waarmee de grote partijen zich in '93 presenteerden. De VVD plaatste zich met zijn programma “buiten de werkelijkheid” werd toen geoordeeld. Met name het pleidooi voor een basisstelsel voor uitkeringen schiep afstand met andere partijen.

PvdA en D66 noemden het programma “bizar” en “teleurstellend ouderwets” en vormden nauwelijks drie maanden na de verkiezingen toch een coalitie met de VVD. De programma's van CDA en VVD lagen destijds het dichtst bij elkaar, maar zij konden na het grote verlies van het CDA geen meerderheidscoalitie vormen.

Externe factoren spelen in Nederland - met zijn afhankelijke 'open' economie - snel een grotere rol dan de programma's. Het kabinet-Den Uyl zag in '74 zijn complete financieel-economische beleid door een olieboycot van Arabische staten onderuitgehaald. Rantsoenering van benzine en autoloze zondagen stonden dan ook in geen enkel programma.

En in '89 werd het beleid van het derde kabinet-Lubbers ernstig beïnvloed door de val van de Berlijnse Muur. Het wegvallen van deze Europese scheidslijn leidde tot andere werkelijkheden, en daarmee tot ander beleid zoals een forse inkrimping van de landmacht.

Politieke leiders zijn de cruciale schakels bij de vertaling van verkiezingsprogramma's. Partijen zijn door de personificering van de politiek steeds meer de volgers van partijleiders, wier rol daarmee navenant groter is geworden.

VVD-leider Bolkestein kon gisteren bij de presentatie van het nieuwe VVD-programma rustig zeggen dat hij slechts als adviseur deel had uitgemaakt van de programmacommissie. En hij kon ook rustig zeggen wat hem in het programma niet beviel, zoals een pleidooi voor verdere subsidiëring van politieke partijen. Zijn beurt komt nog, bij de kabinetsformatie. Hij en geen ander bepaalt dan wat de VVD wel en niet inbrengt en wat ze wel en niet slikt.

Niet het programma, maar de leider bepaalt de richting. VVD-leider Wiegel en CDA-leider Van Agt konden in '77 zeer goed met elkaar overweg en vormden na het stuklopen van de formatie van een PvdA/CDA-kabinet onverwacht snel een coalitie. Ze waren het zo snel eens, dat ze alleen voor de vorm langer onderhandelden om zo de linkervleugel van het CDA (de zogenoemde loyalisten) het idee te geven dat de VVD veel programmatische concessies moest doen.

De stemming in een partij kan ook een significante rol spelen. In het CDA heerste bij de verkiezingscampagne van '94 als gevolg van de harde stellingname van fractieleider Brinkman een anti-PvdA-stemming. Na zijn grote stembusnederlaag was Brinkman daarna zelf de blokkade voor de vorming van een kabinet. Een coalitie met de VVD kon hij niet maken (geen meerderheid) en een coalitie met de PvdA wilde hij niet vormen. Niet door het programma, maar door de persoon Brinkman sneuvelde het CDA in de formatie als coalitiepartij.

Het omgekeerde gebeurde ook. In '89, na het stuklopen van de CDA/VVD-coalitie was de animositeit in VVD-kring jegens CDA-leider Lubbers zo groot dat niet het programma van de VVD, maar het sentiment bij de liberalen een nieuwe coalitie met de christen-democraten onmogelijk maakte.

Soms wordt het verkiezingsprogramma wel gebruikt bij de vorming van een kabinet, maar dan vooral als hefboom om een eventuele coalitiepartner af te schudden. Het CDA was daar in zijn vroegere centrumpositie een meester in. De partij zette de PvdA in '82 en '86 buiten spel, omdat het financiële beleid van de sociaal-democraten hun niet beviel. In hoeverre programma's bij elkaar passen is zo ook een kwestie van tactiek.

Objectief staan PvdA en CDA met hun nieuwe verkiezingsprogramma dichter bij elkaar. Toch zegt PvdA-leider Kok aan te sturen op voortzetting van de paarse coalitie. Mocht de VVD bij de vorming van Paars-II overvragen, dan kan het CDA-programma voor Kok alsnog een alibi vormen om over te stappen. Zo is het verkiezingsprogramma in laatste instantie een mooie ontsnappingsroute.