Turkije doorvoerhaven voor smokkel Irakezen

Tientallen Irakezen steken per dag illegaal vanuit Noord-Irak de Turkse grens over. Om vaak door te reizen naar Nederland. “Waarom zouden smokkelaars een 'moeilijk' land kiezen?”

ANKARA, 21 OKT. In de Iraakse grensstreek met Turkije maakt de Koerdische Democratische Partij (KDP) van Mesut Barzani de dienst uit. Safeen Dizayee, de vertegenwoordiger van de KDP in Ankara, schat dat per dag 50 tot 60 mensen vanuit Noord-Irak illegaal de bergachtige grens met Turkije oversteken. Daarnaast verlaten nog eens 20 mensen per dag legaal de overwegend door Koerden bewoonde enclave in Noord-Irak.

Dat aantal is even groot als het maximum aan visa dat de KDP van Turkije per dag mag uitdelen. “Deze visa gaan veelal naar handelsmensen en burgers die om dringende redenen, bijvoorbeeld medische verzorging, Noord-Irak moeten verlaten”, zegt Dizayee. Tot voor kort lieten de Turkse autoriteiten bij de enige Turks-Iraakse grensoversteek, Habur, per dag niet meer dan acht mensen door die permanent in Noord-Irak wonen. Maar dat aantal is inmiddels opgetrokken tot 20. Daarnaast beschikt de Turkmeense gemeenschap in Noord-Irak, na de Koerden de grootste bevolkingsgroep, nog eens over 20 visa per dag, die volgens ingewijden merendeels voor 500 tot 600 dollar per stuk worden verhandeld.

In Nederland vroegen in de eerste helft van dit jaar al ruim 5.000 Irakezen asiel aan. In heel 1996 waren dat er nog 4.378. Volgens de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND), die eerder deze maand samen met onder meer de officier van justitie voor de mensensmokkel een bezoek aan Turkije bracht, speelt dit land een belangrijke rol als 'doorvoerhaven'.

De IND heeft inmiddels een eigen man in Istanbul geplaatst om mogelijk in kaart te brengen op welke manier de smokkel van Irakezen naar Noord-Europa in deze miljoenenstad is georganiseerd. Bovendien wordt gehoopt op een nauwere samenwerking met de Turkse politie in de strijd tegen de mensensmokkel.

Dat met name Nederland en Duitsland zo populair zijn bij Iraakse vluchtelingen, houdt verband met het liberale toelatingsbeleid. Nederland stuurt uitgeprocedeerde asielzoekers niet terug, omdat de situatie in Noord-Irak te onveilig zou zijn.

“Waarom zouden smokkelaars een 'moeilijk' land kiezen”, aldus een internationale hulpverlener in Ankara, “als landen als Nederland vrij makkelijk zijn te betreden.”

Duitsland staat op het punt om die coulante houding te laten varen, waardoor mogelijk nog meer Irakezen naar Nederland komen. In Duitsland circuleert naar verluidt een ambtsbericht dat aangeeft dat mensen in Noord-Irak een tamelijk veilig heenkomen kunnen vinden.

Pag.7: Grote drang Noord-Irak te verlaten

De Nederlandse delegatie die onlangs in Turkije was, heeft er bij de autoriteiten op aangedrongen om zelf toegang te krijgen tot Noord-Irak. Op die manier kan men er zich van vergewissen of Nederland Duitsland zou moeten volgen in het beleid met betrekking tot de Iraakse vluchtelingen. “De KDP heeft de Nederlandse autoriteiten al duidelijk gemaakt dat we van geval tot geval bereid zijn om te praten over samenwerking bij terugkeer naar Noord-Irak van uitgeprocedeerde vluchtelingen”, aldus de KDP-man in Ankara.

Het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties (UNHCR) in Ankara heeft nog geen aanwijzigen dat de stroom vluchtelingen vanuit Noord-Irak de afgelopen maanden drastisch is toegenomen. “Wereldwijd verlaten evenwel steeds meer mensen hun land in de hoop ergens anders een betere toekomst op te bouwen.” aldus een UNHCR-vertegenwoordiger in Ankara. “Daardoor is het tegenwoordig lucratiever om mensen dan om drugs te smokkelen.” In 1993 klopten 4.720 Irakezen uit Noord-Irak bij de UNHCR om asiel aan, waarvan 19 procent werd geaccepteerd. Voor de jaren 1994, 1995 en 1996 waren de cijfers en percentages respectievelijk: 2414 en 20 procent, 2700 en 24 procent en 2597 en 22 procent. In de eerste negen maanden van dit jaar vroegen 1890 Irakezen asiel aan bij de UNHCR in Turkije, waarvan 22 procent werd geaccepteerd.

De indruk is dat slechts die Iraakse vluchtelingen bij het UNHCR in Ankara aankloppen, die denken de organisatie ervan te kunnen overtuigen dat hun leven in Noord-Irak in gevaar is. De rest wendt zich, evenals naar wordt aangenomen het merendeel van de afgewezen asielzoekers, tot smokkelaars in Turkije om naar West-Europa te kunnen uitwijken.

De Iraakse vluchtelingen in het door de Patriottische Unie van Koerdistan (PUK) van Celal Talabani gecontroleerde zuiden van Noord-Irak verlaten hun regio via Iran. Velen komen op die manier in Turkije terecht. “Het is volstrekt onduidelijk om hoeveel vluchtelingen dat per dag gaat”, aldus Shazad Saib, de vertegenwoordiger van de PUK in Ankara. Volgens zowel Dizayee als Saib is de stroom vluchtelingen vanuit Noord-Irak al geruime tijd vrij constant. Ze hebben evenals de UNHCR niet de indruk dat er juist de afgelopen maanden sprake is van een alarmerende stijging.

