Uitgewezen Iraniërs niet meer gevolgd

DEN HAAG, 21 OKT. De Nederlandse ambassade in de Iraanse hoofdstad Teheran volgt niet langer uitgeprocedeerde asielzoekers die naar Iran terugkeren. Dit heeft directeur migratiezaken H. Siblesz van het ministerie van Buitenlandse Zaken gisteren op een hoorzitting in de Tweede Kamer over de mensenrechtensituatie in Iran gezegd. De hoorzitting leidt er overigens niet toe dat de uitzettingen naar Iran worden opgeschort.

De meeste fracties in de Tweede Kamer hebben verontwaardigd gereageerd op de uitspraken van Siblesz. In juni nog vroeg een grote meerderheid in de Tweede Kamer om verbetering van de bestaande 'monitoring'. Nu blijkt de Nederlandse ambassade in september te zijn gestopt met het volgen van uitgezette asielzoekers, op aandringen van de Iraanse overheid. “De Kamer is hierover niet juist geïnformeerd”, aldus het Tweede-Kamerlid Dittrich (D66) na afloop van de hoorzitting.

Iran heeft de leden van de Nederlandse ambassade verboden de uitgezette Iraanse asielzoekers op het vliegveld van Teheran op te vangen, omdat er te veel negatieve berichten in de Nederlandse media over het land zijn verschenen, verklaarde Siblesz gisteren. Uit eigen beweging is de ambassade ook gestopt met huisbezoeken aan asielzoekers, drie dagen na hun terugkeer in Iran. Al eerder verklaarde staatssecretaris Patijn (Buitenlandse Zaken) dat de monitoring weinig effect heeft; daarvoor zou Iran te groot zijn.

Op dit moment is er volgens Siblesz sprake van “passieve monitoring”. Daarbij krijgt de teruggekeerde Iraniër het telefoonnummer van de ambassade mee en kan hij bellen in geval van nood. Iraanse organisaties in Nederland ontvingen dit initiatief met hoongelach.

Zo'n vijftien organisaties en deskundigen uit binnen- en buitenland spraken gisteren over de mensenrechtensituatie in Iran. De Tweede Kamer had op de hoorzitting aangedrongen naar aanleiding van een reeks protesten tegen uitzetting van asielzoekers naar Iran. De protesten bereikten afgelopen zomer hun hoogtepunt met de hongerstaking van de asielzoekers Nasseri en Amiry.

Vluchtelingenwerk stelde gisteren voor uitgeprocedeerde Iraanse asielzoekers, wier asielaanvraag door alle instanties is afgewezen, opnieuw te ondervragen. Advocaten zouden moeten beslissen wie van de uitgeprocedeerde Iraniërs voor zo'n heroverweging in aanmerking komt. De advocaten moeten deze keuze met “goede argumenten motiveren”, aldus N. Vermolen van Vluchtelingenwerk. Amnesty International steunde het voorstel.

Deze mensenrechtenorganisatie hekelde gisteren de slechte kwaliteit van de interviews die medewerkers van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) met asielzoekers houden. Op basis van deze interviews oordeelt Justitie of een asielzoeker al of niet een verblijfsvergunning krijgt. “Het verhaal van een Iraanse asielzoeker werd op twee A-4tjes opgeschreven. Dat verslag was zeer summier en gaf geen enkel inzicht. Wij spraken vijftien uur met hem en hadden daarna geen reden aan hem te twijfelen”, aldus P. Catz van Amnesty International.

Een ruime meerderheid in de Tweede Kamer zag in de hoorzitting geen aanleiding om uitzettingen naar Iran op te schorten. Voor de zomer ging de Tweede Kamer al onder tijdsdruk akkoord met een herzien ambtsbericht van Buitenlandse Zaken over Iran. Op basis van dit ambtsbericht bepaalde staatssecretaris Schmitz (Justitie) dat zij Iraniërs terug kon blijven sturen.

Vorig jaar zette Nederland 142 uitgeprocedeerde Iraanse asielzoekers daadwerkelijk uit. In totaal werd 7.600 Iraniërs een verblijfsvergunning geweigerd, de meeste daarvan wachten nog op hun uitzetting. De Tweede Kamer debatteert naar verwachting volgende maand met de staatssecretarissen Schmitz en Patijn over de kwestie-Iran.