Unilever houdt met overnames winst op peil

ROTTERDAM, 21 OKT. Met de overname van Kibon is de bodem van Unilevers schatkist nog lang niet in zicht. Dankzij de verkoop van de chemiedivisie aan ICI (opbrengst 16 miljard gulden) kan het Brits-Nederlandse concern overnames financieren tot tientallen miljarden guldens.

Hoewel het concern zichzelf twee jaar de tijd heeft gegeven om goede doelen voor die berg geld te vinden, is er de laatste maanden veel gespeculeerd over spectaculaire mega-deals. De aankoop van Kibon lijkt te bevestigen wat een aantal financiële analisten als de meest waarschijnlijke strategie zien: kleine tot middelgrote overnames (tot zo'n twee miljard gulden) binnen de zeven belangrijkste productgroepen.

Die overnames zijn voor Unilever min of meer een voorwaarde om de winstgevendheid op niveau te houden. Via hoog renderende bedrijven als Kibon (waar het bedrijfsresultaat maar liefst 23 procent van de omzet vormt) benut Unilever het kapitaal veel beter dan wanneer het geld bij de bank ligt.

IJs is voor Unilever een van die zeven productgroepen met de hoogste prioriteit. Zoals bestuursvoorzitter Morris Tabaksblat begin deze maand nog eens uiteenzette op een analistenbijeenkomst onderscheidt Unilever binnen de drie kerncategorieën (voeding, wasmiddelen en persoonlijke verzorging) veertien verschillende productgroepen. De helft daarvan heeft een 'ster' gekregen: ijs, (ijs-)thee, margarines, wasmiddelen, persoonlijke hygiëne, huidverzorging en luxe cosmetica.

Bovendien ligt deze acquisitie in een van de vijf regio's die bij Unilever prioriteit krijgen voor de inzet van personeel en kapitaal: Latijns Amerika, Zuid-Oost-Azië, Centraal-Europa, China en India. “We hadden deze overname ook gedaan zonder de inkomsten van de verkoop van de chemiedivisie”, zei een woordvoerder van Unilever.

Unilevers ijsverkoop (onder meer de Magnum en Cornetto) was tot eind jaren tachtig nog voornamelijk geconcentreerd in Europa. Maar door een reeks kleinere overnames is Unilever inmiddels niet alleen de grootste in Europa en de Verenigde Staten, maar ook wereldwijd op 85 verschillende markten. De omzet in ijs is ongeveer het dubbele van Unilevers grootste concurrent, het Zwitserse Nestlé.

In Latijns Amerika is Unilever sinds 1993 actief. In de afgelopen vier jaar is het concern, door overnames of door zelf te beginnen met een nieuwe fabriek, elf verschillende markten in Latijns Amerika binnengekomen met ijs. In Brazilië, Mexico, Ecuador en Colombia is Unilever marktleider, in de overige markten de nummer twee. AADaarbij rekent Unilever erop dat de gehele markt voor ijs in Latijns Amerika (nu 3,2 miljard gulden) in het komende decennium zal verdubbelen. De consumptie van ijs - die ongeveer net zo hard groeit als de welvaart van de bevolking - is in Brazilië nu nog slechts een liter per persoon per jaar. In Europa ligt de consumptie op vijf tot acht liter en in de Verenigde Staten zelfs op twintig liter.

Vorig jaar kocht Unilever een ijsfabriek in Ecuador. Begin dit jaar nam Unilever een meerderheidsbelang in Helados Holanda uit Mexico, de grootste producent van het land. En vorige maand kocht Unilever de Argentijnse ijsdivisie van Philip Morris, die behalve tabak (Marlboro) en bier (Miller) een grote voedingsdivisie heeft. Overigens probeert ook Nestlé zijn positie in Latijns Amerika te versterken. Begin dit jaar kocht Nestlé de grootste ijsproducent van Peru, D'Onofrio.