Vluchtelingen die Turkije binnenkomen moeten zich binnen vijf dagen bij de Turkse autoriteiten melden, om in aanmerking te komen komen voor een beperkte verblijfsduur. De korte tijdsduur van vijf dagen houdt verband met het feit dat Turkije zichzelf als een 'transitland' voor vluchtelingen beschouwt. Slechts vluchtelingen met een Europees paspoort worden in staat gesteld om zich voor langere tijd te vestigen. Ook wie door de UNHCR in Turkije als asielzoeker wordt geaccepteerd, mag niet blijven. De VN-organisatie is verplicht voor opvang in een derde, Westers land te zorgen.

Volgens de IND probeert 80 procent van alle Iraakse vluchtelingen Nederland en Duitsland te bereiken. Dat gebeurt via verschillende routes, onder meer vanuit Turkije via Griekenland, Italië of Albanië. Een ander deel wordt in vrachtwagens vervoerd naar Kiev of Bulgarije, om vervolgens via de oostflank West-Europa binnen te komen. Voor het eerste deel van hun reis worden de vluchtelingen door zogeheten 'reisagenten', smokkelaars dus, van vervalste papieren voorzien. Safeen Dizayee van de KDP bevestigt dat het eerste contact met een smokkelaar vaak al in Noord-Irak wordt gelegd, waar mensen voorzien worden van vervalste Iraakse paspoorten en in groepjes illegaal de grens worden overgebracht. “Het is wrang”, zegt een internationale hulpverlener in Ankara, “maar mensensmokkelaars verlenen in feite een noodzakelijke service. Hoe komen deze mensen anders aan reisdocumenten?” Volgens Dizayee reizen de Irakezen vervolgens naar een scala aan landen, bijvoorbeeld ook Rusland, om van daaruit Europa te bereiken.

Om de overwegend Koerdische bevolking in Noord-Irak op de gevaren te wijzen van een illegale vlucht en op de problemen waarmee Iraakse asielzoekers in Europa worden geconfronteerd, heeft UNHCR in Ankara onlangs enkele documentaire films laten maken, die momenteel door functionarissen van de VN-organisatie in het hoofdkantoor in Genève worden bekeken. “Na een grondige bestudering van de banden beslissen we of deze films daadwerkelijk geschikt zijn om een groter publiek op een verantwoorde wijze voor te lichten”, aldus een UNHCR-vertegenwoordiger in Ankara. De KDP-man in de Turkse hoofdstad benadrukt dat zijn partij al twee jaar bij de VN-organisatie aandringt op een dergelijke campagne. “In de lokale pers melden we voortdurend hoe bijvoorbeeld groepen Iraakse vluchtelingen in de mijnenvelden, in het niemandland tussen Griekenland en Turkije, omkomen, of verdrinken tijdens een illegale oversteek met kleine bootjes in de Egeïsche Zee.” Saib van de PUK bevestigt dat ook de PUK in het zuidelijke deel van Noord-Irak, rondom de stad Suleymanya, via de lokale televisie en de dagbladen de bevolking op de gevaren wijst van een illegale vlucht. “Maar het schijnt mensen er niet van te weerhouden om toch te vertrekken”, constateert de Iraaks-Koerdische-vertegenwoordiger. Dizayee zegt dat de wachtlijst van het aantal aanvragen voor de 20 visa die de KDP per dag van Turkije mag verstrekken, al tot juni van het volgend jaar vol is. “Dat geeft aan hoe groot de drang is om Noord-Irak te verlaten.”

Internationale hulpverleners zeggen dat de situatie in Noord-Irak al jarenlang zowel politiek als economisch slecht is, als gevolg van het internationale embargo tegen Irak in het algemeen en het interne embargo dat Bagdad de enclave oplegt. Voedsel is schrikbarend duur; werk is niet te vinden. Bovendien gaat het gerucht dat de regering in Bagdad nog voor het einde van dit jaar een inval in de enclave zal doen om dit gebied weer onder Iraakse heerschappij te brengen. Noord-Irak werd in het voorjaar van 1991 tot een 'safe-heaven' uitgeroepen door de geallieerden onder leiding van de VS. Bovendien vechten de rivaliserende Iraaks-Koerdische partijen, de KDP en de PUK, sinds het voorjaar van 1995 met elkaar. Hun leiders, Barzani en Talabani, zijn in een felle strijd om de macht gewikkeld. De gevechten laaiden vorig week opnieuw weer op, na een periode van betrekkelijke rust.

“We moedigen onze burgers niet aan om te vertrekken”, benadrukt Dizayee van de KDP. “Veel specialisten, intellectuelen en een deel van het administratieve kader zijn de Koerdische enclave in de afgelopen jaren ontvlucht, waardoor onze gemeenschap steeds zwakker wordt. Maar we kunnen hen ook niet willens en wetens dwingen om te blijven.” Een reden voor vertrek is volgens hem ook dat de bewoners van Noord-Irak decennia lang deel hebben uitgemaakt van een natie waarin het slechts voor enkelen was weggelegd om naar het buitenland te reizen. “De vrijheid lokt nu die repressie is weggevallen”, meent hij.